Op 14 september 1723 geven de schepenen een attest af aan Joost van Weijck en Hendrik van Bercum, om daarmee naar Holland en andere plaatsen te reizen.

De beide mannen zijn inwoners van Oss, maar het woord borgeren (burgers) is in de akte doorgehaald. Joost en Hendrik zijn eerelijk, nuchteren en sober, oock in haaren handel en wandel oprecht. Er is dan ook geen reden om het attest te weigeren, zo stellen de schepenen vast. Ze verlenen het voor de duur van zes maanden. En de president-schepen drukt het grootzegel van Oss op het exemplaar dat de heren meekrijgen.
De vraag is waarom willen ze op reis willen. Dat staat niet met zoveel woorden in de akte. Maar wel, dat ze reizen met seecker echte kindt genaempt Geert van Weijck dat Godt almagtich behaegt heeft met uitwassinge van een extra ordinaire groote van een hooft en andere defecten aen lichaem. Dat doet het ergste vrezen voor het kind. Zou het tentoongesteld zijn op jaarmarkten en kermissen?

Bron: BHIC, toegang 7365, Schepenbank Oss, inv. nr. 147 (opent in een nieuw tabblad), blz. 222 en 223 (scans 230 (opent in een nieuw tabblad) en 231 (opent in een nieuw tabblad))
Met dank aan vrijwilliger Hans Pennings voor de tip.
