Jozef van den Berg werd in 1949 geboren in Beers bij Cuijk. Zijn vader was onderwijzer aan de lagere jongensschool en zat tijdens de oorlogsjaren in het verzet. Zoon Jozef was eens de trotse bezitter van een landgoed in Herwijnen. Hij woonde in een monumentale villa, die van alle gemakken voorzien was.

Maar hij verruilde zijn villa voor een door hem zelf getimmerd hutje. Geen water, gas en elektra.
Ooit genoot Jozef van den Berg landelijke bekendheid met zijn poppentheater. Zijn verhalen als: Moeke en de Dwaas, De pleisterplaats en De ontmoeting, schreef hij zelf. In 1989 speelde Van den Berg in de Cuijkse schouwburg zijn laatste voorstelling: Moeke en de Dwaas.
Na afloop van de voorstelling sprak hij het publiek toe met de woorden: “Ik heb lang gezocht, ben overal geweest en tot de conclusie gekomen, dat ik heb gevonden wat ik zocht. Daarom stap ik uit dit vak en ga de Heer volgen.”
Hier in Cuijk was het allemaal begonnen toen hij als jongetje van tien jaar er zijn eerste voorstelling gaf. De cirkel was rond en Van den Berg trok zich terug.

Hij nam niet alleen afscheid van het publiek, maar ook van zijn gezin. Jozef leeft nu als kluizenaar in onthouding en leidt een teruggetrokken leven.
