Vanaf de troonsaanvaarding door Willem II leek het Den Haag verstandig een charme-offensief ten behoeve van het Huis Oranje te starten. Vooral in Brabant. Die provincie had duidelijk doen blijken geen belangstelling te hebben in een protestantse dynastie met soevereiniteitspretenties. Onderschillig was Braboland. Dat is eigenlijk nog eufemistisch uitgedrukt. Willem kreeg de katholiek Dr Wap mee als chapperon en vertaler van de dialecten. Want Willem sprak een raar brouwend Hooghollands met Britse tongval. Wap moest dagelijks Den Haag berichten of Willem zich netjes gedroeg. Slot van het drieluik: de festiviteiten in Eindhoven.
Lees ook de andere delen
Huldigingbezoek aan Eindhoven
Als je het Bossche Verslag legt naast dat betreffende het chalereuze onthaal dat Willem II te Eindhoven te beurt viel, dan moet je concluderen, dat de nieuwe Koning in Eindhoven welkomer was dan in de Noord-Brabantse hoofdstad. Opvallend was dat de verslaggever Wap heel uitvoerig de uitgewisselde aanspraken – feestredes en felicitaties – in Eindhoven letterlijk weergeeft, terwijl hij dat niet doet betreffende de Bossche. Dat geeft te denken. Het verslag is dan ook over Den Bosch korter. Wel somt Wap werkelijk alle notabiliteiten die zich bij de Koning vervoegd hebben ter audiëntie en gaat zich te buiten over hun ambtsuniformering, hun burgerlijke uitdossingen en hun adeldom met titels. En hij somt uitvoerig op wat voor geschenken de vorst allemaal overreikt kreeg.

Wap bericht dat de Koning op de zondag ter hervormde kerk ging en daar een treffende preek te horen kreeg. En dan gaat hij uitvoerig berichten over de weersgesteldheden: wat een heerlijk lentezonnetje en hoe fraai lichtte de oeroude stad daarbij op. Kennelijk moest Wap in het eindrapport een hoofdstuk wijden dat even groot was als dat gewijd aan de plechtigheden te Eindhoven. Het gedenkboek dat het eindresultaat moest zijn van deze tournée zou ook aan de Koning van Pruisen en de Tsaar van Rusland worden overreikt in grootfolio-uitgave. En al denk ik dat de beide monarchen de internationale postbodes niet tegemoet gesneld zijn toen zij de postwagen van de firma Von Thurn und Taxis zagen opdagen aan de einder, het Gedenkboek was wel degelijk ook bedoeld om de buitenlandse hoven ervan te doordringen dat Willem II zijn grondgebied in Europa, Luxemburg in begrepen, effectief in de regeerknuisten had.
Nadat aan Willem I de wapenstilstand was afgedwongen in 1831 en de vrede in 1839 begonnen de staatslieden in Europa zich toch wel af te vragen of de Oranjes wel militair greep hadden op de aan hun dynastie toevertrouwde, strategisch belangrijke, territoria. Het Bossche onthaal is vergelijkenderwijs wat zuinigjes geweest en afhoudend. Nee, in Eindhoven ging het anders! Hier was tevoren een gedetailleerd programma in druk verspreid, waarin ieder onderdeel van de in- en uittocht tevoren was bepaald: drie gilden zouden er zijn, op trommelslag vendelend, een militair detachement zou de koninklijke trein voorafgaan en de stadsregering zou achter de koning en zijn militaire gevolg aansluiten. De Eindhovense mejoffers hadden een kunstige zijden huldedoek gewrocht met ’s vorsten naamcijfer aan de ene zijde en het goudgalon-gemonsterde stadswapen aan de andere zijde. De burgemeester A. van de Moosdijk reikte het aangedaan over. Het erekorps was geheel nieuw geüniformeerd voor deze aangelegenheid met zwarte rok, broek, wit vest, het overhemd zichtbaar, zwarte stropdas met bies, witte hoeden. Oranje-rozet om de linkerarm, witte handschoenen, stalen sporen en stijgbeugels, zwarte tomen, gele zadels en stijgriemen, witte onderdekken en gele karwatsen.

van het koninklijk bezoek aan Eindhoven
Zijne majesteit reed de stad binnen in een met zes witte paarden bespannen calèche, de leren kap neergeslagen. Daarvoor een twaalftal jonge meisjes in schitterende witte kleedjes gehuld, verse bloemen strooiend. Luider werd het gejuich naarmate de vorst het stadhuis naderde, waarbij met hoeden en doeken werd gezwaaid, steeds de naam van het staatshoofd herhalend. De EdelGrootAchtbare Heer Burgemeester J.J. Smits J.T. Zn, Ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw en Lid der Provinciale Staten sprak de Koning vol warmte toe, waarna een audiëntie werd toegestaan aan het volk. Wel regende het gestadig, maar toch waren velen verschenen op de geliefde landsheer te begroeten en wellicht de hand te drukken. Er kwam een prachtig dejeuner dinatoire van dertig couverts. Voor Wap een buitenkans.
Hij kan immers in de bijlage nu alle samenstellende gangen opsommen, en dat maakt dat deze inhuldiging niet alleen nog blakender wordt ten behoeve van de geschiedboeken, maar ook dat de vraag rijst waar de aanzittenden dat alles gelaten hebben. De organoleptische appetijt moet aanmerkelijk zijn geweest om het zachtjes uit te drukken. Vooral als men de gemiddelde leeftijd van de bejaarde aanzittende notabiliteit in aanmerking neemt. Vele toosten. Een lintjesregen. De Koning gaf de Heer Van Velthoven, de commandant van de erewacht, een prachtige ring met diamanten bezet. Tot zeven ure des avonds zat men aan tafel.
Daarna rees de Koning, betuigend het smartelijk te vinden deze stede toch te moeten verlaten, maar tot Boxtel toe bleef het erekorps met notabelen het rijtuig vergezellen totdat de monarch het in de allervriendelijkste bewoordingen van deze ereplicht ontsloeg, wel betuigend dat het hem leed deed de heren te moeten verlaten, waarop de heer Van Velthoven verzekerde “dat de treurigheid van ’t scheiden de vreugde van het welkom en de ongekunstelde blijdschap van geheel dezen onvergetelijken dag nog verre overtrof.”
Het kan zijn, dat te dezen het feit dat Eindhoven alsnog de tussenkomst van de Monarch verzocht voor een kanaal, te graven op rijkskosten, dat aansluiting zou geven op de genoemde Zuid-Willemsvaart enige rol heeft gespeeld, bij het doorgeven van de schotel met spruitjes. Ik suggereer niets. Maar het Rijk gaf in ieder geval niet thuis, en Eindhoven moest het gewenste lateraal op eigen kosten doen uitvoeren, waarbij het kunststuk volbracht werden dat lokale natuurlijke waterlopen via duikersluizen onder dat Eindhovensch Kanaal werden geleid, een befaamd staatje van typisch Hollandse waterstaatskunde dat deze aanleg extra duur maakte.
