John Wahman is sinds 2023 verbonden aan de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Het blijkt dat Wahmans oudoom, Clement C. Leone (1924-2022), een gedecoreerde oorlogsheld was, met een sterke band met Nederland. Ontdek het verhaal van sergeant Clem Leone.
Zoektocht
Wahman besloot met de hulp van collega's van de afdeling Public Diplomacy van de ambassade de epische reis te traceren die Leone in 1944 als jonge 19-jarige radio-ingenieur maakte. Het team ging acht decennia later op zoek naar mensen, sporen, locaties en getuigenissen van Leone's reis, met als hoogtepunt een ontmoeting met afstammelingen van het Nederlandse verzet. Leden van het Nederlandse verzet die Leone en andere Amerikaanse militairen onderdak boden en steunden, met gevaar voor eigen leven.
De bommenwerper crash in Hardenberg
Sgt. Leone was een van de bemanningsleden van een B-24 Liberator-bommenwerper (bijgenaamd de "Wacky Donald"), die de taak had om Duitse industrie- en infrastructuurdoelen te bombarderen om de voorwaarden te scheppen voor een succesvolle D-Day. In de vroege ochtend van 24 februari 1944 vertrokken het vliegtuig en de bemanning van Leone vanaf het US Army Air Forces Station Tibenham (Norfolk), Engeland, als onderdeel van een grotere missie genaamd "Big Week". Rond het middaguur stak de bommenwerper de Nederlands-Duitse grens over en stuitte op hevige tegenstand van de Duitse Luftwaffe.
De zware bommenwerper werd geraakt en de piloot had het vliegtuig weten te keren om terug naar Engeland te vliegen, toen hij neerstortte in het gehucht Baalder, in de gemeente Hardenberg, op de boerderij van de familie Reinders. Vijf bemanningsleden waren op slag dood. Toen het vliegtuig naar beneden stortte, kon Leone ontsnappen via de dorsale koepel van het vliegtuig. Volgens zijn herinneringen bevond hij zich bovenop het vliegtuig en twijfelde hij welke kant hij op moest springen, toen hij door een explosie bewusteloos raakte. Gelukkig kwam hij net op tijd bij om zijn parachute te openen.
In totaal overleefden vier bemanningsleden, waarvan er drie onmiddellijk gevangen werden genomen. Op boerderij Reinders raakte niemand gewond, maar het terrein werd wel vernield. De Duitsers die in de buurt waren gestationeerd, zetten het gebied af. Bewoners werden gedwongen de wacht te houden bij het wrak, dat later werd verwijderd.
De vijf vliegeniers die omkwamen waren 2/Lt. Robert A. Blomberg, Sgt. Edward T. Cooper, T/Sgt. Richard E. McCormick, S/Sgt. John J. Sheppard; M/Sgt. John Gunning werden aanvankelijk begraven op de oude begraafplaats in Hardenberg. Na de oorlog werden alle vijf de gesneuvelde vliegeniers begraven op de Amerikaanse Begraafplaats in Margraten (opent in een nieuw tabblad). Later werden de stoffelijke overschotten van vier van hen gerepatrieerd naar de Verenigde Staten. Het graf van staartschutter Staff Sergeant John J. Sheppard ligt nog steeds in Margraten, waar het sinds 1945 door Nederlandse burgers wordt geadopteerd en verzorgd.
Ondergedoken en krijgsgevangene

Clem Leone wist aanvankelijk met hulp van het verzet te ontkomen. Hij werd na een tijdje gearresteerd door een NSB-er, maar die werd tijdens het transport aangevallen en opnieuw ontsnapte Clem. Het verzet bracht hem achtereenvolgens onder in Ommen, Amsterdam, in het bekende Pyjama House in Erp, in Schijndel en in Kaatsheuvel. Via Antwerpen zou hij naar het zuiden ontsnappen, maar de verzetsman daar was een collaborateur en Leone werd op 13 juli 1944 alsnog opgepakt. Als krijgsgevangene kwam hij terecht in Stalag Luft IV Gross Tychow (opent in een nieuw tabblad) in Polen. 6.000 krijgsgevangenen werden in de strenge winter gedwongen aan een dodenmars van bijna 1.000 kilometer. Begin mei 1945 werden de overlevenden bevrijd door het Britse leger. Clem kon weer naar huis.
Een uitgebreide versie van dit verhaal (in het Engels) kun je lezen op de website van de Amerikaanse ambassade in Nederland.
Lees hier het uitgebreide verhaal (opent in een nieuw tabblad)
Of bekijk de indrukwekkende documentaire die over de zoektocht naar de reis van Clem Leone werd gemaakt.

