Het is voorjaar 1937 als M.C. van Wijhe, predikant van Vught, twee percelen huurt aan de weg van Sint-Michielsgestel naar Esch, voor de bouw voor een kampeerhuis. Met geld dat hij leent bij de VCJC, de Vrijzinnig Christelijke Jeugdcentrale, bouwt hij in twee maanden een onderkomen voor jongeren uit Vught en Den Bosch. Als een paar jaar later de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, krijgt het kampeerhuis een andere bestemming. En gebeurt er iets dramatisch.

Het afgelegen huis biedt ruimte aan een grote groep joodse kinderen om onder te duiken en zo deportatie naar vernietigingskampen te voorkomen, – zo is de bedoeling van het verzet. Er wordt gezocht naar een ouderpaar om voor de ondergebrachte kinderen te zorgen. Dat worden Dirk de Ruiter en van Mies van Ginkel, een stel afkomstig uit Amsterdam. In eerste instantie krijgen ze in mei 1943 vijf kinderen onder hun hoede. Ze worden bijgestaan door Clara Hes, een jonge Joodse vrouw.
Verraad
Dan komt het bericht dat alle Joden, die door De Ruiter en Van Ginkel zijn geholpen, na verraad zijn opgepakt. Dat er zelfs een alarmerend bericht had gestaan in de verzetskrant Vrij Nederland, als waarschuwing voor de twee; het verradersduo. Maar Dirk en Mies zijn dan al op de hoogte van een groot aantal namen en adressen van de verzetsgroep. Deze ziet geen andere uitweg dan het tweetal te liquideren. Maar de geplande aanslag verloopt niet geheel volgens plan…
Benieuwd naar het volledige verhaal? Klik dan hier en lees verder (opent in een nieuw tabblad).

