Precies zestig edities telt de Ronde van Goirle. Maar in 2010 klinkt voor de laatste keer het startschot en hiermee wordt een bijzonder tijdperk van het wielerdorp Goirle afgesloten.

Eerst terug naar 1948, naar het Brabant dat zich langzaam herstelt van de oorlog. Naar het jaar van ‘Toen was geluk heel gewoon’. In die context wordt het ‘Rondje Peerke Donders’ op touw gezet. In de straten door het buitengebied rond het geboortehuisje van Peerke Donders moet zo hard mogelijk worden gefietst. Wie geen fiets heeft, zorgt dat hij er eentje leent om mee te kunnen doen.
Langzamerhand groeit het wielerevenement en komen er meer deelnemers. Goirlenaar Huub Zilverberg glorieert in zijn eigen dorp. Daarna laat ook de Goirlese Wieler Club zich gelden als serieuze ploeg. Begonnen met vijf renners, groeit de wielerclub uit tot twintig in de topjaren. De Ronde van Goirle is een naam waar menig liefhebber een cirkeltje om zet op de wielerkalender.
Einde van fietstraditie
Maar tijden veranderen. Door de bouw- en verkeersontwikkelingen in het hart van Goirle gedwongen, moet de Ronde van Goirle op bedrijventerrein Tyvoort worden gehouden. Toeschouwers haken af. De gemeente vindt het dan toch ook beter de Ronde van Goirle weer in het centrum te houden. Maar veel medewerking ondervindt de organisatie niet: veel komt voor eigen rekening. Een einde aan een Goirlese fietstraditie.



