Het prehistorisch dorp in Eindhoven kende tot voor kort in het eerste weekeind van de maand het Vrijwilligersweekend. Ook tijdens de wintermaanden als het museum voor bezoekers gesloten was. Na een drukke dag genoten we ‘s avonds rond het knapperend houtvuur van de verdiende warme maaltijd waarvan de bereiding ‘s middags al begonnen was.

Op die eerste zaterdag na het kopje koffie was het ‘doorloopje’: we hoorden over wie, wat en hoe laat vandaag, de uitgebreide klussenlijst én wie er moest koken. Voor mij was de opdracht werken met mergel, namelijk met een speciale handzaag blokjes ter grootte van een stukje toiletzeep zagen.
Bij het zagen in de zachte steensoort raakte ik na enkele minuten op een harde ondergrond. Dat bleek een kalkschelp te zijn en ik verzamelde op die dag de mooie exemplaren. Bij enkele breukvlakken zag ik een kokerschelp. Het kalkrijke zaagsel verzamelde ik voor mijn tuin.
Kinderen van bezoekers en schoolgroepen kregen opdracht om bij de smid een ± 8 cm groot stalen beiteltje te maken en het daarna handmatig te scherpen op een zandsteen. Daarna moesten ze met het gemaakte gereedschap in het zachte mergelblokje een eigen ontwerp aanbrengen om hiermee thuis aan te komen! Ik bewerkte later thuis ook een blokje mergel en maakte een kandelaar, zonder gebruik van het beiteltje, en plaatste daarin een in het Museum gedompeld kaarsje.


Ik zocht informatie over wat ik zag op het breukvlak van het mergelblokje: 75 x 80 mm groot en daarbij een 4 mm grote puntige koker van de uitgestorven groep tienarmige inktvissen, de zogenaamde Belemniet, vermoedelijk de Belemnopsis Bessina.
Verder vond ik enkele mij onbekende schelpdelen. Wikipedia zegt: als fossiel wordt bijna alleen het achterste gedeelte van de schelp, het zogenaamde rostrum (ook wel 'donderkeilen' genoemd) gevonden. Het heeft een spits of afgerond uiteinde (achterzijde, zoals hier ook zichtbaar).
Op deze historische locatie van het Prehistorisch Museum en tijdens een opdracht geconfronteerd worden met schelpdieren is toch uniek. Een bewijs dat Mergelland Zuid Limburg miljarden jaren geleden zee was en hier leefde.
Zoals Haro Hielkema en Hans Marijnissen schreven in Dagblad Trouw van juli 1996 “Met dank aan de zondvloed”: Als je een ontdekkingstocht maakt door de groeven in de Sint Pietersberg bij Maastricht, ben je je er waarschijnlijk niet van bewust dat je miljarden kleine zeeorganismen aan het bekijken bent. Toch is het zo. Deze groeven lopen door kalksteen dat in het Krijt is gevormd. Nederland lag toen onder een warme, ondiepe zee waarin miljarden minuscule organismen leefden, die bij het afsterven naar de bodem zonken.”

In de vijftiger jaren was ik leerling van de juist opgerichte LTS in Uden. Op bezoek in het praktijklokaal vroeg ik naar het smidsvuur. “Dat is uit de tijd”, antwoordde men.
Nu worden zelfs de kinderen vertrouwd gemaakt met ‘het geheim van de smid,’ de zware hamer, het smidsvuur, aambeeld en werken met de eeuwenoude mergel. Wat een gunst! Wim Daniëls zegt over de smid: ‘Ik maak alles krom wat recht is.’
