Het is een koude februarimorgen in 1964. In het Kempische Westerhoven dromt een groepje jongens samen op het Mgr. Biermansplein. Deze jongens hebben allemaal drie dingen met elkaar gemeen. Op de eerste plaats zijn zij allemaal van dezelfde leeftijd. Zij wachten ook allemaal op dezelfde autobus en iedereen heeft ook dezelfde vaalgele oproepkaart voor de militaire keuring bij zich.
Frans "van Jantje van Robberde" (Smolders) wil absoluut niet in militaire dienst. Daarom heeft hij expres een paar klompen aangetrokken om de boel op stelten te kunnen zetten. Alsof hij met zijn bos lange haren tot over zijn schouders al niet genoeg aandacht op zich vestigt.
De autobus brengt ons naar een kazerne in Breda. Met zijn allen worden we "neergeplant" in een wat naargeestig klaslokaal voor onder andere een aantal psychologische testen. Daarna volgen de medische keuringen. De eerste die afvalt is Gerritje van der Heijden. Hij is een stille, wat introverte jongen en Onze Lieve Here heeft hem helaas niet al te veel talenten meegegeven. Een daarvan is dat hij dan ook niet kan lezen en schrijven.
Kennelijk heeft Frans "van Robberde" met zijn lange haren te veel progressieve denkbeelden, waar ze bij Defensie niet al te enthousiast over zijn. Met zijn klompen en hippie-achtige uitstraling is hij toch een te grote provocatie op de reputatie van Defensie. Tot zijn grote opluchting wordt ook Frans inderdaad voor de militaire dienstplicht blijvend ongeschikt verklaard. Hij heeft zijn doel succesvol bereikt. De rest van onze groep wordt zonder pardon allemaal "goedgekeurd".
Voor de aanstaande dienstplichtigen is het nu afwachten of en wanneer en bij welk dienstonderdeel ze ook daadwerkelijk zullen worden "ingelijfd".
Op 7 februari 1966 is het zover. De week daarvoor is er een imposante envelop per post bezorgd. Daarin zitten instructies en de gratis vervoersbewijzen naar een voor ons onbekende plaats: Hollandse Rading. Nog nooit van gehoord. Daar, vlakbij Hilversum, is het opkomst centrum van: de Koninklijke Marine!
Op het MOKH
Officieel heet dat kampement het Marine Opleidingskamp Hilversum, oftewel het MOKH.* De commandant is kapitein ter zee (KTZ) Silliacus. Hij is een prima marineofficier die in de Tweede Wereldoorlog zijn vakmanschap al heeft bewezen. Hij is een van de laatste commandanten van Hr.Ms. Karel Doorman, het tweede en laatste Nederlandse vliegkampschip. Onder zijn commando is dat schip betrokken bij een aanvaringsincident op de Nieuwe Waterweg. Daarbij wordt een vissersschip "overvaren" en er vallen daarbij helaas ook dodelijke slachtoffers.
Zoiets moet je bij onze Koninklijke Marine niet op je conduitestaat krijgen. Dan heb je meteen een walplaatsing aan je broek. Ook al is die broek met zwarte zijde afgebiesd en heb je op de mouwen van het uniform de nodige gouden galons en ook het gouden eikenloof op de klep van je pet.

Bij het Centraal Magazijn van het MOKH wordt aan alle nieuwkomers eerst de persoonlijke uitrusting uitgedeeld. In een hoog tempo wordt de plunjezak gevuld met onder andere dekens, schoenen, onder- en bovenkleding en allerlei daarbij nodige accessoires. Met het verstrekte "naaigerei" moeten al die spullen gemerkt worden met je persoonlijke dienstnummer. Dat nummer gaat je hele leven met jou op reis.
Eerste militaire vorming
Als alle persoonlijke uitrusting is "gemerkt", volgt de eerste militaire vorming. Het theoretisch gedeelte is natuurlijk het van buiten leren van alle rangen en standen, dienstvakonderdelen etc. Het praktisch gedeelte is uiteraard eindeloos marcheren, maar ook roeien en zeilen op de Loosdrechtse plassen in de beruchte "B.M-ers".
Vanzelfsprekend zijn er natuurlijk ook de nodige schietoefeningen. In onze jeugdjaren hebben we eindeloos veel eksters, mussen en duiven van de daken en uit de bomen geschoten. Het is dus vanzelfsprekend dat bijna elk schot in de roos zit. Het is wel wennen aan de forse terugslag van het professionele geweer. De beste schutters van de groep worden apart gezet. Wellicht zitten er kandidaten bij voor de extra opleiding tot scherpschutter. Gelukkig gaan mijn laatste schoten wat mis. Achteraf gezien maar goed ook, anders waren we de vele avonturen, die nog in de toekomst verborgen liggen, misgelopen.
Na deze zes weken van de "eerste militaire vorming" krijgen we voor het eerst weekendverlof met aansluitend de overplaatsing. Na dat weekend moeten we ons melden op de kazerne "Fort Erfprins" in Den Helder. Voor het komende halfjaar wordt dat de nieuwe thuisbasis voor de vervolgopleiding. Vanaf die kazerne marcheren we dagelijks over het Schapendijkje en de Kanaalweg naar de Oostbatterij. In dat oude Napoleontische fort is de opleiding voor de Navigatie- en Gevechtsinformatie-opleiding gevestigd.
Van azymut tot zeekaart
Die opleiding duurt een halfjaar. In die tijd leren we onder meer om met zeekaarten te werken. Dat is van belang om de koers en vaart uit te kunnen zetten en te controleren. Maar ook om nieuwe boeien, wrakken en andere bijzonderheden op zeekaarten in te tekenen. Uiteraard leren we omgaan met allerlei nautische instrumenten als passers, kompasroos, verzeilliniaal, sextant en azymut. Vanzelfsprekend wordt ook geleerd om te werken met de radar-, sonar-, en de elektronische plaatsbepalingsapparatuur. Maar eveneens met de getijden- en stromingstabellen, fallout-sheets voor het ontwijken van eventuele radioactieve neerslag etc. De opleiding wordt afgesloten met een slotexamen. Alle geslaagden krijgen een brevet en het dienstvakonderscheidingsteken. Met de nodige trots mag dat op de linkermouw van het uniform worden genaaid.
Bij onze Koninklijke Marine wordt lanterfanten niet op prijs gesteld. Dus direct na de brevet-uitreiking word je naar het bureau Scheepsdienst gestuurd voor het vervolg van de maritieme carrière. Vanzelfsprekend wordt dat voor iedereen een boordplaatsing. Elk van de klasgenoten wordt gestationeerd op een van de vele schepen van onze Koninklijke Marine. Voor mij wordt dat het patrouillevaartuig "Hadda" (P805).
Op 7 november 1966 lopen we voor het eerst de valreep op om ons te melden bij de 1e officier LTZ 2jc dhr. De Wilde. Het avontuur al gaan beginnen, we gaan varen!
* = In 1979 is de kazerne omgedoopt tot de Korporaal Van Oudheusdenkazerne, genoemd naar de militair en ziekenverzorger van Jan van Oudheusden (opent in een nieuw tabblad) uit Tilburg (red.).
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
