Op BHIC beschreef ik al meerdere malen de gang van zaken in het ontzagwekkende complex van het Sint-Joriscollege en het Catharinalyceum aan de Elzentlaan te Eindhoven in de zestiger jaren van de vorige eeuw. En hoe middeleeuws klinkt dat nu! Toch, zo lang geleden is het niet in de eonen die de mensheid reeds gegund zijn in dit ondermaanse.
Het didactisch bastion aan de Elzentlaan te Eindhoven
Er was een verre en onbereikbare autoriteit die in de wandeling “D’n Knuuf” werd genoemd aan de Sint-Joriskant. De directeur of rector. Deze gezaghebber was zintuigelijk meestal niet waarneembaar. De heer doctor Gerard Knuvelder, die bivak hield in de directeurskamer in de middenbouw.

Aan de gangzijde van zijn deur was een signaallicht bevestigd dat rood en groen kon uitstralen. Wanneer wij in de wisseling der lesuren voorbij kwamen schuifelen over het graniet van de hall prijkte meestal dat rode licht. Het ‘gezag’ gaf, dat hóórde zo, belet. Altijd. Al was ook een kwestie van publieke handhaving van de schooltucht. Alleen de leerlingen gebruikten de zoëven aangeduide bijnaam. Die gewaagde van weinig fantasie. Die buitenzintuigelijke ontremming reserveerden de Joristen voor de zindering der erotiek als ook de Catharinettes zich gangwaarts bewogen of zichtbaar waren in een soort turnpakjes, bestemd voor de gymnastiekoefeningen in de daartoe bestemde zalen te effectueren. En dat was maar zelden het geval.
De rectorale toespraken coram publico
Hetgeen de attractiviteit alleen maar begunstigde. De rector sprak ons wel toe. Dat deed hij via de al in de dertiger jaren aangelegde geluidsinstallatie. Ieder klaslokaal had een houten kast, afgespannen met grofmazig jute. Wanneer de rector zijn publiek wenste te adresseren, bezigde hij deze overdrachtsmogelijkheden via deze kasten. Prachtig was dat. Omdat de spreker niet zichtbaar was en bleef. Maar toch bestond. Zoals God de Vader. Die ook Oudtestamentisch sprak. Want ingewikkeld behoort een Opperwezen te zijn. In iedere religie. Dat is universeel.
Rondom het middaguur kón het gebeuren dat de Heer Directeur – wiens doctorsgraad altijd eerbiedig werd genoemd door het lerarenkorps – zich verwaardigde enige opwekkende woorden tot het leerlingenbestand te richten, meestal in verband met een nationale feestdag, herdenking of een religieuze aanroeping van een heilige, waarbij zekere Sint-Joris de voorkeur had. Deze Joris had diverse kwaliteiten gehad waaraan de leerlingen zich moesten spiegelen.

Deze uitzendingen leken wat op die van de Nederlandse Wereldomroep of die van het Ministerie van Overzeesche Gebiedsdelen, want die hád Nederland destijds nog. Autoriteiten spraken met een plechtige intonatie, liefst via een kopstem, in afgepaste samengestelde zinsdelen, en nooit over Klein Bier. Neen, over aangelegenheden uit een transcendente werkelijkheid, al blééf de spreker ergens toch mens. Zij het, uiteraard, met moeite en overigens gewagend van diepe bewogenheden wegens een omkering der tijden.

"75 jaar 't Joris", 1992) Klik voor een vergroting
Daaraan kwam ook de directeur ons aanmechtig hijgend herinneren. In gesteven bewoordingen van een dergelijke exaltatie dat ik persoonlijk besloot zelfs geen begin van uitvoering te geven aan het voornemen om deze Joris, een tot de eer der altaren verhevene, na te volgen. Dat was immers ondoenbaar, zoals het meeste wat deze gezaghebber ons verder bij nabranders hinderlijk voorhield in het periodiek C-paraat dat doorging voor ons schoolblad. Het werd later omgedoopt tot Sinjoor. Dat was iets menselijker van samenstelling, maar echt reikhalzend keek de gemiddelde Jorist naar de uitgave ervan op semesterbasis niet uit.
Een zegen aan de stad en aan de wereld
De Knuuf, toch al geen lachebekje, sprak ons toe in plechtige zinnen vol onbegrijpelijke bewoordingen die bewezen dat hij niet van de straat was. Hij leek dan in toonzetting veel op de roemrijk regerende Paus die in het Vaticaan de zegen urbi et orbi gaf op de hoogtijdagen, ingeleid, altijd ruisend en haperend, door de legendarische reporter Paul de Waart die deze eredienst plechtig uitlegde in een dergelijke verhevenheid dat ze onbegrijpelijk werd. Ook De Knuuf was daar een meester in. Hij viel ook vaak even weg alsof stratosferische ontwikkelingen de geluidsoverdracht tijdelijk beletten. Alsof De Knuuf zich tijdelijk ontmaakt had naar Nederlands Nieuw-Guinea, om daar een geopolitieke crisis te bezweren via dreiging met maritiem geweld in Straat Soenda.
De gezagsschemering gestalte middels glas-in-lood
Het gaf het juiste cachet aan deze gezagsuitoefening, vooral omdat we daarna De Knuuf toch in den lijve waarnamen in de vestibule aan de Elzentzijde, een soort voorhof die destijds nog glas-in-lood tochtdeuren telde. In dit schemerlicht verscheen dan de wat verzakte gestalte van de Heer Directeur die verwezen en afstandelijk kennisnam van de logge bent leerlingen, zich spoedend naar één van de practicumlokaliteiten. De Knuuf had een eredoctoraat gekregen aan de Rijksuniversiteit te Utrecht voor zijn monografie over de geschiedenis van de Nederlandse litteratuur, aldus de leraar Nederlands G. van der Vleuten.


Dat was ook meermalen breed uitgemeten in C-Paraat met een omvangrijke fotoreportage, waarop D’n Knuuf prijkte in verschillende standen, omhangen met een soort van schoudermantel. De Knuuf had bescheidenerwijze van deze ceremonie ook meermalen kond gedaan via het luidsprekerssysteem en uiteengezet hoezeer deze glorie afstraalde, niet alleen op zijn persoon, maar ook op de school, de Stichting Ons Middelbaar Onderwijs en ook, dat houde men in het oog, op de goede stad Eindhoven die een dergelijke burger dan toch maar binnen haar bebouwde kom mocht tellen. Ik begon daarom ook steeds beter te begrijpen waarom het licht bij D’n Knuuf steeds op rood placht te staan, vooral nadat wederom in C-Paraat was bericht dat het Hare Majesteit de Koningin terecht had behaagd D’n Knuuf te voorzien van de versierselen van een Ridderorde in de Rangen van Oranje-Nassau.
Knuuf fouter dan de hel
Het moet ter gelegenheid van een dergelijke publicatie geweest zijn dat het de heer Van der Vleuten te machtig was geworden. Hij had ons, nadat ook de reutelende luidspreker via de stem van de Directeur persoonlijk had toegelicht welk een voorrecht het college genoot in de leiding van een dergelijke notabiliteit, ineens toegesist dat de rector “zo fout als de hel” was geweest tijdens de laatste oorlog en de daarin doorstane bezettingsperiode. En hij had ons, kennelijk geschrokken van zijn eigen onversaagdheid, meteen op het hart gebonden dat we daar natuurlijk niet over mochten praten.
Zeker niet op school zelf. En ook thuis maar niet. Beter van niet. Er is geen sterkere motivatie onder de mensheid denkbaar om dienvolgens het tegendeel te praktiseren. Want de mens is een sociaal wezen dat zich steeds herijkt in het voortdurend onderling sociale discours. Dat leert Sint Thomas van Aquino ons reeds ter dege. En diens kennistheoretische beschouwingen hebben in de middeleeuwen onder de christenheid zekere aandacht weten te genereren. Al heeft hij daarvoor geen Koninklijke Onderscheiding kunnen krijgen.
