Na de oorlog is de medische zorg in Nederland enorm verbeterd. Toch waren huisartsen kort na de oorlog nog veel meer doe-het-zelvers dan poortwachters die mensen naar specialisten stuurden. Voor allerlei kleine en minder kleine klusjes deinsden zij niet terug. Zo hadden wij in Uden Dokter Koning senior die mijn zus Tiny en later mijn broer Toon zonder tussenkomst van een ziekenhuis behandelde, waar vandaag de dag zich zeker een medisch specialist over gebogen zou hebben. Maar ook nog in de zestiger jaren waren er nog oudere praktiserende huisartsen die niet schroomden om zelf de scalpel ter hand te nemen indien nodig.

Toen mijn inmiddels oudste zus vijf was, werd het tijd om haar op te geven voor de Bewaarschool, zoals toen de kleuterschool nog heette. Tiny was een jaar of vijf. Het liep tegen het einde van de oorlog. De nonnen zorgden toen voor de kleuters.
Mijn moeder hees haar dochter op haar fiets en waarschuwde haar nadrukkelijk dat ze d’r beentjes wijd moest houden, want ze had geen jasbeschermers. In de Kerkstraat ging het mis: ”Mijn voet kwam tussen de spaken en draaide nog een stuk mee. De botten staken eruit!” Moeder viel om met de fiets, maar zij bleef ongedeerd. Een geluk bij een ongeluk: het gebeurde zowat voor de deur van dokter Konings statige dokterswoning. Tiny is naar de Sint Jan gebracht, even verderop. Dokter Koning heeft daar Tiny’s enkel gezet en verbonden. Of er gips was aangebracht weet Tiny niet meer, maar: “Toen ik bijkwam, zat ik op de bakfiets van de koster die me naar huis gebracht heeft.”

De vriendelijke zusters van het klooster aan de Volkelse weg hebben Tiny’s enkel verzorgd. “Na een week of acht liep ik weer als unne kieviet!”
Lees meer verhalen over de familie Dekkers en hun huisartsen
