In de tuin terzijde van het Heemhuis ‘De Oude Vrijheid’ ligt onder de vuilnisbak een steen waarop nog redelijk te lezen is de naam van Johanna Gerarda Feuilletau de Bruijn.
Hoe is het mogelijk dat de steen daar is terechtgekomen en welk verhaal zit daar achter?

Borchmolendijk en Slotje Emmaus

van G 295 naar G 1166
Rond 1850 zien we dat haar zus Roline alleen staat ingeschreven in het Bevolkingsregister van Sint-Oedenrode. In een later register (1862-1872) werd ze samen met haar zus Johanna ingeschreven. De huisnummers 60-61 die regelmatig veranderen behoren toe aan het pand Borchmolendijk 6, kadastraal gemerkt G 295 later G 1166. Het zijn dan 2 huizen, erven schuur en loods met de huisnummers 60-61. Eigenaar Constantijn Christiaan Laurette van Vessem, Burgemeester.

Later vinden we de zusters terug in het bevolkingsregister 1872-1890 op bladzijde 149 met huisnummer A 154, ‘Slotje Emmaus’. Eigenaars waren in die periode volgens het kadaster de familie de Josselin de Jong en later de familie Wijnen. In september 1882 zijn de dames Feuilletau de Bruijn dus niet de eigenaars, maar de bewoners van het pand.
Op dat adres overlijdt Johanna in 1893. Haar zus Roline overlijdt 14 augustus 1900 te Nijmegen.
Geleefd op stille fatsoenlijke wijze
Regelmatig verzoeken de twee opmerkelijke zussen Rolinde en Johanna Feuilletau de Bruijn aan Z. M. de Koning om weer met een gratificatie begunstigd te mogen worden. Dat de rekwestranten dochters zijn van wijlen de gepensioneerde Kolonel der Artillerie Johan Feuilletau de Bruijn en van wijlen vrouwe Gertruda Gravinne van Randwijck en samen wonen ze al geruime tijd te Sint-Oedenrode en steeds hebben zij op stille fatsoenlijke wijze geleefd. Voorheen genoten zij voortdurend toelagen van wijlen hunne broeder W. K. H. Feuilletau de Bruijn in leven Majoor der Artillerie bij het Oost Indisch Leger, overleden te Palembang in den jare 1857. Nederlands majoor der artillerie van het Indische leger en buitengewoon adjudant van Z.M. de Koning, ridder in de Militaire Willems-Orde
Geen genoegzame middelen
Burgemeester C. van Vessem en Wethouders van Sint-Oedenrode oordelen “dat de toestand wel niet juist bekend is, doch vermenen op grond van verschillende signalen, dat zij het met zekerheid daarvoor mogen houden, dat de rekestranten geen genoegzame middelen bezitten om zonder hulp of ondersteuning door derden in hun onderhoud te kunnen voorzien, hoe zuinig en spaarzaam zij hare levenswijze ook mogen inrichten.
Op grond hiervan mogen wij de vrijmoedigheid aannemen, dat het naar ons oordeel alleszins wenselijk is, aan de rekwestranten wiens omstandigheden toch zeer ongunstig zijn door Z. H. goedgunstig enige gratificatie moge worden toegestaan.”
Ondanks hun verzoek aan de Koning waren de dames niet onbemiddeld wat blijkt uit een Memorie van Successie die te vinden is na het overlijden van Johanna te Sint-Oedenrode.

Testament en verkoop van roerende goederen
Rolinde laat na het overlijden van haar zus in 1893 door notaris Johannis de Rooij haar testament opmaken. Zij legateert aan verschillende familieleden geld en goederen. Ook vergeet ze haar dienstbode Antje en Hendrika van den Brand niet.
In 1894 laat zij door de notaris een verkoop van haar roerende goederen houden. Daaronder bevinden zich ook schilderijen, die gekocht werden door Martinus Rovers, Willem van Haeren, Jan Damen en Marinus Maas. Het totaal van verkochte goederen bedraagt 255 gulden en 35 cent.
Bronnen
BHIC, Notarisakte 7637.103. 0105
BHIC, Memorie van Successie Veghel- Deel 16, inventarisnummer 16 aktennummer 145
Kadaster
Gemeentebestuur Sint-Oedenrode, 1811-1933, BHIC, toegang 7634
https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Karel_Hendrik_Feuilletau_de_Bruyn (opent in een nieuw tabblad)
