Het is niet helemaal zeker of het wel terecht is dat we dit verhaal bij Dinther opnemen. Op grond van zijn familienaam doen we het toch maar. Het geslacht Van Dinther (in het Latijn "de Dynter") kwam in ieder geval uit Dinther. En Edmund de Dynter was een telg uit deze adellijke familie.

Hij werd rond 1375 geboren in Grave. Hij studeerde in Keulen of Parijs en behaalde de graad van meester in de vrije kunsten. In 1412 benoemde hertog Anton van Brabant hem op een van de belangrijke secretarisposten binnen zijn kanselarij.
Dat ambt vervulde hij een lange tijd, ook onder Antons opvolgers, onder wie Filips de Goede van Bourgondië. Tussen 1443 en 1446 schreef hij in opdracht van Filips zijn grote Chronica nobilissimorum ducum Lotharingiae et Brabantiae ac regum Francorum ofwel: De kroniek van de alleredelste hertogen van Lotharingen en Brabant en van de koningen der Franken.
In dit standaardwerk behandelt Van Dynter in zes boeken de geschiedenis van het hertogdom Brabant tot 1442.

Na de dood van zijn vrouw, jonkvrouwe Hildegonda van Olmen, liet Edmund zich opnemen in de geestelijke stand. In 1449 overleed hij als kanunnik van het Kapittel van Sint-Pieter in Leuven. Er is een uitgebreidere biografie over hem verschenen.
