Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Ons hundje Walda

Ons hundje Walda

Bert Broekman

19 augustus 2024

Bijgewerkt op 19 augustus 2024

De melkventer kwam voor de oorlog in Eindhoven met de hondenkar aan huis. Wij vonden die hond onder die melkkar zielig en aaiden hem altijd. Onze enige wens was ook een hondje te hebben. Dus we vroegen ons vader: "Pa krijgen wij een hondje?" "Ja hoor, als ik er een tegenkom die naar mijn zin is, dan breng ik hem mee," antwoordde hij.

Boxtelse melkventer met hondenkar (uitg. GEB. Bron: Brabants Dorpsleven)
Boxtelse melkventer met hondenkar (uitg. GEB. Bron: Brabants Dorpsleven (opent in een nieuw tabblad))

Op een dag kwam ons vader van het vissen thuis. "Ik heb voor jullie wat in de fietstas", zei hij. Onze wens was in vervulling gegaan; een klein hondje stak zijn kopje uit de tas. We noemden het jonge hondje 'Walda', naar de naam Woensel. Deze komt van Wodan en is de Alvader en Oppergod van de West-Germanen.

"Walda mag niet mee naar boven", zei ons mam. "En zeker niet op de bedden." Zij moest in haar mandje slapen in de bijkeuken. Maar na verloop van tijd sliep Walda op het voeteneind van onze divan in de huiskamer, bijna tegen de kolenhaard. Wat waren wij gelukkig met onze Walda. Ons vader legde het ons uit: Walda is een brak, een jachthond van de beste soort. De brakhonden hebben een goed ontwikkeld reukorgaan, dat ze zeer dienstig maakt voor de jacht. Altijd zat ze achter het wild aan, maar ze had ook andere interesses.

Walda had inmiddels een nest jonge hondjes gekregen, ze was gedekt door een straathond. Er was een witgeel, dik hondje bij. "Die is voor vader", zei Wim, een vriend van ons pa. "Zij willen al zo lang een hond." Later namen wij Dikkie ook mee als we onze Walda uit moesten laten. Dan gingen wij met de twee honden achter het wild aan, ratten, mollen en soms een konijntje vangen. Je moest dan wel door de Brugstraat langs de mooie Schimmelse watermolen. Het huis met de trapgevel, daar woonde de molenaarsknecht Willem Bogers. De watermolen werd gebruikt om boekweit, olie en granen te malen. Willem Bogers heeft heel wat met ons te stellen gehad. Altijd zaten wij onder de watermolen te rotzooien of stonden we op de Woenselse brug, die de grens vormde tussen Tongelre en Woensel, in het Dommelwater te spugen.

Walda was inmiddels twaalf jaar en helemaal versleten. Zij kon bijna niet meer lopen, was half blind en kon ook haar ontlasting niet meer ophouden. Ons pa zei: "Ik laat haar niet meer lijden, ik laat onze Walda inslapen.'' "Dat doen wij wel", zeiden mijn broers. Weken gingen voorbij, maar er gebeurde met onze hond niets. Of liever gezegd, we sukkelden gewoon door met onze oude, zieke Walda. Ik kon er niet meer tegen. Walda leed verschrikkelijk en lag zachtjes te kermen in onze bijkeuken. Tot we op een avond met z'n allen aan het avondeten zaten. Ik kon geen hap door mijn keel krijgen. "Wat mankeer je", vroeg ons pa. "Je bent zo stil jongen." "Ik heb vanmorgen onze Walda in laten slapen", zei ik. Ons moeder vloog mij huilend om mijn nek. Iedereen wist dat het de moeilijkste dag was uit mijn leven. Het verdriet duurde weken. Walda had net als wij de hele oorlog meegemaakt. Menig Philips-bombardement heeft zij bibberend tegen mij aan gelegen. Het werden weken van nadenken over het bestaan van het leven.

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in de MooiBoxtelKrant van 24 februari 2016.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Ons hundje Walda | BHIC