Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Infanticide in Oosterhout

Infanticide in Oosterhout

Astrid Zwart

20 augustus 2026

Bijgewerkt op 20 augustus 2026

In het najaar van 1891 werd Oosterhout opgeschrikt door een heftig familiedrama met dodelijke afloop.

Dagblad van Friesland 13-12-1891
Berichtgeving in het Dagblad van Friesland, 13 december 1891.

Een problematisch gezin

Cornelia Oomes was de oudste van zes kinderen. Ze was 1,54 meter lang en had bruin haar en blauwe ogen. In 1890 woonde ze met haar ouders in de Rulstraat te Oosterhout. Cornelia was verkoopster van groente en fruit.

Op haar 19e werd ze ongehuwd zwanger en op 15 april 1891 beviel ze in het huis van haar oom op de Hooge Pad (Later werd dit Bosstraat). Haar moeder deed aangifte van de geboorte. Cornelia noemde haar dochtertje naar haar overleden zusje Pietronella (overleden toen zij 12 jaar oud was).

Het gezin was bij de politie bekend. Vader dronk veel en moeder had ook geen beste naam. Er waren vele ruzies thuis, maar door de komst van de kleine Pietronella dronk vader wel minder volgens de getuigenis van veldwachter Roelofs. Ze waren dol op hun kleindochter.

Nadat Cornelia voor de zoveelste keer ruzie kreeg met haar ouders over haar dochtertje, zetten haar ouders haar met de baby op straat. Het meisje was toen vijf maanden oud.

Een fataal voornemen

Cornelia had voor ze vertrok van huis al plannen gesmeed om zich met haar dochtertje van het leven te beroven door middel van verdrinking.

Onderweg naar de sloot waar ze haar plan wilde uitvoeren, kwam ze de latere getuige Johanna van Dongen tegen. Johanna heeft nog aan Cornelia gevraagd of zij met haar mee wilde gaan en heeft ook nog Pietronella op de arm gehad. Volgens Johanna droeg Pietronella haar zondagse kleertjes en Johanna had nog een fles voor haar gehaald. Johanna verklaarde later, dat Cornelia weigerde mee te gaan en naar haar had geroepen dat ze weg zou gaan en dat ze haar nooit meer zouden zien. Johanna schonk daar op dat moment niet veel aandacht aan, want Cornelia riep dat wel vaker en vervolgde haar tocht.

Cornelia sprong met haar dochtertje in de sloot maar veranderde van gedachten. Ze besloot alleen haar dochtertje te verdrinken en zelf van dorp naar dorp te gaan reizen om daar een dienstbetrekking te zoeken. Ze heeft haar dochtertje onder water gehouden totdat het meisje was overleden.

De Arnhemsche Courant 19-10-1891
Berichtgeving in De Arnhemsche Courant, 19 oktober 1891.

Zogenaamd een ongeluk

Daarna ging ze met haar op schoot zitten aan de waterkant en riep hard om hulp om te laten overkomen dat ze per ongeluk in het water gevallen waren. Toen echter niemand reageerde, droeg ze het lichaampje naar Maria Gorisse, een boerin die aan de Hoofseweg woonde. Maria heeft het kindje uitgekleed en gevoeld dat het buikje nog warm was. Bovendien liep er nog wat water uit haar neusje en mondje. Ze constateerde dat het meisje inderdaad was overleden en dat de kleertjes nat waren. Ook de kleding van Cornelia was nat.

De getuige Johanna van Dongen, die zij eerder was tegengekomen en daar op dat moment ook was, verklaarde later ook dat de kleding van Cornelia en Pietronella nat was. Ook was zij er getuige van dat het lijkje en Cornelia naar het huis van Cornelia’s ouders werden gebracht.

De Arnhemsche Courant 12-10-1891
Berichtgeving in De Arnhemsche Courant, 12 oktober 1891.

Veldwachter Roelofs werd erbij geroepen. Hij arresteerde Cornelia en nam haar en het babylijkje mee naar het Raadhuis. De volgende dag werd het lijkje door de officier geneeskunde Pichal en huisarts Van Liebergen onderzocht. Zij constateerden dat het meisje inderdaad door verdrinking was omgekomen.

Cornelia moest voorkomen in Breda. Ze werd beschuldigd van moord en er werd vijf jaar gevangenisstraf geëist.  Door haar bekentenis en de getuigenverklaringen werd zij inderdaad ook veroordeeld voor moord. Ze kreeg vier jaar gevangenisstraf opgelegd. Bovendien moest zij de kosten van het proces betalen. Ze ging in hoger beroep in ’s-Hertogenbosch. Hier kreeg zij dezelfde straf opgelegd met verhoging van de proceskosten voor het hoger beroep erbij.

De Grondwet 29-10-1891
Berichtgeving in De Grondwet, 29 oktober 1891.

Terug naar huis en huwelijk

Cornelia heeft haar straf uitgezeten in Utrecht. Na haar vrijlating op 13 december 1895 keerde ze terug naar Oosterhout en trok weer bij haar ouders in. Haar ouders woonden toen in de Kanonnierstraat.

Cornelia trouwde op 9 januari 1896 met de in Geertruidenberg geboren arbeider Cornelis Tak. Na een aantal jaren in Oosterhout te hebben gewoond, vertrokken zij voor twee jaar naar België. Daarna keerden zij op 13 augustus 1902 terug naar Oosterhout en gingen in de Bosstraat wonen. In de periode dat zij hier woonden, werd Cornelia nog betrapt op het stelen van dennenboompjes. Zij krijgt hiervoor een geldboete van drie gulden.

Op 10 mei 1907 vertrok het gezin definitief naar Rotterdam. Cornelis en Cornelia hebben zes zonen en vier dochters gekregen, waarvan twee dochters al jong overlijden. Cornelis Tak overleed op 23 september 1947 en Cornelia Oomes op 3 april 1956.

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Infanticide in Oosterhout | BHIC