Wanneer iemand vandaag door de straten van Breda loopt, is het waarschijnlijk moeilijk voorstelbaar dat diezelfde straten ooit het wonderlijke decor vormden van verschillende middeleeuwse processies vol muziek, kleur, devotie en verhalen.
Eén van die verhalen nu bijna vergeten, maar ooit springlevend, luid en betekenisvol, is de Bredase Denensaga. Dit laatmiddeleeuwse (c. 1500) verhaal vertelt hoe een groep Denen onder leiding van ene Godfried op wonderbaarlijke wijze in Breda terecht komen, zich daar vestigen en vervolgens een wonderbaarlijk kruis creëerde.
Vanaf het eerste moment dat ik tegen dit verhaal liep was ik gefascineerd. Allerlei vragen vlogen door mijn hoofd, maar gedurende mijn onderzoek voor mijn masterscriptie ontdekte ik één facet dat mij sindsdien niet meer losgelaten heeft. De kracht van het verhaal zit namelijk niet alleen in wát het vertelde, maar vooral in hoe het verteld werd: hardop, voor een publiek, tijdens een ceremonieel moment waarop heel de stad Breda luisterde.
In dit verhaal keer ik terug naar de tijd en plaats van de Denensaga, beschrijf ik de historische context van de stad en haar Grote Ommganck , en laat ik zien waarom de tekst begrepen moet worden als een soort ‘script’: een performatieve handleiding voor een ritueel dat Breda’s identiteit vormde en bevestigde.
Een vergeten stem uit het verleden
De Denensaga is ontstaan rond 1500 en overgeleverd in één manuscript. De auteur (wiens identiteit overigens onbekend is) opent de tekst met een opmerkelijke motivatie: men is namelijk vergeten hoe het Heilig Kruis van Breda precies in de stad terecht is gekomen, en daarom wil hij het verhaal opnieuw vertellen. Al direct wordt duidelijk dat het gaat om een tekst die bedoeld is om in het openbaar gehoord te worden. De schrijver richt zich expliciet tot zijn luisteraars:
"Omme dat die reden es uergheten/Ende luttel liede sijn diet weten/Hoe theylighe cruce quam te breda/Wanic v segghen hoert daer na/Wie si waren diet daden maken/Der waerheit salic niet messaken/Want hier uoermaels es ghesciet/En wetent alle die liede niet/Des wil ic v den sin uerclaren/Ende die reden openbaren/Op dat mi god daer toe ghesterke"
Omdat de reden in de vergetelheid is geraakt/En er maar weinig mensen zijn die weten/Hoe het Heilige Kruis naar Breda is gekomen/Moet ik u vertellen, luister goed/Wie het heeft gemaakt/Ik zal de waarheid niet verloochenen/Want wat hier ooit is gebeurd/Is slechts bij heel weinig mensen bekend/Daarom wil ik er verslag van doen/En de reden bekendmaken/Moge God mij de kracht geven om dat te doen.
Een geschreven tekst die zich gedraagt als gesproken woord – dat verraadt een performatieve oorsprong.
Het verhaal zelf is een levendige mengeling van geschiedenis, legende, mirakelverhalen en morele oproepen. De Denen worden voorgesteld als vreemdelingen die ooit in vrede leefden, maar door hoogmoed en agressie in conflict kwamen met de bevolking van Breda. Uit dat conflict, zo luidt de saga, kwam een wonderbaarlijk kruis voort dat uiteindelijk in de Onze-Lieve-Vrouwekerk zijn plaats vond. Het publiek krijgt niet alleen de gebeurtenissen te horen, maar wordt opmerkelijk ook opgeroepen om voor de zielen van de gevallen Denen te bidden: bij uitstek een oproep die pas betekenis krijgt wanneer een groep mensen samen luistert.

Breda in de late middeleeuwen: stad, ritueel en identiteit
Om te begrijpen waarom de Denensaga belangrijk was, moeten we weten wat er in de late 15e en vroege 16e eeuw in Breda speelde. De stad was toen onderdeel van het Bourgondische rijk en werd bestuurd door de Oranje-Nassaus. Stedelijke cultuur bloeide en rituelen speelden een belangrijke rol in de vorming van een lokale identiteit. Een van belangrijkste religieuze rituelen die de stad kende waren stadswijde processie, waarvan Breda er meerdere kende. De twee belangrijkste echter waren de jaarlijkse Grote Ommganck tijdens Pinksteren en de Cleyne Ommganck zo’n twee weken later. Tijdens de Grote Ommganck stond een reliek van het Heilig Kruis centraal terwijl de Bloedende Hostie van Niervaert twee weken later in de spotlight stond.
Het is belangrijk om te beseffen dat zulke processies geen louter religieus rituelen waren. Natuurlijk stonden devotie en verering centraal, vooral rond de belangrijkste relieken: het Heilig Kruis en de Bloedende Hostie van Niervaert, maar de tocht door de stad had ook een sterke burgerlijke dimensie. De stadsbestuurders, gilden, broederschappen en burgers toonden zich namelijk gezamenlijk en waren zelfs verplicht zich te tonen. Het was bij uitstek een moment waarop Breda als politieke én religieuze eenheid zichtbaar werd. Conflict lag echter ook op de loer: de maatschappij was immers zeer hiërarchisch ingedeeld en afwijken daarvan werd zelden geduld.
Bovendien was het een zeer competitief fenomeen: steden als Brugge, Leuven, Antwerpen en ’s-Hertogenbosch, maar ook Bergen op Zoom of Amersfoort probeerden elkaar telkens te overtreffen in pracht en praal. Door met een eigen wonderverhaal – dat van de Denensaga – én een bijzonder reliek te komen, liet Breda zien dat ook zij een stad van betekenis was, met een verleden dat het waard was om jaarlijks opnieuw verteld te worden
De Denensaga als ritueel script
Tijdens mijn bestudering van de tekst viel één aspect het meest op: de saga bevat talloze aanwijzingen dat zij geschreven is om voorgelezen te worden. De tekst zit vol performatieve elementen zoals:
- directe aanspreekvormen ('Hoor nu'; 'Luister goed'; 'Ik zal jullie vertellen'),
- ritmische herhaling,
- dialogen,
- plotmomenten die uitnodigen tot reactie,
- en een slot waarin de toehoorders worden aangespoord te bidden.
Dergelijke elementen, die ook in andere middeleeuwse teksten vaak aanwijzingen zijn voor zogenaamde performativiteit, maken voor mij duidelijk: dit was geen stille lectuur. Het was een rituele handeling, bedoeld om geklonken en gehoord te worden tijdens de processie. De Denensaga werd daarom hoogstwaarschijnlijk gereciteerd op een moment dat het Heilig Kruis zelf door de straten werd gedragen. Terwijl de processie voortbewoog, hing de tekst als het ware in de lucht: de woorden brachten het heilige verleden van Breda tot leven, terwijl het reliek (het tastbare bewijs van dat verleden) zichtbaar meebewoog. Tekst en ritueel waren zo volledig met elkaar verweven.
Op die manier functioneerde de tekst als een soort script, niet alleen voor de verteller maar ook voor het publiek. De saga gaf woorden aan wat de processie uitbeeldde, legde uit waarom het kruis zo belangrijk was en gaf betekenis aan de aanwezigheid van de burgers. Door te luisteren en mee te bidden, nam het publiek actief deel aan het hernieuwen van de Bredase identiteit.
Waarom het verhaal ertoe deed
Bovendien zat het belang van de Denensaga niet alleen in de inhoud van het verhaal, maar vooral in haar rol binnen de processiecultuur van Breda. Door het verhaal jaarlijks te laten klinken:
- werd het verleden van Breda levend gehouden,
- werd de devotie voor het Heilig Kruis versterkt,
- werd de gemeenschap verenigd in een gedeelde ervaring,
- werd de stad onderscheiden van andere steden met eigen mirakeltradities,
- en werd het ritueel een vorm van stedelijke zelfpresentatie.
Net zoals vandaag verhalen identiteit vormen, deed de Denensaga dat voor de burgers van toen. Het gaf hen een plaats in een groter, heilig geheel dat zich op hun eigen grond afspeelde. Elke keer dat het verhaal werd verteld, werd Breda opnieuw benoemd, bevestigd en verbeeld als een stad met een wonderbaarlijke geschiedenis.
Kik hier voor de volledige scriptie van Seppe Snellenberg-Kievit (Engelstalig).
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
