Onderzoeker Jan Lange stuitte tijdens zijn onderzoek op een bijzondere anekdote, opgetekend tijdens de oorlogsdagen in Mill.

In de pastorie in Mill aan Verstraatenlaan 8 zat in het eerste oorlogsjaar de Ortscommandant met zijn SS-bewakers. In de nacht van 10 op 11 mei 1940, toen heel Mill was geëvacueerd, hadden de Duitse soldaten zich te goed gedaan aan de inmaak in de kelders van de Millenaren; ze lusten wel verse worst en karbonade lapjes.
Moeder Reijnen beklaagde zich daarover bij Meister Claassens. En de meister met zijn rechtvaardigheidsgevoel ging met moeke Reijnen naar de Orttscommandatur. Ze werden te woord gestaan door de hoogste baas. “Ach ja was soll das, Herr Claassens, das ist ja immer so im KRIEG” : kregen ze als antwoord! Toen barstte Moeke in woede uit: “kriege... kriege, de-is-nie-kriege... des VATTE !”
(met dank aan Jan Lange en Henk van de Weem!)
![]() | ![]() |
Foto's van de oude pastorie waar Moeke Reijnen en Meister Claessen hun gang naar maakten in 1940




