De grafsteen hieronder ligt in het tweede transept aan de zuidzijde van de Grote of Sint-Gertrudiskerk te Bergen op Zoom en is door opsteller gefotografeerd. De tekst op de steen luidt: “Hier ligt begraven heer Johan van den Bosch in zijn leven luitenant-generaal van de artillerie mitsgaders kapitein en ingenieur ten dienste van de Verenigde Nederlanden is gestorven tot Bergen op Zoom de negende oktober 1641”.

Opsteller komt bij deze grafsteen terecht door twee boeken van dr. Frans Westra. Hij behaalde zijn doctorstitel op basis van het proefschrift Nederlandse ingenieurs en de fortificatewerken in het eerste tijdvak van de Tachtigjarige Oorlog 1573-1604, uitgegeven in 1992. Het proefschift laat hij in 2010 volgen door deel 2 met de titel Bouwers van Sterke Werken, Nederlandse ingenieurs in het tweede tijdperk van de Tachtigjarge Oorlog 1605-1648.

In deel twee wordt mijn aandacht getrokken door een foto van voormelde grafsteen en de levensbeschrijving van de betreffende militair Jan van den Bosch.
De loopbaan van Jan van den Bosch
Westra wijdt in zijn tweede boek aan hem een hele pagina. Jan wordt ook Johan en Van den Bossche genoemd. Met zijn vriendelijke toestemming is de tekst aan dit verhaal toegevoegd. Klik hier. (opent in een nieuw tabblad)
Jan blijkt dus in dienst van de Prinsen Maurits en Frederik Hendrik vanuit de praktijk te zijn doorgegroeid naar de rang van luitenant-generaal der Artillerie, tevens kapitein en ingenieur ten dienste van de Verenigde Nederlanden. Het verhaal van Westra laat zien dat Jan zich vooral beweegt rond de Zuiderwaterlinie en de IJssel en Maas. Jan is ingenieur te velde, dat wil zeggen: hij is betrokken bij het belegeren en vervolgens aanvallen van vestingen, maar hij is ook militair adviseur voor de aanleg van forten, dijkwerken en waterlopen. Dus voor opsteller reden zich te beperken tot enkele opvallende gebeurtenissen.
Zijn optreden bij het Beleg van Grol
Jan is betrokken bij de belegering van Grol (nu Groenlo) van 19 juli tot 9 augustus 1627, onder Frederik Hendrik. Het boek van Johannes Bosscha Neerlands heldendaden te land van de vroegste tijden af tot op onze dagen (1873) meldt hierover het volgende: "Van den Bosch en Perceval, de één een Nederlander, de ander een Fransman, waren de Ingenieurs, die op de voornaamste aanvalspunten het werk stuurden. Tot het overtrekken van de natte grachten wordt bijna uitsluitend gebruikgemaakt van de zogenoemde galerijen, welke vervaardiging de grootste moeilijkheden en gevaren opleverde." Vijandelijk geschutsvuur vanuit de onderwal dat de galerijen herhaaldelijk vernielde, maakte de grachtsovergang zeer riskant. De belegering slaagt echter en Grol wordt ingenomen.
Uit de Resoluties van de Raad van State blijkt dat Jan een vergoeding heeft gevraagd vanwege verschillende goede diensten aan het land. Zo wordt bevestigd d.d. 17 augustus 1628, nr. 16: "De president bericht dat Jan van den Bosch, kapitein en ingenieur, een vergoeding heeft gevraagd vanwege verschillende goede diensten aan het land, waarvan enkele leden van de Staten-Generaal op de hoogte zijn. HHM [Heren Hoog Mogenden] schenken Van den Bosch een medaille van 104 gld., waarvan op ontvanger-generaal Doublet ordonnantie zal worden gedepêcheerd."

Jan maakt naam bij het beleg en inname van 's-Hertogenbosch
Eind mei 1629 begint stedendwinger Frederik Hendrik met het welbekende en succesvolle beleg van onze provinciehoofdstad ’s-Hertogenbosch. Frederik Hendrik wordt bijgestaan door meerdere ingenieurs, onder wie, aldus voormeld boek, de Fransman Perceval en in het bijzonder de kapitein Van den Bosch. Op 25 mei begint op drie plaatsen de aanval vanuit de linie rond de stad. Eén van de drie tweemaal op de bij elkaar gelegen forten Isabella en ondersteunend fort Sint-Anthonie.
Aan voormeld boek wordt deze passage ontleend: “Op de veroverde schans werd den volgenden dag geschut gebracht tegen de stad en het fort St. Antonie, ’t welk dien dag door de Engelschen, onder de leiding van den Ingenieur Van den Bosch, vermeesterd werd, bijna op gelijke wijze als het fort Isabella.” In de voetnoot wordt vermeld: “De loopgraven voor beide forten waren den 23 mei geopend; voor beiden waren zij den 7 Juni tot op het glacis gevorderd.”
Dat Jan kundig wordt gevonden, wordt bevestigd in het resolutieboek van de Raad van State d.d. 3 september 1629, nr. 3: “Z. Exc. schrijft vanuit het leger voor 's-Hertogenbosch d.d. 31 aug. dat hij kapitein Jan van den Bosch hierheen heeft gezonden om samen met iemand uit de RvS en vooral iemand uit de provincie Utrecht naar de Grebbe te gaan, om vandaaruit het gebied tot Amersfoort te bezichtigen. Er wordt geen resolutie genomen.”

Jan vraagt opnieuw een beloning
Uit de resolutie van de Raad van State van 19 december 1629, nr. 5 blijkt het volgende: "Kapitein-ingenieur Jan van den Bosch en controleur Thomas Humfrey verzoeken om voor hun buitengewone inspanningen bij het naderen van de kleine schans voor 's-Hertogenbosch hetzelfde geld of dezelfde medaille te krijgen als degenen die naar de grote schans zijn opgetrokken. HHM stellen een besluit uit."
Er wordt uiteindelijk een positief besluit genomen in resolutie d.d. 9 januari 1630, nr. 13: "HHM resumeren het verzoek van 19 dec. 1629 van ingenieur kapitein Jan van den Bosch en Thomas Humfraij [sic]. HHM zullen beide dezelfde medaille geven, zoals eerder degenen hadden gekregen die waren opgerukt naar de schans Isabella voor 's-Hertogenbosch. Tot het maken van de medailles wordt opdracht gegeven."
De benoeming tot luitenant-generaal
Uit meerdere bronnen heeft opsteller het volgende opgemaakt. In 1632 werd Venlo bij een snelle verovering ingenomen door het Staatse leger van Frederik Hendrik. Het Beleg van Venlo begint op 1 juni 1632 middels drie approches. De stad geeft zich op 3 juni 1632 over en de capitulatie op 4 juni 1632 geschiedt onder gunstige voorwaarden. (De veldtocht van Frederik Hendrik eindigt overigens in september 1632 met het succesvolle Beleg van Maastricht.) Het succes bij Venlo doet Frederik Hendrik besluiten Jan van den Bosch te benoemen tot luitenant-generaal van de artillerie. Dit besluit wordt bevestigd door de Raad van State op 14 december 1632.


Jan blijft in beeld bij de hoge heren. In het Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel 2-2, staat bij de beschrijving van zijn persoon: “Van 1638 tot 1641 werd hij vermeld onder de deskundigen die aan Hun Hoog Mogenden berigtten omtrent het verzoek van Balthazar Floriszen van Berckenrode, 'om als ordinaris Landtmeter ende Caertemaecker van de Generaliteyt te worden aangesteld.'"
Beleg en inname van Breda in 1637 en de grote schans bij Terheijden in 1639
Ook is Jan betrokken bij het beleg en op 10 oktober 1637 de overgave van Breda. Volgens het boek Geschiedenis der vesting Breda uit 1868 zendt de Prins ingenieur Jan van den Bosch naar de vesting, om inventaris te maken van de krijgsvoorraden toe te zien dat daarvan niets aan de burgers wordt verkocht. Overigens komt in het boek tijdens het beleg de bij het beleg van Grol genoemde ingenieur Perceval ook voor: “… zond de Prins den ingenieur Perceval, gekleed als een sergeant en met een hellebaard op schouder, om te trachten de vestingwerken te verkennen."
Twee jaar later werkt Jan met de in 1587 in Bergen op Zoom geboren ingenieur Jacob Vleugels samen aan de bouw van forten te Breda, in casu ook de grote en kleine schans te Terheijden, zo valt uit het boek de Geschiedenis van de vesting Breda, het boek van Westra en nog een andere bron op te maken. Jacob Vleugels is, na eerst landmeter te zijn, vanaf 1628 actief bij de verdedigingswerken van Bergen op Zoom en waterlinie aldaar.
Het overlijden van Jan in Bergen op Zoom
Andere geschiedschrijvers leren opsteller dat in de jaren 1640 en 1641 Frederik Hendrik en zijn leger actief is in Noord-Vlaanderen, nu het westen van België en Zeeuws-Vlaanderen, waarbij Bergen op Zoom de vertrekhaven voor troepentransport naar dat gebied zal zijn, maar ook haven van terugkeer. Uit brieven van de secretaris van Frederik Hendrik, de vermaarde Constantijn Huijgens, die in boekvorm en digitaal te consulteren zijn, blijkt het volgende.
Constantijn schrijft met veel autoriteiten en houdt ook per brief Amalia van Solms, de echtgenote van Frederik Hendrik, op de hoogte van gebeurtenissen en het wel en wee van haar man. Op 29 september 1641 schijft Constantijn vanaf de boot van Zijne Hoogheid, liggend bij Philippine in Zeeuw-Vlaanderen, aan Amalia van Solms dat de prins zijn leger bij Bergen op Zoom wil doen landen. Mogelijk verblijft Jan van den Bosch daarom in oktober 1641 in Bergen op Zoom. Ook is mogelijk dat Jacob Vleugels dan bezig is met het ontwerpen van nieuwe vestingwerken alhier. En ontmoeten de twee elkaar. Uit de brieven van Constantijn Huijgens valt op te maken dat er in die tijd de nodige soldaten in Bergen op Zoom zijn en er ziekte heerst, maar ook dat Jan van den Bosch is overleden in de nacht van 8 op 9 oktober 1641.


Vrij vertaald: “Wij verloren deze nacht plotseling onze kapitein Jan van den Bosch, wat Zijne Hoogdheid [Frederik Hendrik] zeer bedroefd, gezien zijn staat van dienst. De artillerie genoot in het bijzonder zijn belangstelling, maar bovenal de fortificaties van de grenzen, waarover hij zoveel wist, tot grote bewondering en gerustelling van Zijne Hoogheid. Hij is nog steeds de eerste van onze zieken in het leger die de stap heeft gezet.” In een brief op dezelfde dag aan de eerste Staatsgouverneur van 's-Hertogenbosch bericht hij ook uitvoerig over het overlijden van Jan en hij besluit die brief vanuit Bergen op Zoom met de woorden: “Iedereen wordt ziek hier, zonder uitzondering van grote noch kleine officieren.”
Tot slot
In De Nederlandsche Leeuw, jaargang 30 (1912) van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde wordt aangegeven dat Jans zoon Johan kapitein zou zijn van een compagnie voetvolk en zoon Meester Jacob klerk en kommies ten kantore van raadspensionaris Johan de Witt.
Zeven maanden voor het overlijden van Jan wordt in Friesland Menno van Coehoorn geboren, de toekomstige befaamde militair en vestingbouwer, die later de vesting Bergen op Zoom als zijn meesterwerk aflevert.
Jans grafsteen is met verdere toelichting beschreven in het boek Grafmonumenten in de Grote of Sint-Gertrudiskerk te Bergen op Zoom uit 1993 door Willem van Ham en Kees Booij.
