Donderdag 11 augustus 1949 belooft een mooie dag te worden. Vrolijk vertrekt de man van Hennie met een handkar vol snoepgoed naar de Tilburgse kermis. Terwijl hij die middag veel kinderen blij maakt met allerlei zoetigheden, voltrekt zich bij Hennie echter een afschuwelijk drama.
Moffengeld
Hennie blijft lekker thuis die middag. Ze is ook niet zo goed ter been, dus het duurt even voordat ze open kan doen als de bel gaat. Haar buurman Leo staat voor de deur en hij vraagt of zij misschien 10 gulden kan wisselen. Hennie laat hem binnen, maar algauw blijkt dat Leo hele andere bedoelingen heeft.

Er ontstaat een hevige woordenwisseling, die met name gaat over ‘moffengeld’, dat Hennie en haar man tijdens de oorlog oneerlijk verdiend zouden hebben. Leo geeft later zelf aan dat hij niet meer wist wat hij deed en als een ‘razende’ tekeer ging. Hij eiste veel geld en herhaalde meermaals ‘Je moet kapot!’.
Bloedbollen
We lezen meer over deze verschrikkelijke gebeurtenissen in een dik procesdossier van de rechtbank Breda. Hennie beschrijft tot in het kleinste detail wat haar precies is aangedaan. Zo heeft ze vijftig tot zestig vuistslagen moeten incasseren en is ze geschopt en geslagen met een melkkan. Leo rukte op een gegeven moment haar mond open, waarbij ze haar gebit verloor en hij probeerde zelfs haar tong te verdraaien. Hennie heeft maar liefst zeven weken in het St. Elisabethziekenhuis moeten herstellen.

“Mijn hoofd was blauw en mijn oogen waren bloedbollen zoo groot als een ei,” zo schrijft Hennie later naar de rechter. Haar zus, die op ziekenbezoek kwam, viel flauw en moest haar kamer uitgedragen worden toen ze Hennies toegetakelde gezicht zag.
Niet alleen Hennie, ook haar dieren waren het slachtoffer. Vlak na de mishandeling vatte de schuur vlam en werden een paard, veertig duiven en een poes levend verbrand. “Die arme dieren hebben ook een gevoel,” laat Hennie aangedaan weten.
Zenuwen

Enkele politieagenten vinden Leo uiteindelijk verstopt in een kolenkist. Hij bekent meteen alle gruwelijkheden, alleen van de brand in de schuur meent hij niets te weten. Een bebloed colbertje met een doosje lucifers vertelt een heel ander verhaal.
Een zenuwarts onderwerpt Leo vervolgens aan een grondig psychologisch onderzoek. Leo is een ongehuwde spinnersknecht, die onderdak heeft gevonden bij een Tilburgs echtpaar dat een café houdt. Hij is in goede gezondheid, hoewel hij vaak geplaagd wordt door zwaarmoedige gedachten, met name te wijten aan zijn ongehuwde staat.

Er volgt een uitgebreide rapportage van Leo’s jeugd, zijn werk en een vermeende affaire met een getrouwde vrouw. Hij blijkt zijn geld bovendien graag te verbrassen aan allerlei borreltjes. De zenuwarts beschrijft hem als een ‘dom, bekrompen mannetje, langzaam, zwaar van begrip en wat suffig en zeer nerveus.’
In het dossier bevindt zich een briefje met een heus dictee, waarbij Leo een zin na moest schrijven. De zenuwen spatten van het blaadje af. Vanwege zijn ‘bange en zeer driftige aard’ concludeert de arts dat Leo niet volledig toerekeningsvatbaar is.
Straf
In maart 1950 komt de zaak voor de rechter. Er wordt 2,5 jaar straf tegen Leo geëist. Hoewel Hennie deze strafeis lachwekkend laag vindt, belandt “Linke Leo" slechts voor twee jaar achter slot en grendel. In het dossier lezen we dat zijn proeftijd goed is verlopen, dat hij zich vermaakt met een volkstuintje en dat Leo na zijn vrijlating op is genomen in het gezin van zijn broer.
Steeds meer stukken in te zien
Vanaf 1 januari 2026 zijn nieuwe archieven in te zien want na 75 jaar vervalt voor veel dossiers de beperking van openbaarheid. De Archiefwet 1995 bepaalt dat documenten van overheidsinstellingen na twintig jaar worden overgedragen aan het historisch archief. Ruim 95 procent van de overgedragen stukken is direct in te zien.
Voor de rest geldt een beperking op de openbaarheid, meestal omwille van de privacy van nog levende personen. Over particuliere archieven maakt het BHIC speciale afspraken met de schenkers. De beperkingen gelden altijd voor een van tevoren vastgestelde periode. En daarom worden er jaarlijks nieuwe archieven openbaar. Het bovenstaand verhaal is hier een voorbeeld van en is gebaseerd op toegangsnummer 809, inventarisnummer 16, rolnummer 352.
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.




