Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Verbrand in 1944
Als je tegen iemand uit Schijndel begint over de rijkdom van het lokale archief hoor je automatisch de opmerking….”Ja, jammer dat er in 1944 zoveel verbrand is, we hebben niet veel meer over”. Dat leeft onder de bevolking. Het eerste, de brand in de archiefruimte klopt, maar de tweede veronderstelling vraagt enige toelichting.
Het is inderdaad jammer dat die Duitser destijds een granaat in de toenmalige archiefruimte heeft gegooid, waardoor vele uiterst waardevolle archiefdocumenten verloren zijn gegaan. Zelfs de documenten die in de kluis lagen hebben er onder geleden, alhoewel een groot deel later toch gerestaureerd is. Maar….er is nog zoveel archief wél bewaard gebleven dat zelfs onze historische werkgroep, die al 21 jaren actief is en niets anders doet dan archieven van Schijndel bewerken, nog tientallen jaren vooruit kan om alles te bewerken wat te bewerken valt!
Het oud-schepenbankarchief van schout en schepenen begint in 1530 en loopt door tot aan Napoleon [1810]. Het gaat hier om een serie boekwerken in oud schrift die eigenlijk akte voor akte bekeken en geanalyseerd zouden moeten worden. Aansluitend hebben we het archief 1811-1930 dat weliswaar de nodige hiaten kent, want ook daar zijn aardig wat stukken van verbrand in 1944. Voorts heeft de gemeente alle archiefstukken van 1930-1960 en van 1960-1990 overgedragen aan het Brabants Historisch Informatie Centrum in ’s-Hertogenbosch wat we ‘recente historie’ zouden kunnen noemen.
Dan is er vanaf de 2e helft 17e eeuw tot ca. 1915 het archief van alle notarissen die in Schijndel hebben geresideerd en die een uitgebreid scala aan akten hebben vastgelegd. Ook het archief van de Heren Doctoren in de Godgeleerdheid uit Leuven, die het tiendrecht in Schijndel bezaten vanaf 1545, is op microfiches raadpleegbaar. Aan hen hebben we ook de grootste en uit 1741 daterende klok in de toren van de Servatiuskerk te danken, die gelukkig door de Duitsers is gespaard tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Daarnaast zijn er enkele tientallen kleinere archiefbestanden in ’s-Hertogenbosch gedeponeerd vaak vanuit bedrijven en instellingen. Uniek voor de recente historie zijn ook de microfiches van het Schijndelse Courant en Schijndels Weekblad vanaf 1939 met hiaten vanwege de Tweede Wereldoorlog. Vanaf de 12e jaargang uit 1954 staan alle ingebonden kranten op de heemkamer in ‘t Spectrum. En dan hebben het nog niet over alle Schijndelse akten die zijn terug te vinden in allerlei vroegere overheidsarchieven en collecties.
Dus……voor iemand die historisch geïnteresseerd is en zich wil aansluiten bij de huidige ‘vierkoppige’ historische werkgroep is van harte welkom! Er is nog een schat aan informatie terug te vinden en daar in duiken blijft boeiend!

Schijndel….een illustratieve momentopname
In wezen schrijft elk dorp van jaar tot jaar geschiedenis, omdat er zich steeds weer nieuwe ontwikkelingen voordoen, het straatbeeld verandert, nieuwe wijken ontstaan, panden worden gesloopt, seniorenappartementen worden gebouwd, bedrijventerreinen als paddenstoelen uit de grond oprijzen, de bevolkingsgroei is spectaculair en ga zo maar door. Als we het huidige Schijndel zouden afzetten tegen wat hierna volgt nl. een momentopname uit 1959, dan beseft men pas hoe het dorp in de laatste halve eeuw drastisch is gewijzigd.
In 1959 werd immers aan het gemeentebestuur gevraagd een beschrijving van het dorp in te sturen dat opgenomen zou kunnen worden in de Katholieke Encyclopedie en tevens is die doorgestuurd naar het Unesco Centrum Nederland in Amsterdam. Naast allerlei administratieve informatie werd ook een beschrijving ingestuurd verluchtigd met een zestal foto’s. We hebben de tekst integraal weergegeven en het loont de moeite hem eens rustig door te lezen en bij de oudere generatie zal het aardig wat herinneringen oproepen.
“Schijndel ligt in het hartje van de Meierij van ’s-Hertogenbosch op 13 km van de laatstbedoelde stad en op 25 km van Eindhoven verwijderd. Schijndel is van oorsprong een gemeenschap met een zuiver agrarische bevolking, waar bovendien naast de teelt en handel in hop, het klein ambacht, in hoofdzaak het klompen, hoepels en manden maken werd beoefend. De rust, die uitging van de honderden boerderijen te midden van het hoog opgaande loofhout en de korenvelden, werd onderbroken door de windmolens waar de boer zijn moeizaam gewonnen graan liet malen. Het geklik van de boerenkarren op de landwegen heeft in weinig jaren plaats moeten maken voor het jachtende tempo van de moderne industrie.
De werkplaatsen, waar in vroeger tijden de klompen met de hand gemaakt werden, zijn vervangen door moderne machinale bedrijven. Deze overgang, men zou kunnen zeggen van het statische naar het dynamische, brengt grote veranderingen, als gevolg van de niet te verzadigen behoeften voor een industrieel uitbreidende gemeente met snel groeiende bevolking, die op alle terreinen van de primaire levensbehoeften zo geheel anders georiënteerd is dan slechts enkele tientallen jaren geleden. Dat Schijndel in dit opzicht met bijzondere problemen te maken krijgt, begrijpt men als men weet, dat er in Nederland slechts drie gemeenten zijn die Schijndel in snelle toename van de beroepsbevolking overtreffen. Honderden jonge mensen zullen in de nabije toekomst werk moeten vinden, een probleem waarvan de oplossing slechts te vinden is in een steeds verder gaande industrialisering.
De ramp van de oorlog, die Schijndel in 1944 trof en die gepaard ging met grote vernielingen in het centrum en het oostelijk deel van de gemeente, heeft de gelegenheid geboden tot ingrijpende wijzigingen in het stratenplan, waarop men tevens een gedeelte van Schijndelse grootindustrie, de Koninklijke Kousen- en Sokkenfabrieken M.Jansen de Wit NV kan zien.

Men greep die gelegenheid tevens aan om de gemeente nog aantrekkelijker te maken door de aanleg van een riant marktveld met talrijke uitvalswegen, waar de 15e-eeuwse toren van de St.Servatiuskerk ten hemel rijst.
Het centrum heeft zich in snel tempo ontwikkeld tot een koopgelegenheid van meer dan plaatselijke betekenis. Fraaie en grote winkels zijn hier door middenstanders gebouwd, die gelegenheid bieden tot prettig winkelen en kopers weten te trekken uit de verre omtrek.
De snelle groei van de gemeente vraagt de voortdurende en volle aandacht voor de bouw van woningen, waarbij het particuliere initiatief niet achterblijft. Door de gemeente zijn voornamelijk in het zuid-oosten en in het noord-westen fraaie nieuwe woningwetwoningen gesticht, terwijl vele particuliere bouwers zich in een riant aangelegde woonwijk nabij het centrum der gemeente hebben gevestigd. De ruim 13.000 inwoners, die overwegend katholiek zijn, vinden er hun parochiekerken, gemeenschapshuizen en gestichten. Snel is de groei van velerlei onderwijsinstellingen. In het kader van sport en ontspanning mag het mooi gelegen grote zwembad ‘De Molenheide’ en het gemeentelijk sportpark met terreinen voor allerlei takken van sport niet onvermeld blijven.
Het klimaat der gemeente, waardoor de Zuid Willemsvaart en de spoorlijn van Boxtel naar Noordrijnland-Westfalen loopt, is in alle opzichten rijp voor industrievestiging."
Zakelijke informatie
Wat de administratieve informatie betreft, waarin men nog verder teruggaat tot in de jaren ’30, zijn de volgende gegevens wel heel interessant om een beeld te krijgen van de toestand van voor de Tweede Wereldoorlog.
"Het aantal inwoners bedroeg anno 1932 in totaal van 8110 inwoners. De inwoners zijn over het geheel katholiek, slechts 10 gezinnen zijn protestants en Joden e.a. zijn hier niet meer. De inwoners leven hoofdzakelijk van land- en tuinbouw, veeteelt, winkelbedrijf en van industrie. De volgende industrieën zijn in deze gemeente gevestigd: 1 Kousenfabriek met 450 arbeiders [m. en v.], 2 wasblekerijen ‘Alpengroei’ met ± 40 arbeiders en wasblekerij ‘De Bijenkorf’ met ± 5 arbeiders, 1 vleeswarenfabriek met ± 30 arbeiders, 1 timmerfabriek met ± 35 arbeiders, 1 boterfabriek met ± 8 arbeiders, diverse klompenmakerijen met 200 arbeiders, diverse hoepelmakerijen met 150 arbeiders, 3 mandenfabrieken met 25 arbeiders en 2 harkenmakerijen met 6 arbeiders. In deze gemeente zijn gevestigd een kweekschool voor onderwijzeressen, een R.K.Lagere Landbouwschool en een R.K.Tekenschool.
Bijzondere bezienswaardigheden heeft de gemeente niet. Wel heeft zij een prachtige bosrijke omgeving welke een bezoek meer dan waard is. Het toerisme is nog van weinig betekenis hoewel de gemeente ten opzichte van het verkeer zeer gunstig gelegen is (aan den kunstweg ’s-Hertogenbosch-Eindhoven, tram- en autobusmaatschappij ‘de Meierij’ welke een tram- en autobusdienst heeft van Eindhoven naar ’s-Hertogenbosch vice versa, spoorlijn Boxtel-Gennep, terwijl het kanaal de Zuid Willemsvaart door de gemeente loopt.
In deze gemeente zijn diverse organisaties gevestigd nl. de NCB afd. Schijndel, de Jonge Boerenstand, de Boerinnenbond, Werkliedenbond, Vereniging de Jonge Werkman, Vereniging Katholieke Jonge Meisjes, Propagandaclub voor God en Vaderland, een RK Patronaat voor jongens, Leeszaal en Bibliotheek, Kook- en huishoudcursus, Hanze Boekhoudcursus, Tuinbouwcursus, vanwege de Vereniging ‘het Wit Gele Kruis’ is een consultatiebureau voor zuigelingen opgericht.
In deze gemeente zijn gevestigd 3 RK parochies nl. dorp, Boschweg en Wijbosch en er staat ook een protestantse kerk. Verder zijn hier 2 zusterkloosters ter verpleging van zieken, kostdames en herenpension en ouden van dagen. Een nieuw klooster met ziekenhuis, ingericht volgens de eisen des tijds, is in aanbouw."
Was getekend,
H. van Velthoven rubriek-redacteur van de aardrijkskunde 28 april 1932
Bron: BHIC toegang 5135 Archief gemeente Schijndel 1930-1960 inv.nr.38
Oorspronkelijke publicatiedatum: 28 augustus 2014 (nr. 63)
