Louis Merkelbach van Enkhuizen heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontsluiting van de archieven in diverse gemeenten in West-Brabant en het bisdom Breda. Ook als lokaal-historicus heeft hij door zijn talrijke publicaties veel voor deze streek betekend.

Lodewijk Moud Willem Jan Marie Merkelbach van Enkhuizen werd op 29 juni 1895 in Breda op het adres Haven 9 geboren. Hij was een telg uit een fabrikantenfamilie, die aan de Nieuwe Prinsenkade in Breda een ijzergieterij en handelszaak in ijzer en kolen had.
Na de lagere school stuurden zijn ouders hem naar het gymnasium, het Klein Seminarie, te Katwijk. Hier verbleef hij drie jaar om vervolgens zijn studie voort te zetten aan het Kleinseminarie IJpelaar in ’t Ginneken bij Breda. In november 1915 vertrok hij naar het Grootseminarie Bovendonk in Hoeven.

Op 21 mei 1921 werd hij door Mgr. Hopmans, bisschop van Breda, in de kapel van het Grootseminarie te Hoeven tot priester gewijd. Kort na zijn inwijding tot werd hij benoemd tot kapelaan in Nieuw-Namen. In november 1923 werd hij kapelaan in Lepelstaat. Tijdens zijn verblijf hier kreeg hij opdracht het oud archief van Halsteren te ordenen. Vanaf die tijd zou hij naast zijn priesterschap een groot deel van zijn leven in de archieven doorbrengen.
In december 1926 volgde zijn benoeming tot kapelaan in Steenbergen. Ook was hij in die tijd actief als lid van de adviescommissie voor invoering van R.K.-voetbal bij de patronaten in het Bisdom Breda.
Hier in Steenbergen begon hij ook te publiceren, waarbij zijn kennis opgedaan als archivaris hem goed van pas kwam. Tussen 1932 en 1939 verscheen in het blad Sinte Geertruydtsbronne van de Geschiedkundige Kring Bergen op Zoom (opent in een nieuw tabblad) een reeks artikelen van zijn hand, voornamelijk over de geschiedenis van Halsteren. Daarnaast had hij ook nog het gehele archief van Halsteren en Steenbergen geordend. In 1935 nam kapelaan Merkelbach van Enkhuizen na negen jaar afscheid van Steenbergen.
Nu ging hij naar het klooster bij de paters Trappisten te Zundert om zijn roeping als kloosterling te volgen. Zijn verblijf in Zundert zou echter van korte duur zijn. In mei 1936 zag hij zich om gezondheidsredenen genoodzaakt het klooster te verlaten.
Nog dezelfde maand ging hij als kapelaan van de H. Laurentius-parochie in Dongen aan de slag. Tijdens zijn verblijf hier publiceerde hij samen met A. Hallema het boek Geschiedenis der gemeente Bavel en Ginneken.

In maart 1941 volgde zijn benoeming tot rector van het St. Elisabeth gasthuis te Etten. Naast de zielzorg in het gasthuis hield hij zich ook hier bezig met archiefwerk en lokale geschiedschrijving. Direct na zijn aankomst ontving hij van het gemeentebestuur van Etten en Leur opdracht de archieven van de gemeente te ordenen. Geen gemakkelijke klus. De materiele archieven en een klein gedeelte van het schepenarchief dat zich nog in het gemeentehuis bevond, moesten in elkaar geschoven worden. Het merendeel van het schepenarchief bleef voorlopig nog ondergebracht in het Rijksarchief van ’s-Hertogenbosch. Vijftien jaar zou dit monnikenwerk in beslag nemen.

Tijdens zijn verblijf in Etten-Leur publiceerde hij een aantal artikelen in De Ghulden Roos. De belangrijkste waren “De oudste gegevens over Etten” en “De oudste geschiedenis der parochie en de lotgevallen der oude kerk van Etten”.
Op 21 mei 1946 vierde rector Merkelbach zijn 25-jarig priesterschap. Groot was de belangstelling onder de bevolking. ’s Morgen droeg hij een mis op. ’s Avonds bracht harmonie Apollo hem een serenade.

Ook op bestuurlijk vlak liet hij zich niet onbetuigd. Zo was hij een van de oprichters van de Heemkundekring Jan uten Houte (opent in een nieuw tabblad) op 11 mei 1947 een van de eerste in Noord-Brabant.
In 1947 werd hij benoemd tot archivaris van het bisdom Breda. Ook werd hij in het eerste algemeen bestuur van Brabants Heem (opent in een nieuw tabblad) gekozen. Nog in hetzelfde jaar werd in Breda de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Stad en Land van Breda “De Oranjeboom (opent in een nieuw tabblad)” opgericht, waarin hij plaats nam in het werkbestuur en waarvoor hij veel artikelen schreef.
In maart 1952 werd hij benoemd tot pastoor van de H. Hubertusparochie te Klein-Dongen, maar bleef daarnaast nog geruime tijd archivaris van het bisdom Breda.
Op 1 juli 1960 ging hij als pastoor van Klein-Dongen met emeritaat. Hij nam zijn intrek in het gasthuis aan de Leuvenaarstraat te Breda. Ook na zijn pensionering schreef hij nog een aantal historische artikelen.
Lodewijk Moud Willem Jan Marie Merkelbach van Enkhuizen overleed op 17 september 1980. Op zaterdag 20 september 1980 vond de uitvaartdienst plaats in de kerk van de Trappistenabdij Maria Toevlucht in Zundert, waarna de teraardebestelling plaatsvond op de kloosterbegraafplaats van de Paters Trappisten te Zundert.
Bronnen
Stadsarchief Breda (opent in een nieuw tabblad),
tijdschriften De Oranjeboom en De Ghulden Roos,
Delpher (opent in een nieuw tabblad)en
Wikipedia (opent in een nieuw tabblad).
