De Clarissen-Coletinen vestigden zich in 1936 in Eindhoven door toedoen van burgemeester Verdijk, die het belangrijk vond slotzusters in zijn stad te hebben. Ze kwamen uit het klooster in Helmond.

De zusters betrokken de oude pastorie van de Sint Joriskerk aan de Stratumsedijk 63. Deze pastorie was in 1844 door de toenmalige pastoor W. van Lieshout gebouwd. Na de oorlog werden initiatieven genomen voor de bouw van een nieuw klooster, waarbij deken Hezenmans een grote rol speelde.
Dit nieuwe klooster is in 1950, toen zuster Rosa van der Sommen overste was, ontworpen door architect Kees de Bever (opent in een nieuw tabblad) en gebouwd in de buurt Blaarthem op het voormalige landgoed Rapelenburg, in het park Gennep. Het kon in 1953 kon worden betrokken.

In de oude pastorie werd het vrouwelijke Labrehuis, het Ritahuis, gehuisvest tot de sloop tussen 1960 en 1970. Toen de oudere zusters in 1992 naar het bejaardenhuis in Someren gingen, kwamen Amerikaanse zusters clarissen uit Elshout in het klooster wonen.
Het gebouw in de stijl van de Delftse School (opent in een nieuw tabblad) stijl de traditionele carrévorm en telt twee bouwlagen. Het is in zijn eenvoud een goed en zeldzaam voorbeeld van een contemplatief klooster uit de naoorlogse periode. Het gebouw heeft voor De Bever typerende sobere gevels, afgedekt met een natuurstenen lijst. Het pand is omgracht en ommuurd en heeft een rondboogpoort.
Bron: J. Smits, Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant, Alphen a/d Maas, 2010

