Op de foto met ome Jan: dit ben ik met mijn ome Jan rond 1938. Ome Jan Terburg was in dienst bij het “paardenvolk", gelegerd in de “Nieuwe Alexander” in Den Haag. Hij was daar toen de oorlog uitbrak.

Ome Jan vertelde later: “Op 10 mei stonden wij, een groepje militairen met de kolonel, naar de Duitse vliegtuigen te kijken. De kolonel, je weet wel, zo’n gepensioneerde haas”, zei ome Jan, “stond daar met zijn stok in de lucht te prikken en een soort college over de oorlog te geven.”
Ik kon het me levendig voorstellen. Toeval wil dat ik in 1960 in diezelfde kazerne gelegerd was.
Het speelt zich wel niet af in Brabant, maar hier zie je hoe een dienstplichtige Brabantse jongen het toch nog “ver kan schoppen” in het leger. Ik deed dienst als telexist op het hoofdkwartier. Dat was gevestigd in de bunker die Seyss-Inquart in de oorlog had laten bouwen. In de voetsporen van Seyss-Inquart, zou je kunnen zeggen.
Hij heeft het er niet levend afgebracht; ik wel. Het ding staat nu te koop (opent in een nieuw tabblad). Regelmatig moest ik naar de Julianakazerne daar in de buurt, voor het onderhoud van de telexmachine daar. Dan zag je soms nog eens een echte generaal! (Zo zie je maar hoe het zien van een foto je gedachten doen afdwalen!)




