Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Het is bepaald niet het enige verhaal over een groepje gauwdieven dat in Schijndel probeert haar slag te slaan. De volgende Schijndelaren wisten er van mee te praten nl. Adriaantje Peter Adriaans Verhagen weduwe van wijlen Adriaan Hendrik Voets [60], Jennemie Adriaan Hendrik Voets de vrouw van Geert Jan Willem Vrenssen [35], Francois Willem Heesakkers [21], Jennemaria Hendrix van Gogh [19].
Het gebeurde op 15 september 1750 omstreeks 12 uur in de avond als aan hun woonhuis ‘een complot gaudieven’ aankwam. Ze wisten de voordeur met hengsel en slot te forceren door een paar stevige stoten te geven met een zware eikenhouten balk en het lukte wonderwel. Ze waren met z’n vijven, vier binnen en een buiten op wacht en hun eerste doel was de slaapplaatsen binnendringen. Adriaantje was het eerste slachtoffer tegen wie ze riepen: “Hier sijn schellemen maar ge moet niet bangh weesen, wij sullen u geen leet doen maar wij moeten gelt hebben”. De boodschap was duidelijk. Even later vroegen ze haar: “Waar is het gelt en hoeveel hondert gulden is er wel?”
Adriaantje wees hen het geld, maar daar namen ze geen genoegen mee en de volgende vraag was: “Daar moet al meer gelt sijn!” Onmiddellijk daarop werden haar handen op haar rug gebonden en even daarna pakten de gauwdieven een gloeiende tang en knepen haar daarmee in haar kuiten en uiteraard schreeuwde ze het uit van de pijn. Het hele huis werd doorzocht op geld en sieraden. De buit was aanzienlijk nl. Hollandse en Zeeuwse rijksdaalders, Hollandse guldens en dukaten, twee gouden ringen gemerkt met A en V en een andere met J.M.G, twee gouden kruisen met een slot en knoppen, een hemdrok met zilveren knopen, een paar zilveren gespen en een ceintuur met een zilveren gesp.
Handen en voeten gebonden
Vervolgens was Jennemie aan de beurt. Terwijl ze nog in bed lag werden ook haar handen op haar rug gebonden, vervolgens rukte men haar van haar bed en werd ze met een of ander geweer zwaar toegetakeld en mishandeld, totdat ze naar een kist wees waar mogelijk nog iets van hun gading in zou kunnen zitten.
De derde deponent, Francois, sliep als dienstknecht in de kelderkamer en ook hij werd met handen en voeten gebonden. Hem werd meteen te verstaan gegeven: “Weet gij de vrouw haar gelt?” Hij antwoordde daarop ontkennend, maar de gauwdieven maakten hem duidelijk: “Swijgt dan maar stil dan sullen wij u niet moeijen”. Jennemarie van Gogh werd ook niet gespaard. Zij verklaarde dat bij haar iemand was binnengeslopen met in zijn hand ‘brandent strooij en een blinkent pistool stekende op haar lijff’. Ook zij werd stevig vastgebonden.
Ze hadden ze willen verkrachten waarop ze begon te gillen en te schreeuwen waarop de gauwdief tegen haar snauwde: “Verdoemde heckx soude gij nogh roepen of kijken” en meteen kwamen ook nog andere gauwdieven toegesneld, die ook haar kist openbraken en haalden er zes zilveren knopen uit en vier stuivers. Toen de dievenbende eenmaal vertrokken was zag ze in haar bed nog een pistool liggen dat op enkele plaatsen met zilver was ingelegd en men trof nog een rode neusdoek aan.
Toen men hen vroeg naar het signalement van de daders konden ze niet meer vertellen dan dat ze hen niet herkend hadden, maar ze waren gekleed in blauwe kielen met uitzondering van een kerel die een bruinachtige rok droeg en twee hemdrokken met zilveren knopen. Ze waren allen middelmatig van postuur. Ook meldden ze dat op het moment dat de gauwdieven vertrokken waren er nog een was achtergebleven te paard om te verhinderen dat iemand de groep zou achtervolgen. Mocht dat wel gebeuren zo zei hij, dan zal binnen zes weken jullie huis in brand gestoken worden.
Isaac Scriba had alles zorgvuldig laten vastleggen, las de tekst nog ’n keer voor en alle deponenten waren het eens met de inhoud van de voorgelezen verklaring.
[Bron: BHIC toegang 5122 Algemeen schepenprotocol van Schijndel inv.nr. 158 scans 253 t/m 259]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 20 april 2017 (nr. 94)
