Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Knuuf (3)

Knuuf (3)

Gerard Strijards

24 oktober 2024

Bijgewerkt op 4 november 2024

In het slot van deze serie over Gerard Knuvelder behandelt Gerard Strijards zijn omstreden benoeming tot en optreden als directeur van het Sint-Joriscollege in Eindhoven. In die hoedanigheid liep hij in de jaren zestig hoe langer hoe meer uit de pas met de tijdgeest.

Lees ook de andere delen

Nederlands positie herijkt

Na de Tweede Wereldoorlog had Herrijzend Nederland alle zeilen bij te zetten om de economische positie in de nieuwere, heftiger concurrentiepositie met het Angelsaksisch handelsmassief mondiaal te bevechten. Ook en zeker in Eindhoven, waar de grotere nijverheden zoals die van Philips en DAF zich moesten toeleggen op de toepassing van de nieuwere elektronische hulpmiddelen bij de massaproductie.

Eindhoven, Achtergevel van een van de zijvleugels van het Catharinalyceum / Sint-Joriscollege, 1999 (foto: IJ. Th. Heins. Bron: collectie Rijksdienst Cultureel Erfgoed, fotonummer 327.093. CC BY-SA 3.0)
Achtergevel van een van de zijvleugels van het Catharinalyceum / Sint-Joriscollege, 1999 (foto: IJ. Th. Heins. Bron: collectie Rijksdienst Cultureel Erfgoed, fotonummer 327.093 (opent in een nieuw tabblad). CC BY-SA 3.0 (opent in een nieuw tabblad))
Rector Th. van den Donk, 1940 (bron: collectie
RHC Eindhoven, fotonummer 145170 (opent in een nieuw tabblad)

Het Sint-Joris blééf een handelsdagschool voor commerciële talenten, ook als vijfjarige Hogere Burgerschool en moest het echt hebben van de ontwikkeling van de koophandelsvakken zoals balanshouden, boekhouden, statistieken, kansberekeningen en het Amerikaanse Engels als de nieuwe internationale contractentaal.

De klassieke en ook wel wat belegen Knuuf bleef de gedegen maar ook wel saaie leraar Nederlands aan wiens verleden een vlek kleefde. Het lag dus niet voor de hand dat hij de directeur Van den Donk zou mogen opvolgen al vond Knuuf dat zelf volkomen voor de hand liggend. Bij de Stichting Ons Middelbaar Onderwijs werd daar toch anders over gedacht.

Een betwiste directeursvoordracht

Vanwege dat bezoedelde verleden, dat steeds op de achtergrond atmosferische storingen op Knuufs blanke blazoen bleef genereren. Maar de zestiger jaren waren toch niet écht geconcentreerd op wat er in de interbellaire en oorlogsjaren was misgepeuterd door de elite.

Docenten (Bron: C-paraat)
Docenten (Bron: C-paraat)

Men keek vooruit, gespitst op de nieuwe mondiale rechtsorde die door Washington ingetekend werd. En zo kon Knuuf, mits hij nu maar niet te hoog van de toren blies, met de schrik vrijkomen en toch nog directeur worden, aldus de gissing van de notabiliteit die inzag dat Knuuf ook verdiensten had wetenschappelijk gezien. Al was zijn actuele staatkunde eigenlijk nooit om over naar huis te schrijven geweest.

Daarvoor had Knuuf toch te veel tegen het gezag willen aanschurken tijdens de bezettingsjaren, maar dat hadden vele vooraanstaande Brabo’s net zo goed gedaan. Zoals Van Rijckevorsel, de deftige Commissaris der Provincie die de bezetters wel erg accomoderend was tegemoet getreden, maar ook de toch wel bewonderde schrijver Antoon Coolen en met hén zovele anderen die duidelijk boter op hun hoofd hadden, zittend op de eerste rij in de blitzlichten van de algemene belangstelling.

Op 1 augustus 1952 werd Knuuf directeur. Hij hield zich geruime tijd wijselijk stil. Totdat hij in 1961 het reeds vermelde eredoctoraat kreeg van de Rijksuniversiteit Utrecht voor zijn opus magnum, vierdelig gewijd aan de geschiedenis van de Nederlandse taal- en letterkunde sedert de vroegere middeleeuwen. Knuuf kreeg nu waarachtig de erkenning waarop hij meende recht te hebben en liet dat in de Brabantse dagbladpers breed uitmeten: Kempenland had de grootste cultuurdrager sedert Desiderius Erasmus Roterodamus in zijn midden.

Voor de derde keer in 1961 werd Gerard Knuvelder gehuldigd. Eerst voor zijn eredoctoraat, vervolgens voor het winnen van de Brabantse Cultuurprijs en tot slot zijn 40-jarige jubileum bij Ons Middelbaar Onderwijs. De verontschuldiging sloeg op deze overdaad aan huldigingen (Bron: De Volkskrant, 14 december 1961)
Voor de derde keer in 1961 werd Gerard Knuvelder gehuldigd. Eerst voor zijn eredoctoraat, vervolgens voor het winnen van de Brabantse Cultuurprijs en tot slot zijn 40-jarige jubileum bij Ons Middelbaar Onderwijs. De verontschuldiging sloeg op deze overdaad aan huldigingen (Bron: De Volkskrant, 14 december 1961 (opent in een nieuw tabblad))

Een genie te midden van provincialen

En deze geniale persoon blééf eenvoudig en bescheiden, dames en heren! Zulke dingen kan men in deze barre moerasdelta van vlakke kwelderingen beter laten. Inmiddels was de belangstelling voor het Nederlandse collectieve oorlogsverleden aanmerkelijk toegenomen, mede, omdat de babyboomers – te traceren tussen 1945-1955 – zich steeds meer gingen afvragen wat hun ouders hadden verricht aan dapperheden in de barre bezettingsjaren: hoeveel Joden, Roma en Sinti hadden zij in onderduik genomen, welke actieve verzetsdaden hadden zij  verricht tegen de bezettende militaire macht en hoe hadden zij openlijk gewaagd van hun verzetsintenties die ze kennelijk naar eigen voorgeven altijd consequent gekoesterd en uitgedragen hadden?  

Deze vragen waren pijnlijk, maar de daarbij horende antwoorden nog méér. In deze periode ging Loe de Jong de cyclus “De Bezetting” ook voordragen – dat is het juiste werkwoord in dit verband – op het nieuwe medium van de televisie via flakkerende zwart-witbeelden uitgezonden in het krakkemikkig studiootje “Irene” in Hilversum, waarbij hij deze vragen steeds maar indringender bleef stellen aan belangrijke heren die inmiddels tot grote hoogten waren gestegen.

Het prangende autoriteitsprobleem

Daar was de welwillende Jan de Quay, ineens uit het niets minister-president van een wankel kabinet dat te kampen kreeg met de Nieuw-Guinea-crisis tussen 1959-1963. Jan sprak plechtige woorden over internationale zelfbestemming jegens de Papoea’s die bij Den Haag in veilige handen zou zijn. Maar had hij zelf niet collaboratief opgetreden in gemeen overleg met Hitlers Landvoogd Arthur Seyss-Inquart die de Nederlandse natie volledig had willen knechten als zeventiende deelstaat in Groot-Duits verband?

Hadden de secretarissen-generaal, optredend als een soort plaatsvervangende Nederlandse burgerlijke regering de bevolking in de bezettingsperiode niet opgeroepen om mee te werken aan de registraties van rassen zoals Ariërs, Sefarden en Aszkenazen om over de zigeunerpopulaties in den lande maar te zwijgen. Waren de Hervormden niet bereid gebleken tot verregaande samenwerking met de Duitsers ter werkverruiming in de Duitse oorlogsindustrieën na de inval van de Wehrmacht in juni 1941 in Rusland? Hadden de Katholieken hun schoolprogramma’s niet herijkt op basis van de aanwijzingen namens de Rijkscommissaris en diens gemachtigde voor het Bijzonder Onderwijswezen?

Een ontploffing in een directiekamer

De bijbehorende congruente antwoorden wekten nieuwe vragen tot leven en een reeks lonten kwam sissend tot ontbranding, de ene ontploffing na de andere veroorzakend, óók binnen de directeurskamer in de centrale middenbouw aan de zo deftige Elzentlaan. De daar hoog gezetene zat daar zwaar beroet en deerlijk gekrenkt aan dat immense bureau, de pen nog in de verkrampte rechterhand geheven voor de voltooiing van alweer een druk van zijn veelledige litteratuurgeschiedenis.

Leerlingen van het Sint-Joris (bron: C-paraat)
Leerlingen van het Sint-Joris (bron: C-paraat)

Die juist nu steeds minder maatschappelijk relevant werd geoordeeld, uiteraard mede door de boomers die een wereldrevolutie beoogden onder de hoede van zekere Bakoenin. Knuuf had er niet van terug. Wist zich terecht bedreigd. Had wel antwoorden, maar te academisch en stellig niet in het jargon van de langharigen die het didactisch kasteel aan den Elzentlaan inmiddels waren komen bevolken.

Beeld van Sint Joris in onze vaan

Om nog maar te zwijgen over de giechelende meiden in minirokken die zich van geen kledingvoorschriften nog iets aantrokken en van openbare manifestaties op cour en lanen sexparades wisten te maken waar Knuuf alleen maar met beslagen brillenglazen naar kon staren. Er kwamen dienovereenkomstig leerlingenraden die totaal nieuwe inzichten bleken te hebben over de inrichtingen der schoolfeesten.

Interieur van de St.-Catharinakerk (foto: G.J. Dukker. Bron: Rijksdienst Cultureel Erfgoed, fotonummer 149.658. CC BY-SA 3.0)
Interieur van de St.-Catharinakerk (foto: G.J. Dukker. Bron: collectie
Rijksdienst Cultureel Erfgoed, fotonummer 149.658 (opent in een nieuw tabblad). CC BY-SA 3.0 (opent in een nieuw tabblad))

Het zo statige schoollied “Beeld van Sint-Joris in onze Vaan” was herrijmd in scabreuze coupletten door de litteraire onverlaten van de klasse met de mooiste uittartende meiden van de afdeling HBS-A, waarvan de portee noch de rector, noch de moderator, noch de klasseleraars recht duidelijk was. Geen wonder dat het allegro con brio werd aangeheven in de stadskerk Sint Katrien op Sint Jorisdag.

En geen wonder dat deze tekst veel losmaakte, gedrukt en wel, bij de pubers in het enorme Elzentgebouw toen Sinjoor, het op hoogglanspapier gedrukte schoolblad, haar openlijk deed distribueren door het bevoegd gezag in het zesde uur. Uiteraard was ik als hoofdredacteur verantwoordelijk en werd ik ontboden bij de Knuuf, wiens lichtje al sedert de eerste uren doorlopend op groen stond.

Ik stond bedremmeld op de kokosmat bij de deur en keek rampzalig om redding rond terwijl de directeur mij briesend te woord stond, een banjir van beschuldigingen slakend. En het hielp niet echt dat een leerkracht mij schamper te hulp kwam, de directeur toevoegend dat deze zelf óók niet had gesnapt welke wending onze gezamenlijke plechtzang ineens had aangenomen onder de kruisribben van de galmende viering van Cuypers neogotische schepping aan het Stratumseind.

De Knuuf had er niet van terug. Hij liep leeg als een lekkende fietsband. En meed mij in het vervolg als een besmettelijke ziekte. Dat bleek ook best doenbaar. Want zijn pensioen was nakend en van Knuufs diensten werd verder in schoolverband geen gebruik gemaakt. Al was zijn afscheid plechtig, groots en meeslepend. Want het leek er toch op dat het een verificatiebijeenkomst was van concurrente crediteuren na faillissement, eindigend bij gebrek aan baten.

Afscheid van rector Knuvelder in 1967 (uit: jubileumboek "75 jaar 't Joris", 1992)
Afscheid van rector Knuvelder in 1967 (uit: jubileumboek "75 jaar 't Joris", 1992)

Lees ook de andere delen 

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.