Het is een prachtige zonnige dag aan het eind van de lente. Samen met mijn jongere broertjes zitten we hoog bovenin een grote kersenboom. De takken buigen door vanwege de grote hoeveelheid malse kersen die eraan hangen. De merels en spreeuwen mogen hun aandeel er ook wel van hebben, maar het is eeuwig zonde om de rest niet lekker naar binnen te smikkelen.
Deze grote boom staat in een wel heel grote tuin van een royaal woonhuis in de Dorpstraat van Westerhoven. De bewoners, de familie Verberne, zijn naar elders vertrokken en het huis staat dus te koop.
Tot onze verrassing stappen er onverwacht twee heren achterom. De ene kennen we al, dat is de gemeentesecretaris. De andere is voor ons een totaal vreemde. Het is een beetje een corpulente man. Een Bourgondiër pur sang. Dat zie je aan zijn vriendelijke uitstraling en de schalkse glimlach op zijn gezicht. Achter zijn bril een stel heldere pretoogjes en in zijn mond een forse sigaar.
Het is (An)Dries Beukers (1905-1994). Hij is een handelaar in zaai- en pootgoed en komt uit de regio Zoetermeer. Het merendeel van zijn handelscontacten ligt in Zuid-Nederland en Noord-België. Het is dan ook logisch, dat hij op zoek is naar een meer strategisch gelegen uitvalsbasis. En dan is Westerhoven daarvoor bij uitstek geschikt.
Hij is uitermate gecharmeerd van de woning, maar vooral van de erg grote tuin, die tal van nieuwe mogelijkheden biedt. Dries heeft een goede vooruitziende blik en koopt dan ook de woning.
Door hun bourgondische inslag, zijn hij en zijn charmante vrouw Til en hun kinderen al heel snel zeer gewaardeerde leden van de Westerhovense gemeenschap.
Er verstrijken een paar jaar. In die tijd heeft zijn zoon Kees inmiddels zijn technische opleiding voltooid. De appel valt ook hier niet ver van de boom. Hij heeft het zakelijk inzicht en ondernemerschap van zijn vader. Hij start een bedrijf voor het uitdeuken en spuiten van auto's.
Door de vooruitziende blik van zijn vader is het mogelijk, om in de grote tuin achter het huis een werkplaats te bouwen. De - naar later ook blijkt - zeer succesvolle jonge ondernemer kan beginnen.
Aanvankelijk werkt hij alleen, maar al snel zijn er meer hulpkrachten nodig. De jeugd in de buurt wil uiteraard ook wel wat zakgeld verdienen en biedt graag een helpende hand. Al is het maar het eenvoudig maar arbeidsintensief werk van plamuren en heel veel schuren en polijsten, het levert een extra centje op. De toekomst van deze onderneming ziet er dan ook heel zonnig uit.
Nog niemand heeft oog voor de donderwolk aan de horizon.
De toe- en uitrit van de werkplaats van het jonge schadeherstelbedrijf ligt naast het huis van de familie Beukers. Direct daarnaast woont mevrouw Cremers, een zeer godvruchtige dame. De katholieke geloofsovertuiging heeft binnen haar familie kennelijk veel fanatieke volgelingen. Maar liefst drie van haar broers zijn priester. De jongste woont en werkt in het verre Brazilië. De andere twee zijn erudiete en geleerde heren en doceren als hoogleraar aan de Universiteit van Gent en van Leuven.
In de vakantiemaand augustus reizen zij af om hun zus te bezoeken en te genieten van de weldadige rust in de plek van hun jeugd, Westerhoven.
Als deze drie priesters, gekleed in hun zwarte toog, door de Dorpstraat lopen, is het alsof een zwarte muur van onverzettelijkheid door de straat gaat. En dat is wellicht de ultieme bron van een lang sluimerend conflict.
Op de perceelsgrens van de toe- en uitrit en de voortuin van mevrouw Cremers staat een metershoge ligusterhaag. Die komt bijna tot op de Dorpstraat uit. Het is duidelijk dat deze haag dan ook heel veel hinder en uitzicht problemen veroorzaakt voor al de klanten en andere bezoekers van het schadeherstelbedrijf. Het leidt vaak tot aanrijdingen en onnodige schade. Het komt zelfs voor dat juist herstelde auto's meteen een nieuwe schade oplopen.
Dat betekent: meteen rechtsomkeer en de nieuwe schade laten maken. Te zot voor woorden.
De vele vriendelijke verzoeken om deze haag te mogen kortwieken worden evenzovele malen botweg geweigerd. Om wanhopig van te worden.
Deze gevaarlijke situatie is en blijft een voortdurende bron van irritatie en toenemende ergernis. Helaas kan ook het gemeentebestuur geen oplossing aanreiken. Het is - juridisch gezien - een civiele kwestie.

Na het zoveelste schadegeval is uiteindelijk de maat vol. Als dan niemand hem kan of wil helpen neemt Dries Beukers ten einde raad het recht maar in eigen hand. De betwiste ligusterhaag wordt over een lengte van zowat tien meter gekortwiekt tot een meter boven de grond.
Eindelijk een vrij uitzicht en een verkeersveilige situatie.
Het is een zonnige zaterdagmorgen in augustus. In de werkplaats is het personeel druk aan het werk. Dries Beukers heeft zijn krantje en zijn koffie uit. Vanuit de keuken loopt hij over de achterplaats om zijn dagelijkse rondje in het bedrijf te gaan maken.
Op dat moment springen - geheel onverwachts - drie zwarte paters over de gekortwiekte haag. Met wandelstokken beginnen zij op de onthutste Dries te timmeren. Deze voorgangers in de naastenliefde zijn uit op wraak voor het kortwieken van 'hun' haag. Ze willen wel een oorlog uitvechten.
Gealarmeerd door zijn hulpgeroep snelt het personeel toe, om aan deze toch te bizarre kloppartij een einde te maken. Na wat wederzijds geduw en getrek kan het slachtoffer worden ontzet. Uiteindelijk bedaren dan ook de hoogopgelopen gemoederen en keert enigszins de rust weer terug.
Maar, wat niemand voor mogelijk houdt gebeurt.
Dries Beukers is een heel aimabele, maar vooral verstandige en wijze man. Hij begint direct een 'goed gesprek' met onze drie vertegenwoordigers van de geestelijkheid.
En zie, er gebeurt een wonder en dat komt niet van de kant van onze hooggeleerde heren. Neen, het 'slachtoffer' kan hen overtuigen van de absolute noodzaak, om aan deze verkeersgevaarlijke situatie een definitief einde te maken. En goed beschouwd, ligt uiteindelijk de verantwoordelijkheid en de kern van het probleem dan ook in handen van de priesters. Bij eventuele toekomstige schades kan het immers ook niet worden uitgesloten dat de geestelijkheid geconfronteerd zou kunnen worden met juridische schadeprocedures.
Dat is een doorslaggevend en overtuigend argument. Ja, als het op geld aankomt! Van nature is de Kempische mens immers best wel royaal en ook vrijgevig, maar van zijn geld moeten ze afblijven.
Als we van een afstandje het tafereel bekijken, zien we dat er steeds vaker instemmend en begripvol wordt geknikt. Uiteindelijk worden er - naar goed gebruik - handen geschud en over en weer vriendelijkheden uitgewisseld.
Ook de gekortwiekte haag mag voortaan op de gewenste hoogte blijven.
Er wordt, en nu voorgoed, vrede gesloten. De 'oorlog' is voorbij.
Maar, al gauw wordt toch duidelijk dat, door de snelle groei van het succesvolle bedrijf, de capaciteit van de locatie aan de Dorpstraat veel te klein wordt. Al snel verrijst aan de Heijerstraat een complete en van alle faciliteiten voorzien nieuw schadeherstelbedrijf. En dat is nog niet eens het einde. Uiteindelijk lukt het de succesvolle ondernemer om zijn onderneming uit te bouwen tot een schadeherstelbedrijf met maar liefst vijf vestigingen in Nederland en België.
Die zijn allemaal net zo sterk en vruchtbaar als de grote kersenboom waar het allemaal begon.
Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (25 augustus 2024).

