Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Historische Nieuwtjes: Weer een deserteur gesignaleerd

Historische Nieuwtjes: Weer een deserteur gesignaleerd

Henk Beijers

15 juli 2024

Bijgewerkt op 12 november 2024

Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.

In Historische Nieuwtjes 64 is het beeld geschetst van een Schijndelse militair die begin 19e eeuw in beeld kwam luisterend naar de naam Andries Anthony Verhagen. Inmiddels zijn we een nieuwe deserteur op het spoor gekomen, die ook geschiedenis heeft geschreven, zij het niet al te positief. We gaan hem volgen op basis van het dossier dat van hem is aangelegd.

Het gaat om een zekere Jan of Johannes van den Langenberg op 24 februari 1803 geboren te Schijndel als zoon van Servaas van den Langenberg en Cornelia Hurkens en het laatst heeft hij gewoond in ’s-Hertogenbosch. Op 15 mei 1823 wordt hij ingedeeld als milicien voor een periode van drie jaren, als remplaçant [vervanger] van een zekere A. Verkuijlen, inmiddels overleden, die een loteling was van de lichting van 1821. Van den Langenberg dient als fuselier bij de 1e compagnie van het depôt bataljon der 13e afdeling infanterie. De 28e mei ligt hij in garnizoen te Arnhem.

We kunnen weliswaar geen compositietekening maken van de man maar bij zijn inschrijving voor de militaire dienst is zijn signalement vastgelegd. Hij is lang, volgens de maatvoering van die tijd, 1 el, 5 palmen, 9 duim en 4 streep, loopt rond met een ovaal gezicht, een rond voorhoofd, grijze ogen, een ordinaire [= gewone] neus, eveneens een ordinaire mond, een ronde kin, bruin haar als ook bruine wenkbrauwen en ten slotte is hij herkenbaar aan ‘merkbare teekenen op de linkerhand geprikt met O.J.’ maar elders spreekt men van een anker.

Krijgsraad J. van den Langenberg
Extract krijgsraaddossier van J. van den Langenberg (Bron: BHIC, toegang 20, inv.nr. 88, rolnr. 1134.) 

Desertie is strafbaar

De Willemsorde zou hij nooit opgespeld hebben gekregen, want om te beginnen wordt hij al snel beschuldigd van desertie. Zonder verlofpas en zonder enige permissie van zijn hogere overheden heeft hij de garnizoensplaats Arnhem verlaten en zich moewillig aan de militaire dienst onttrokken. Dat komt hem uiteraard duur te staan. Deserteren uit je korps is strafbaar en de krijgsraad neemt een dergelijk delict zwaar op.

Hoe dan ook…..de vogel was gevlogen, maar niet voor lang. Tot overmaat van ramp had hij allerlei spullen meegenomen wat niet toelaatbaar was. Al op de 31 mei ’s morgens om 9 uur wordt hij in de boeien geslagen door Arnoldus Winks en Gerrit Frans Silhorst dienders van de te Boxtel gestationeerde Koninklijke Marechaussée te paard en door hen werd Johannes overgebracht naar het provoosthuis van garnizoen ’s-Hertogenbosch. De provoost is zeg maar de gevangenisdirecteur van de gedetineerde militairen. Bleef het bij desertie dan zou hij door de militaire rechtbank veroordeeld worden, maar in het geval van Johannes lag het iets gecompliceerder.

Tijdens de eerste ondervraging kwam het volgende boven water:

Vraag 1: Wanneer zijt gij en van welk bataljon gedeserteerd?

Antw. 1: Op 27 mei 1823 uit Arnhem van het depôt bataljon 13e afd.

Vraag 2: Welke monteringstukken hebt ge meegenomen?

Antw. 2: Chacot [z’n hoofddeksel], rok, grijze broek, bajonet en bandelier.

Vraag 3: Waar hebt gij dit alles gelaten?

Antw. 3: Chacot en rok heb ik geruild voor boerenkleding en mijn bajonet en bandelier heb ik weggesmeten.

Andere gepleegde delicten

Er liepen echter nog twee andere aanklachten tegen hem. Het betreft twee diefstallen waarvan de eerste te Schijndel waar hij onder het gehucht de Beek een witte karhuif weggehaald zou hebben bij de landbouwer Piet van den Tillard. Tijdens zijn ondervraging legt hij hiervan ook een bekentenis af.

Voorts wordt hij beschuldigd van een diefstal van een effen gouden kruis, een gouden ring, een gouden knop en slot en een rode halsdoek, welk delict hij heeft gepleegd ten huize van Francis Schelkes [vgl. Schellekens] een landbouwer uit Gemonde onder de jurisdictie van Boxtel. Hij zou dit alles weggegrist hebben vanuit een ongesloten kist. Deze diefstal ontkent hij tijdens het verhoor. Toch bleef hij sterk verdacht, zeker na de verklaringen van twee dames nl. een zekere Anna Maria van Mierlo en Johanna van der Rijt, die hebben verklaard dat bij deze diefstal o.a. betrokken was Bart van de Langenberg, een oom van de deserteur. Deze diefstallen gaven een bijzondere wending aan het proces. De krijgsraad mocht immers geen vonnissen uitspreken als er burgers bij betrokken waren, dus werd het een civiele zaak.  Uiteindelijk zou hij veroordeeld worden tot betaling van alle kosten!

Bron: BHIC, dossiers van de Krijgsraad van garnizoen ’s-Hertogenbosch, toegang 20 dossiernr.88 vonnis 1134 [met dank aan Antoon Vissers uit Deurne die mij opmerkzaam maakte op dit dossier]

Oorspronkelijke publicatiedatum: 8 januari 2015 (nr. 65)

Lees hier de andere Historische Nieuwtjes.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.