D’n Bels is een begrip in Helvoirt al zijn kinderen en kleinkinderen hebben nog als bijnaam, D’n Bels. De eigenlijke achternaam Kempenaers kennen velen in ons dorp niet!

Louis Kempenaers is geboren in Westmalle (België) op 20 februari 1874 en als 32-jarige in Helvoirt komen wonen in de Helvoirtsestraat A 104. Hier kreeg hij al als bij naam D’n Bels; later verhuisde hij naar de Rijksweg D12. Hij was schoenmaker van beroep. Zo ging hij bij huize Assisië ook als schoenmaker werken en repareerde de schoenen van de broeders en de patiënten, dat ging hem goed af.
Louis trouwde op 28 mei 1899 met Jans Roosen, 28 jaar. Zij werd in Helvoirt geboren, was naaister en kreeg 4 kinderen, Cornelis, Anna, Franciscus, Adriana. Zoon Frans, geboren 20 september 1906, was van alle markten thuis; hij was vrachtwagenchauffeur op een trailer en als hij thuis was sleutelde hij aan fietsen en motoren, niets was hem daaraan vreemd.
Later trouwde Frans (Franciscus Josephus) Kempenaers met Anna (Antoinetta Henrica) Schoonus. Het stel woonde in bij zijn ouders aan de Rijksweg in het Touwslagersbaantje te Helvoirt met vergezichten over de weilanden. Toen er in 1937 een kindje kwam werd echt te klein bij zijn vader en moeder en verhuisde het gezin naar een woning in de Achterstraat.
Het werd oorlog en op 10 mei 1940 was er een geweld buiten te horen van overvliegende vliegtuigen. Men keek buiten en zag dat er een Duitse bommenwerper achterna gezeten werd door vermoedelijk jachtvliegtuigen en om meer snelheid te krijgen liet hij 4 bommen vallen in de weilanden. Eerste bij het kruispunt, een bij de Antwerpsebaan, een in de buurt van Opa Kempenaers, die aan de rand van het dorp woonde en de laatste viel in de omgeving van het Schilderstraatje.
Zes personen uit de buurt kwamen hier bij om het leven. Omdat het rond het middag uur was moesten alle kinderen uit voorzorg op school blijven tot bekend was wie er gewond of gestorven waren, eerder mochten ze niet naar huis. Opa en Oma hadden dekking gezocht en mankeerden niets. De woning van Opa en Oma was wel zodanig vernield dat ze bij hun zoon in het Dorp tijdelijk moesten gaan inwonen.
Het was passen en meten bij zoon Frans, zo moest dochtertje Annie bij haar ouders in een te klein kamertje slapen, maar ook dat kon niet anders.
Na twee jaar was het huisje van Opa en Oma weer opgeknapt en konden zij weer gaan genieten van hun vernieuwde woning met uitzicht op de weilanden.
Louis overlijdt op 23 februari 1952 aan een oude mannetjeskwaal en volgens de gegevens zijn vrouw Jans een dag eerder, op 22 februari 1952, aan een hersenbloeding.

Frans en Anna begonnen na de oorlog achter hun woning in de Achterstraat een rijwiel reparatiebedrijf. Nieuwe fietsen waren direct na de oorlog nog niet leverbaar, daarom knapte hij oude fietsen op, of maakte hij van twee fietsen één. En als hij je kon helpen met een tweedehandse trapper of zo, mocht je zelf zoeken of er ergens een voor je lag en die mocht je zo meenemen. Dit was soms tegen de zin van zijn vrouw die dan zei: “Frans, je kan toch beter een stel nieuwe trappers verkopen, daar verdien je nog iets aan, want onze kinderen moeten toch ook eten!” De rijwielzaak liep heel goed, totdat Frans ziek werd en na een kort ziekbed op 2 mei 1959 stierf.

Op zijn bidprentje stond de mooie tekst: Lieve Vrouw, het offer dat God van je vraagt is zwaar, maar hij zal u steunen! En daarom bleef Anna niet bij de pakken neerzitten en verhuisde naar de Lindenlaan waar zij een nieuwe rijwielzaak opende. Zelf had ze geen twee linkerhanden en met behulp van een avondwerker hield ze de zaak draaiende. En of je om een nieuwe fiets, lampje, batterij of een boutje kwam, Anna had het en altijd werd je vriendelijk geholpen.
