Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Koos Aarts (1864-1929)

Koos Aarts (1864-1929)

Giel van Hooff

18 december 2025

Bijgewerkt op 22 januari 2026

Koos Aarts heeft een achtergrond in een traditionele bedrijfstak, maar dat belet hem niet om aan de slag te gaan met nieuw geïntroduceerde technieken. Bij zijn verschillende ondernemingen lijkt het idee voor hem echter wel belangrijker te zijn dan de haalbaarheid of uitvoering.

AARTS, JACOBUS GERARDUS (KOOS) (Dongen 4 april 1864 - Dongen 9 december 1929), OUDERS: Antonius Aarts (1836-1888, leerlooier, en Johanna Oomens (1832-1902). RELIGIE: rooms-katholiek. WOONPLAATS: Dongen. GEHUWD MET: Clémentina Johanna Maria Rogier (1863-1902) in 1889. KINDEREN: drie zoons en twee dochters. TWEEDE HUWELIJK MET: Johanna Barbara Maria Bekkers (1878-1959) in 1914. KINDEREN: een zoon. ONDERNEMINGEN: firma Ant. Aarts, Maatschappij tot Exploitatie van Automobieldiensten in Nederland, Neerlandia, Watergasmij systeem Dr Kramers en Aarts, Privaat Instituut voor Technologie, The General Carbonalpha Company

Koos Aarts, beeld door Maarten Koreman
Koos Aarts door Maarten Koreman (foto: Lucas van der Hoeven)

Leerlooiersdorp

Zoals in de hele regio Langstraat voltrekt zich in Dongen, het geboortedorp van Koos Aarts, in de tweede helft van negentiende eeuw een complete transformatie op economisch terrein. In het overwegend agrarische gebied, waar enige leernijverheid aanwezig is, verrijzen in elk dorp enkele, soms zelfs tientallen looierijen en schoenmakerijen. Deze bepalen rond 1900 het bestaanspatroon. Koos' vader Antonius Aarts, die zich in 1864 in Dongen vestigt, behoort tot de nieuwkomers in het plaatselijke looiersbedrijf. Hij is afkomstig uit Tilburg, waar hij al vakervaring heeft opgedaan. In Dongen trouwt hij met Johanna Oomens, eigenaresse van een plaatselijk landbouwbedrijfje. Antonius Aarts breidt zijn looierij aardig uit. Hij verwerft onder meer op de Internationale Tentoonstelling te Amsterdam in 1883 een gouden medaille.

Na de dood van zijn vader in 1888 neemt Koos samen met zijn één jaar jongere broer het bedrijf over onder de firma Ant. Aarts. Koos leert het looiersvak en ondernemerschap vermoedelijk grotendeels in de praktijk. De broers zorgen voor een grootscheepse modernisering van het bedrijf. Zo laten zij meteen een stoominstallatie plaatsen en bouwen zij de looierij om tot een leerfabriek, de eerste in zijn soort te Dongen. Aarts' chroomleer vindt afzet bij diverse grootafnemers en verkrijgt in 1894 een gouden medaille op de Wereldtentoonstelling te Antwerpen.

Koos Aarts
Koos Aarts, ca. 1915. Heemkundekring De Heerlyckheit Dongen.

Neerlandia

De ambities van de dan dertigjarige ondernemer reiken verder, waarbij hij vooral oog heeft voor de kansen die nieuwe technieken de regio bieden. Zo vormt Aarts een consortium met een aantal zakenlieden en technici als A.J. Korthals Altes, directeur van de Maatschappij Electra te Amsterdam, en de bekende elektro-technicus P. van Capelle, om in Dongen een particuliere openbare electriciteits-voorziening tot stand te brengen. Het zou een van de eerste in Nederland zijn geweest, maar bij gebrek aan steun vanuit de gemeenteraad en vanwege allerlei beperkende bepalingen in het conceptcontract ziet Aarts van de onderneming af. Het is tekenend voor zijn ongeduldige manier van werken en soms al te optimistische inschatting van kansen en mogelijkheden, die hem ook bij toekomstige initiatieven parten zullen spelen. Aarts installeert in ieder geval wel elektriciteit in zijn eigen bedrijf, dat hij in 1897 uitbreidt met een lijm- en gelatinefabriek.

Ondertussen spant hij zich in voor een betere ontsluiting van Dongen en de regio. In 1893 is Aarts als secretaris van de plaatselijke vereniging van leerindustriëlen verantwoordelijk voor een rekest voor een betere dienstregeling voor Gilze als stopplaats richting Tilburg. Het jaar daarop is hij mede-ondertekenaar en vermoedelijk ook initiatiefnemer van een verzoekschrift aan de gemeenteraad voor de aanleg van een kunstweg naar Tilburg. In 1896 probeert Aarts op persoonlijke titel en initiatief een tramwegmaatschappij te interesseren voor een lijn naar Dongen.

Vervolgens krijgt een ander, nieuw vervoermiddel zijn aandacht. Als een van de eersten in Nederland ziet hij de mogelijke perspectieven van de auto als openbaar vervoermiddel. In 1899 brengt Aarts, wederom met vennoten, onder de weidse naam Maatschappij tot Exploitatie van Automobieldiensten in Nederland een openbare autobusdienst tussen de havenplaats Waspik en Dongen tot stand, de eerste in het land. Voor de fabricage van de bussen en andere automobielen richt Aarts in 1899 tevens een eigen fabriek op, ook al een Nederlandse primeur. De lancering van deze onderneming onder de naam Neerlandia gaat vergezeld van een luxe brochure van een haast on-Nederlandse allure. De werkelijkheid is wat minder (roos)kleurig. Het is onduidelijk of het ooit tot een geregelde busdienst is gekomen. De auto- en motorenfabricage is na een goede start, met in 1899 acht werklieden, vermoedelijk in of rond 1901 gestaakt.

Koos Aarts, auto met chauffeur
Koos Aarts beschikte over een auto met privé-chauffeur. De chauffeur, Floor geheten, was in de praktijk vooral werkzaam als klusjes- en tuinman. Heemkundekring De Heerlyckheit Dongen.

Watergas

Aarts is dan inmiddels geheel in beslag genomen door de mogelijkheden van een alternatief procedé voor de bereiding van watergas. Dit gas komt eind negentiende eeuw steeds meer in de belangstelling, vooral vanwege de mogelijkheden om het te gebruiken als aanvulling op het dan gebruikelijke steenkoolgas. Hoogstwaarschijnlijk speelt zijn schoonfamilie Rogier te Bergen op Zoom hier bij een rol, aangezien deze als toeleverancier actief bij de gasindustrie betrokken is. Een geoctrooieerde basisvinding van de Nederlandse scheikundige dr. J. Kramers werkt Aarts uit tot ecu werkend systeem. Voor de verdere ontwikkeling weet Aarts handig de nodige belangstelling in technische en commerciële kringen te wekken. Het eerste eigen proeffabriekje bij zijn bedrijfspand in Dongen is begin 1901 nog ondergebracht in een syndicaat. In 1902 volgt de oprichting van de NV Watergas-mij systeem Dr Kramers en Aarts. Behalve Aarts als grootaandeelhouder nemen nog eens 44 personen en instellingen in de ondernemingen een aandeel, onder wie verwanten en bekenden en bankiers uit heel Nederland. Van het maatschappelijk kapitaal, nominaal een miljoen gulden, is aanvankelijk 325.000 gulden voltekend, maar al binnen een jaar is de inleg verhoogd tot een half miljoen gulden. Na diverse proefinstallaties op steeds grotere schaal, zoals de overname en ombouw van de gemeentelijke gasfabriek van Zevenbergen in 1902 en een proefinstallatie in Breda in 1903/04, volgt de levering van diverse grote fabrieksinstallaties, waaronder die voor het Amsterdamse gasbedrijf het meest spraakmakend is.

Aarts is de eerste jaren intensief betrokken bij de verdere ontwikkeling van de vinding en de promotie van het systeem, maar bij de uitbouw van de onder neming is er geen plaats meer voor hem. In 1903 krijgt hij een technisch mededirecteur naast zich die het jaar daarop de vennootschap alleen leidt. Deze dr. A. Steger wordt tevens directeur van de in 1906 apart opgerichte NV waarin de octrooien zijn ondergebracht, een onderneming waarbij Aarts niet meer actief betrokken is. Steger, een goede bekende van Kramers, is verantwoordelijk voor de publiciteit in vakkringen, met name in het buitenland, waar de octrooien van de maatschappijen berusten. Nederland kent dan immers nog geen octrooiwet. Zijn bemoeienis met het watergassysteem heeft vermoedelijk wel de internationale oriëntatie van Aarts bevorderd.

Beide vennootschappen worden in 1910 geliquideerd zonder ooit enig dividend uitgekeerd te hebben, ook niet na forse afwaardering van de aandelen. Het procedé blijkt niet praktisch en concurrerend genoeg en de ontwikkelingskosten komen veel hoger uit dan verwacht.

Koos Aarts, villa aanbouw
Koos Aarts liet naast zijn woonhuis, de door hem zelf ontworpen villa Lagendonk, begin twintigste eeuw een vrij omvangrijk laboratoriumgebouw optrekken. In het lab deed hij samen met zijn kleine staf allerlei schaalproeven. Ook bezoekers, veelal vanuit het buitenland, waren hier geregeld te gast. Heemkundekring De Heerlyckheit Dongen.

Uitvinder

Dc mindere gang van zaken rond het mede naar hem vernoemde watergassysteem zal Aarts wel getroffen, maar financieel niet al te zeer hebben beroerd. Mede op basis van de omvangrijke erfenis na de dood van hun moeder in 1902, laat Koos Aarts de looierij aan zijn broer over om zich geheel te kunnen wijden aan technisch speurwerk. Hij richt hiervoor een eigen chemisch-technisch laboratorium op, een van de eerste particuliere instellingen op dit gebied in Nederland. Het wordt onder de naam Privaat Instituut voor Technologie ondergebracht in een aparte vleugel van zijn nieuwe woonhuis (naar eigen plan) in Dongen. Hier houdt Aarts zich, omringd door een kleine staf en vanaf circa 1918 bijgestaan door zijn zoon ir. Christ, bezig met vraagstukken en vindingen rond energie-omzetting, vooral verbrandingsprocessen. Hij verwerft in de loop der jaren een groot aantal buitenlandse octrooien op dit gebied, en is bekend en actief in internationale kringen van ijzer- en staalfabrikanten.

Ook in eigen land verkrijgt Aarts diverse octrooien. Het meest spraakmakend zijn een vinding om doorgaans waardeloze mengertsen beter te kunnen scheiden op waardevolle bestanddelen en een procedé om rechtstreeks uit erts ijzer en staal te bereiden, wat een enorme brandstofbesparing betekent. Beide krijgen tijdens de Eerste Wereldoorlog volop aandacht in regeringskringen, waar een eigen positie van Nederland als ertsverwerker van groot belang wordt geacht. In mei 1918 wordt een wetsontwerp aanhangig gemaakt tot bekrachtiging van een in maart te voren gesloten onderhandse overeenkomst tussen Aarts en de staat die een publiek-private samenwerking in de vorm een proeffabriek behelst. Tezelfdertijd krijgt Aarts vergunning om delfstoffen op te sporen, waarvan hij vrijwel meteen gebruik maakt. Proefboringen in Wittem en Vaals tonen de aanwezigheid van laagwaardig erts in de vorm van pyrietknollen aan. Van de proeffabriek komt uiteindelijk niets terecht, mede vanwege de veranderende omstandigheden na het beëindigen van de oorlog. In 1924 trekt de regering het betreffende wetsontwerp in, met een bescheiden vergoeding voor Aarts. Ook andere projecten zijn ogenschijnlijk niet of minder succesvol, zoals een nieuw looiprocedé dat Aarts in 1922 naar buiten brengt.

In navolging van het werk van de Duitse chemici F. Fischer en H. Tropsch, die begin 1925 hiervoor een baanbrekend octrooi verwerven, doet Aarts de daarop volgende jaren vooral proeven rond de benutting van koolmonoxide uit restgassen. Naast toepassing als zwartsel en actieve kool ziet hij mogelijkheden voor een soort universele brandstof. Voor dit zogeheten carbonalpha weet hij ook weer deze keer genoeg geïnteresseerden bij elkaar te brengen. In 1925 komt The General Carbonalpha Company tot stand. Hoofdzetel is Brussel, later gevolgd door aparte NV’s voor België (1927) en Frankrijk (1933). In hoeverre deze bedrijven ook werkelijk tot productie komen, is onduidelijk. Wel verwerven de ondernemingen een actieve octrooipositie. Voor de economische leiding van de Carbonalpha-bedrijven tekent aanvankelijk de katholieke economist en publicist Emile Verviers, die in 1927 een brochure publiceert waarin hij het carbonalpha grootse toekomstmogelijkheden toeschrijft.

In de daaropvolgende jaren groeien Aarts en Verviers uit elkaar. Hierbij spelen wellicht de teleurstellende resultaten van de onderneming een rol. Het voornaamste concrete product is uiteindelijk een soort zwartsel. De octrooien blijven na Aarts’ dood bij de General Carbonalpha Comp., die het Amerikaanse Wilmington als juridische zetel krijgt. Het is de hoofdvestigingsplaats van Dupont, wat een actieve betrokkenheid van deze chemiereus doet vermoeden. De aandeelhouders, onder wie de kinderen van Aarts, houden zich aanvankelijk nog jarenlang bezig met de geestelijke nalatenschap in de vorm van vervolg octrooien en doen uiteindelijk vruchteloze pogingen om iets van de waarde van hun aandelen in de onderneming te verzilveren. Zoon Christ zet na de dood van zijn vader nog enige jaren het Instituut voort.

Koos Aarts, graf
Het graf van Koos Aarts, met links en rechts zijn eerste en tweede vrouw, op de rooms-katholieke begraafplaats Laurentius, aan de Bolkesteeg te Dongen (foto: Lucas van der Hoeven).

Een eigen denkraam

Koos Aarts is een voorbeeld van een ondernemer, afkomstig uit een traditionele bedrijfstak, die vervolgens eerst met de introductie van nieuwe technieken in de eigen omgeving aan de slag gaat en tot slot zelf een actieve rol bij de techniekontwikkeling speelt. In zijn onderzoeken en vindingen richt hij zich minder op de direct-praktische haalbaarheid. Ook bij zijn eerdere ondernemingen rond een elektriciteitscentrale en een autobusdienst lijkt het idee voor hem belangrijker dan de uitvoering. Zijn gebrek aan formele scholing in combinatie met de betrekkelijk financiële onafhankelijkheid is daarbij ook geen stimulans. Maar wereldvreemd is hij zeker niet. Het is een man die zijn talen spreekt en internationale contacten in de hoogste kringen onderhoudt, met desalniettemin een eigen leef- en denkwereld. Op publiek terrein blijft hij betrokken bij zijn geboortedorp en woonplaats, terwijl zijn activiteiten en netwerk zich welhaast wereldwijd uitbreiden. Aarts is eind negentiende eeuw onder meer secretaris van de plaatselijke vereniging van Leder Industriëlen, en in de twintigste eeuw jarenlang raadslid en actief betrokken bij de oprichting van een nieuwe parochie, waarvan hij de kerkbouw actief ondersteunt.

Literatuur

J. Brouwers e.a. (red.) Brabantse biografieën deel 6 (Heeswijk 2003).

Dit artikel is eerder verschenen in Joop Visser e.a. (red.), Nederlandse ondernemers 1850-1950 (Rotterdam/Zutphen, 2009), pp. 30-35. Met dank aan uitgeverij Walburg Pers, Heemkundekring De Heerlyckheit Dongen en Lucas van der Hoeven.

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.