Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
De spijskokerij in de praktijk
In zijn geschiedenis van Schijndel maakt pater Wiro Heesters bij het hoofdstuk over de Vincentiusvereniging melding van de eerste spijskokerij, toen nog onder de naam van ‘erwtensoepkokerij’, die in 1870 is opgericht voor de arme schoolgaande kinderen die ‘in het gesticht van liefdadigheid’ naar school gaan. Bedoeld is hier de zgn. ‘binnenschool’ van de zusters. Later zal ook een spijskokerij worden gesticht voor de armere kinderen op de openbare school en de jeugd die in Wijbosch de school bezoekt. Onlangs werd mij door Antoon Vissers uit Deurne een archiefdocument toegestuurd over dit onderwerp. In 1914 is in het gemeentebegrotingsverslag een alinea gewijd aan deze spijskokerij, ingestuurd door het RK Kerkbestuur uit die dagen. Het is uitgesplitst in ontvangsten en uitgaven en geeft het volgende sfeerbeeld:
Ontvangsten | Uitgaven | ||
|---|---|---|---|
Fundatie Verhagen | f 100,- | aan rijst | f 26,- |
Collecte in de parochie | f 15,- | aan spek | f 80,- |
Subsidie vd gemeente | f 100,- | aan erwten | f 80,- |
aan margarine | f 20,- | ||
aan krenten, vet en zout | f 16,- | ||
aan steenkolen | f 10,- | ||
aan brood | f 70,15 | ||
aan diversen | f 70,30 | ||
Totaal | f 215,- | Totaal | f 302,45 |
De Schijndelse landweer
In het Brabants Dagblad van 16 juni stond een uiterst interessant en informatief artikel over een ontdekte landweer op de Doonheide bij Gemert. Archeologen waren er helemaal enthousiast over, want niemand had restanten van een oude landweer verwacht, dus was de verrassing des te groter.
Archeologe Janneke Bosmans, die ook in Schijndel actief is geweest bij o.a. de opgraving rond de Roode Leeuw en Keulse Kar [hoek Groeneweg/Hoofdstraat] heeft de Gemertse situatie nauwgezet in kaart gebracht. Zo’n landweer is een langgerekt verdedigingswerk bestaande uit een serie rijen met zgn. ‘struikelgaten’ en een aarden wal met aan weerszijden een greppel. Men liet zo’n landweer flink begroeien met stekelig gras, waardoor het voor de vijand erg moeilijk was zo’n gebied over te steken. Als soldaten of anderen hier met paard en wagen aankwamen, konden ze al spoedig niet meer verder. Paarden konden er immers gemakkelijk de benen breken in die met groen overdekte ‘diepe struikelgaten’ of de karren en legerwagens werden dusdanig beschadigd, dat verder trekken geen zin meer had. Een afdoende verdedigingswal dus! Met name in de 15e en 16e eeuw, toen de Brabanders met enige regelmaat oorlog voerden tegen de Geldersen, kwamen dergelijke landweren uitstekend van pas.
Tijdens mijn zoektocht in oude stukken van het hertogdom Brabant in het Brusselse rijksarchief viel mijn oog op een brief aan het Schijndelse dorpsbestuur gedateerd 26 juni 1447, waarin door de hertog van Brabant aan de ingezetenen permissie wordt gegeven een landweer aan te leggen op de grens met Veghel. De hertog heeft die brief op de toenmalige Brusselse rekenkamer laten uitwerken en het staat er in het 15e-eeuwse taalgebruik omschreven met de volgende bewoordingen; “om om hunnen gemeynt een gracht of veste te maken alsoe diepe hoege ende groet alst hen orborlic sal duncken op huere voorschreven vroenten ende gemeynten ter zijde waerts van den lande van Gelre tusschen hen ende die van Vechel’.
Ruim 100 jaren later nl. in 1553 wordt hij als een soort veldnaam of perceelsnaam genoemd. In dat jaar verkoopt een zekere Aart Aart Houbraken aan zijn broer Lucas een stuk land gelegen ‘aen Wijbosch aen die Lantweere’. In de 16e eeuw komen meer vermeldingen voor in de Schijndelse archieven. Bovendien hebben we een overtuigend bewijsstuk uit andere archieven opgediept nl. een situatiekaartje rond de oude Aardenburg, waar ons nu de Aardenburgsesteeg nog aan herinnert. Dat schetskaartje is in het Leuvense tiendarchief teruggevonden en dateert uit 1650. Daarop staat de landweer ingetekend en voor wie het kaartje kritisch bekijkt zal duidelijk zijn dat het hier gaat om een verdedigingslinie die begint bij de Kilsdonkse watermolen en linea recta is aangelegd op Wijbosch.
Was de Gemertse landweer een volkomen verrassing voor de archeologische experts…….volgens mijn vaste overtuiging liggen er in de Meierijse regio vast en zeker nog meer verborgen in het bodemarchief. Voor de Schijndelse landweer is het een toevalstreffer geweest dat hij in de archieven ook daadwerkelijk is ontdekt. Misschien dat archeologen nog eens de kans krijgen om hem bloot te kunnen leggen. Dat zou natuurlijk fantastisch zijn. De ontdekking van deze landweer is weer het levende bewijs hoe boeiend historisch onderzoek kan zijn en hoe goed het is dat een actieve heemkundekring alert is op dit soort zaken!
Als de kat van honk is…..
Aert Janssen van der Cuylen woont in Schijndel en is belast met de zorg voor vrouw en kinderen. Op 25 oktober 1570 meldt zijn moeder, dat ze graag naar de kermis wil in Heesch, maar ze vertelt er bij dat ze die nacht niet meer thuis komt. Ze draagt haar zoon op toezicht te houden op het huis. Die komt ‘s avonds laat, samen met knecht Dierick Lamberts, thuis aan. Dierick wordt meteen handtastelijk richting ‘de meid’ of ‘de maerte’. Hij grijpt haar vast, maar Aert zegt: “Laet ons maerte gaen ende haer dingen doen”
Dierick, die andere gedachten heeft, vraagt of men eten voor hem wil klaarmaken. Aert geeft de dienstmaagd de opdracht om daarvoor te zorgen. Bovendien eist Dierick, dat er ook nog een pot bier getapt moet worden. Aert daalt de keldertrap af, terwijl de huishoudster probeert bij te lichten. Hij tapt er een pot bier en brengt die naar boven. Met z’n drieën zitten ze nu aan tafel om te eten en te drinken. Omdat Dierick per sé niet alleen met de dienstmeid in huis mag blijven, gaat hij nogal ‘tirannich’’ tegen Aert te keer en slaat hevig op tafel met de bierpot. De dienstmeid ziet dat en roept tegen Aert: “Dierick sal den pot breken”. Aert, die de vrede wil bewaren zegt: “Laet hem den pot houden, den pot en heeft gheen noot”.
Opeens schiet de huishoudster naar buiten. Ze wil liever bij Dierick weg, want ze vertrouwt het niet en Aert volgt haar. Die adviseert haar om haar slaapkamer op te zoeken en naar bed te gaan en voegt er aan toe: “Ick sal Dierick wel van u keeren want hy in meyninge is desen nacht bij u te slapen”. Dierick heeft die conversatie gehoord en roept Aert na: “Ten sal u niet baten ende ick sal evenwel mynen wille doen”. Aert zegt nogmaals tegen de meid: “Gaet ghy vry in uwe slaepcamere te bedde; Dierick en sal u nyet(s) misdoen ende ick sal hem keeren”.
Dan komt Dierick aanzetten met een nieuwe pot bier en probeert Aert aan het drinken te krijgen, maar die reageert met: “Ick en begeer nyet meer te drincken dan eenen goeden dronck oft een halff potteken”. Dan drinkt Dierick de pot zelf leeg en dwingt hij Aert nog een pot te tappen. Daarna gaat Dierick naar buiten en loopt om het huis heen, in de hoop via een andere deur in het huis te kunnen komen, op zoek naar de huishoudster, want daar wil hij naar toe. Aert zegt dan: “Wat wildy dees tyts ‘snachts vuyten huyse gaen”. Dierick is vastberaden en loopt naar een kaars en zegt: “Ick wille die maerte sien metten lichten weder u lieff off leet is; ick wil gaen sien waer die maerte is”!
Ziende dat Aert hem de kans niet zal geven, raakt hij furieus, trekt zijn opsteker [een soort dolkmes] en rent op zijn tegenstander af. Aert grijpt naar een stoel om zich daarmee te beschermen tegen het naderende onheil. De messensteker weet van geen ophouden. Daarop zet Aert de stoel neer, bemachtigt in de gauwigheid een stevige stok en slaat Dierick hard op zijn hoofd. Die deinst achteruit, valt ter aarde en is enige tijd daarna overleden. Schout en schepenen van Schijndel bepleiten Aert’s gratieverlening, omdat er sprake was van puur zelfverweer. Moeder van der Cuylen komt wel van een koude kermis thuis!
[Bronnen: W. Heesters ‘Historische Verkenningen’[ 1984], collega Antoon Vissers in: BHIC toegangsnr. 17 Archief van het Provinciaal Bestuur inv.nr. 7182 dd. 10 maart 1915; Harry Schreurs en Jan Derks in: Vincentiusvereniging Schijndel 1854-2004; Henk Beijers e.a. Het Schijndels landschap [2003] pag. 149 en 226; BHIC 1107 inv.nr. 648 fiche 7 folio 189 – maart 1572]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 7 juli 2007 (nr. 10)
Illustratie via Rijksstudio.
