Het is bekend dat in de 17e eeuw de afgevaardigden van de vier Meierijse kwartieren Peelland, Kempenland, Oisterwijk en Maasland regelmatig bijeenkwamen om algemene zaken te bespreken betreffende Meierij van ’s-Hertogenbosch. Aanvankelijk gebeurde dat in bepaalde herbergen, maar later werd de plaats van samenkomst verplaatst naar de bekende ‘plattelandskamer’, onderdeel van het Bossche stadhuis.
Binnen de muren van die kamer is toen, onder voorzitterschap van de hoogschout van ’s-Hertogenbosch of diens stadhouder, heel wat besproken en de meest spectaculaire onthullingen die met de religie te maken hebben trokken uiteraard destijds mijn belangstelling en daar heb ik toen een thematische verhalenbundel van gemaakt. Ze geven een goede indruk van wat er binnen de Meierij zoal speelde. Het zijn meer concrete belevenissen van de man of de vrouw in de straat, om het wat populair uit te drukken.
Om het geheel wat overzichtelijk te maken heb ik destijds de informatie samen met het feitenmateriaal over de Meierij in het algemeen en de stad ’s-Hertogenbosch, gebundeld per kwartier en vervolgens in alfabetische volgorde per plaats gezet. De onderscheiden verhalen zijn te vinden op mijn website in de verzamelde archieven onder de rubriek ‘Kwartiersvergaderingen van Stad en Meierij’ (afgekort KSM) over de periode 1637-1805.[1]
Het thema van de eerste bundels is gewijd aan alle archiefdocumenten die een beeld geven van de acties, bedreigingen, verstoringen van predicaties en godsdienstige vieringen, vervallen en wederom op te bouwen schuurkerken of kerkenhuizen c.q. kerkschuren, discussies en aantijgingen van de hervormden versus de roomsen, ontvoeringen met de intentie iemand te bekeren, arrestaties van priesters enz. Sinds de Vrede van Munster [1648] is vanuit de Staten-Generaal in generaliteitsland Staats-Brabant de politieke en godsdienstige reformatie voluit ingezet en kwamen steeds meer hervormden vanuit de noordelijke Nederlanden naar het zuiden afzakken. Zij wisten hier de meest belangrijke en veelal leidinggevende posten te bezetten als schout, stadhouder, drossaard, chirurgijn, secretaris, schepen, schoolmeester, koster, en meer van dergelijke functies binnen de toenmalige samenleving. Tot aan de Napoleontische periode zouden ze, duidelijk in de minderheid zijnde, op gespannen voet leven met de ingezetenen in het uitgesproken katholieke zuiden.
![Rekest van de vier kwartierschouten van de Meierij over de ingezetenen behorende onder de paapse religie om hun kinderen ten overstaan van de secretaris van hun plaats aan te geven met naam en toenaam en de namen van de ouders en wel binnen zes dagen na de geboorte van het kind, welke namen dan worden opgenomen in een speciaal register en wie zich niet aan dit voorschrift houdt loopt het risico van een boete van zes Karolusgulden [KSM inv.nr.6 dd. 30 september 1683]](https://cdn.sanity.io/images/6skzgpjd/beta/64f49a4cc1eaab9b26536cf3093707e70547ee3f-1155x600.jpg?w=1200&auto=format)
Om enig inzicht te krijgen in die gespannen situatie over en weer, zijn deze ‘onthullingen’ bijzonder illustratief. Dat was voor mij ook de reden om deze kwartiersvergaderingen eens extra onder de loep te nemen en de conflictueuze omstandigheden nader te analyseren. Nadeel is natuurlijk dat het slechts één archiefbron betreft, want er zijn ook andere archieven denkbaar, o.a. de vele resoluties van de Staten-Generaal (de Hoog Mogenden), de Raad van State (de Edele Mogenden) en archieven van de Classes ’s-Hertogenbosch en Peel- en Kempenland/Eindhoven van de Nederlandse Hervormde Kerk, waar ook beslist nog meer te vinden is.
De plattelandskamer in ’s-Hertogenbosch

(foto: C.J.A. van Helvoort. Bron: BHIC nr. 1572-12-026)
Op de 10e mei 1670 werd voor het nieuwe en tevens derde stadhuis van de stad door de metselaar Gysbert van der Lip en anderen de eerste steen gelegd, waarna de bouw kon beginnen. De kosten waren geheel voor rekening van de stad. In 1673 hadden de afgevaardigden van de onderscheiden kwartieren al verzocht om hen in plaats van hun ‘plattelandskamer’ een nieuwe kamer in het stadhuis te geven. De magistraat van de stad besloot in 1674 gevolg te geven aan dit verzoek. Als de Meierijse kwartieren er voor hun eigen vergaderingen geen gebruik van maakten, dan zouden ze die kamer bestemmen voor hun eigen college om er bijeen te komen.
Het ging om de kamer welke gebouwd was boven de zgn. rolkamer, op de eerste verdieping van het stadhuis. In de vensters lieten de vier kwartieren der Meierij glasruiten plaatsen waarop de kwartierswapens waren ingebrand, alsook die van de kwartierschouten. Overigens zijn in 1772, bij het herstel van de vensters, de wapens verwijderd.[2]
Meer weten?
Wil je meer weten over de verhoudingen en problemen tussen katholieken en protestanten in de Meierij?
Lees hier het hele onderzoeksverslag (opent in een nieuw tabblad)
Noten
[1] BHIC, toegang 10 (opent in een nieuw tabblad), Kwartiersvergadering Meierij 's-Hertogenbosch, inv. nrs. 1-16. Website Henk Beijers Archiefcollectie, rubriek historisch onderzoek Kwartiersvergaderingen Stad & Meierij (opent in een nieuw tabblad)
[2] Bron: Sasse van Ysselt, Het Stadhuis, geciteerd uit: A. Wetzer, Bossche Encyclopedie, lemma Stadhuis en J. Hoekx, De totstandkoming van het huidige stadhuis in de 17e eeuw, in: Bossche Bouwstenen V, 1982, blz. 35.
