Als het moet, verslaat hij Hennie Kuijper of doet hij niet onder voor Joop Zoetemelk. Maar ondanks al zijn talent wil Jan Spetgens uit Someren vooral fietsen voor zijn plezier. Dat hij toch professioneel wielrenner wordt, is voor hem geen lang gekoesterde droom. Integendeel zelfs.

Nog maar net 13 jaar oud maakt De Spet (31-01-1947) al indruk op de fiets. Overwinningen worden al snel titels en in 1964 mag hij zich Brabants kampioen noemen. In de Brabantse wielerwereld staan de jaren zestig vooral in het teken van de komst van de meerdaagse Omloop der Peel en de opmars van Jan én van zijn broer Jacques.
Talent versus wilskracht
De gebroeders Spetgens maken steeds meer naam in de wielerwereld. Tweemaal gaat Jan als eerste over de aankomstlijn tijdens het Nationale wegkampioenschap bij de amateurs. Veldritspecialist Jacques staat zelfs op het podium bij het WK cyclocross. En Jan maakt indruk in de Tour de l'Avenir van 1969, waarin hij de evenknie van zijn ploegmaat Joop Zoetemelk is en bij sommige etappes ook het podium weet te behalen.
Jan blijkt dan ook de meest getalenteerde van de twee en kan tegelijkertijd niet zonder de hete adem van zijn broer in zijn nek. Jan weet dat hij meer talent heeft maar Jacques heeft meer wilskracht. Als Jacques op derde positie rijdt, wil Jan hem overtreffen. Dat levert mooie resultaten op: in 1971 haalt hij de nationale titel bij de amateurs. In dat jaar werd hij ook geselecteerd voor de WK in het Zwitserse Mendrisio.
In een krant laat Jan optekenen dat hij liever amateur blijft: “Ik heb nooit, ook niet op jonge leeftijd, de ambitie gehad om per se beroepsrenner proberen te worden. Het wielrennen is altijd mijn hobby geweest en dat is het nu nog.” Uiteindelijk tekent Jan in 1975 toch een profcontract bij Canada Dry-Gazelle. Maar fietsen moet toch vooral leuk blijven, vindt hijzelf. Werken, da’s zijn beroep als tegelzetter: dat doet hij als sinds z’n 14de. Spetgens krijgt van zijn werkgever voldoende tijd om te kunnen trainen en koersen. Zijn baas sponsort de jonge kracht zelfs. Als De Spet eind jaren zeventig stopt met wielrennen, is hij blij dat hij weer bij zijn oude baas aan de slag kan.



