Ook een kleine gemeenschap als Hedikhuizen kan bekende Nederlanders voortbrengen. Martinus Nefkens werd op 1 juni 1866 geboren in Hedikhuizen als 9e kind van Constantinus Nefkens, sluiswachter, en Maria van Duppen. Zijn oma was een halfzuster van bisschop Zwijsen, en Constant Nefkens (1887-1929), een zoon van zijn oudste broer, was eveneens kunstschilder, etser en tekenaar.

oostelijke Langstraat nr. 16224 (opent in een nieuw tabblad))
Martinus moest al jong gaan werken bij een schildersbedrijf. Hier viel hij op, omdat hij zo mooi bloemmotieven op boerendeuren kon schilderen. Hij liep met een aantal tekeningen weg van huis, en ging naar Antwerpen, waar hij leerling werd aan de Antwerpse Tekenacademie. Martinus werd financieel gesteund door Gorinchemse vrienden en verdiende geld met het schilderen van letters op Antwerpse pakhuizen. Hierdoor kon hij zich ontdoen van een boekhandelaar voor wie hij voor een paar dubbeltjes aquarellen maakte, die door de boekhandelaar voor goed geld werden verkocht.
Nefkens woonde en werkte in Antwerpen, Amsterdam, Gorkum, Den Haag en Lunteren. Hij werd later leerling van de bekende Haagse Schoolschilder Hendrik Willem Mesdag.
Nefkens schilderde en aquarelleerde geheel in de trant van de Haagse School, voornamelijk landschappen en heidegezichten met schapen.

In 1890 trouwde Martinus met Clara Elizabeth de Hardt. Willem, hun zoon, werd later eveneens kunstschilder, net als kleinzoon Jaap.
Met hard werken kwam na enkele jaren “aardig werk” tevoorschijn, verkoopbaar werk dat bekende Amsterdammers in hun verzamelingen opnamen, zoals vermeld werd in 1905 bij een tentoonstelling in Gorinchem. Martinus werd lid van ”Arti et Amicitiae” en van het “Sint Lukasgilde”. Op de “Vierjaarlijkse” te Amsterdam behaalde hij een succes met zijn schilderij “Buiig weer” met donkere, zware, wijkende wolken. Ook “Maneschijn” met de schaapskooi, sloeg in die tijd aan evenals “Nazomer”, waarin het goudbruine struikgewas en de brokken hei mooi van kleur zijn.
Andere bekende werken uit die tijd zijn “Namiddag bij Lunteren”, “Schaapskooien”, “Zandkuil” en “Schaapskooi te Meulunteren”.

Hij woonde o.a. in Amsterdam en ’s zomers in Lunteren en Ede. Vanaf 1898 woonde hij in Lunteren op Huize Wormshoef. In 1904 verhuisde hij naar een nieuw pand, Villa Eemte-Neste, dat naast het oude huis was gelegen.
In 1927 overleed, op 59-jarige leeftijd, zijn vrouw door een ongeluk. In 1929 hertrouwde hij, 62 jaar oud, met Wilhelmina Martha Zuidema, 34 jaar oud. Zij staat vermeld met als beroep huishoudster en schildersmodel.
De recensie op de tentoonstelling in Gorkum gaat verder met een stukje kritiek:
“Dat Nefkens, een leerling van de impressionistische school, zich nog niet geheel ontdaan heeft van de invloed van het koopkrachtige publiek, kan men hier en daar nog wel ontwaren. Ik erken evenwel de moeilijkheid voor een artiest om zich krachtig genoeg te voelen om zich daar boven te verheffen”.
Waarschijnlijk is er sprake van enige afgunst, omdat de verkoop van de schilderijen uitermate goed verliep. Veel werk werd namelijk gekocht door Amerikanen, waardoor Martinus, zeker voor een artiest, in goede doen geraakte. Zo goed zelfs, dat hij een auto kon aanschaffen.

Publiek domein)
Dat Martinus over humor beschikte blijkt uit de volgende anekdotes die mevrouw Nefkens, weduwe van kleinzoon Jaap Nefkens, met plezier vertelde.
“Nefkens keek toch wel wat neer op de stijve boerenbevolking van zijn zomerse omgeving. Hij stak met hen de draak door op een avond bij hevig onweer zijn paard te bestijgen en, gekleed in een lang wit laken, door Lunteren te rijden als was hij de duivel zelf. En als de boerenbevolking hierdoor nog niet genoeg geschrokken moet zijn geweest, hing Martinus zijn schildersgeraamte regelmatig in een boom.”
“Maar ook in Amsterdam kon hij zijn streken niet laten. Tijdens een sjiek diner met een paar vrienden stond het eten Nefkens niet aan. Hij stond op, betaalde de hele maaltijd en zei tegen de kelner dat hij niet mocht afruimen. Vervolgens ging hij met zijn vrienden naar de rosse buurt en nodigde een aantal hoeren uit voor het reeds betaalde diner.”
Martinus overleed in Ede op 24 december 1941, in alle soberheid, en slechts begeleid door enkele familieleden en vrienden werd hij, volgens de kranten, ten grave gedragen. "Sinds geruimen tijd was de schilder aan het ziekbed gekluisterd en werkte hij niet meer," wist de Arnhemsche Courant op 30 december 1941 nog te melden
Bronnen
Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie
Blik op Nieuws
Delpher
