Eindhoven was nog maar net bevrijd in 1944 en alles lag vol met lege jerrycans. Achtergelaten door onze bevrijders.

Mijn oudere broers hadden het al gauw uitgevonden. Met tien of meer jerrycans aan elkaar gebonden hadden ze een vlot en kon hun avontuur beginnen. De afvaart begon rondom de Schimmelse Watermolen in het Eindhovense Woensel. Een zijtak van de Dommel, daar was het veilig spelen. Aan de oever onder de watermolen bouwden mijn broers hun grote vlot met het overvloedig oorlogsmateriaal dat ronddreef in de Dommel. De Dommel was toen een open oorlogsriool.
Ik sjokte vaak achter mijn broers aan, ze moesten wel. “Je neemt onze Bert ook mee hoor”, zei ons Moeder dan. Maar op een keer tilde mijn broer mij op het wiebelende vlot om aan mijn eerste Dommelvaart te beginnen.

De barre werkelijkheid van de beschadigde stad en de ontregelde samenleving van het bevrijde Eindhoven was voor iedereen een bittere ontgoocheling. De oorlog ging gewoon door, maar Eindhoven was bevrijd.
Wij als kinderen moesten met angst en ontbering toch onze weg vinden. Mijn moeder was alleen, mijn vader was bij de stoottroepen als motorordonnans ingezet om de andere helft van Nederland nog te bevrijden.
Zondag was het varend Theater op de Dommel van Boxtel. Je kunt mijn gedachten na zo’n week wel raden.
Dit artikel verscheen eerder in de MooiBoxtelKrant van 2 oktober 2019
