De Provinciale Noordbrabantsche Courant ‘Het Huisgezin’ van woensdag 28 mei 1947 kondigde een 'Rattenweek' aan in de week van 23 t/m 28 juni. In het artikel stelt men dat “één rattenpaar in een jaar tijd vele honderden nakomelingen kan voortbrengen" en dat deskundigen dan ook schatten dat er in Nederland evenveel ratten als mensen voorkwamen.

Wanneer elke rat slechts voor één cent per dag zou vernielen en opvreten, dan zou dat een schade betekenen van meer dan 30 miljoen gulden. En dat allemaal in een tijd van voedselschaarste!
Men vond het dan ook als vanzelfsprekend dat eenieder de verplichting had deze schade tot een minimum te beperken. Vandaar de "rattenweek". Van 23 tot en met 28 juni zou in het oostelijke deel van Brabant een algemene bestrijdingsactie worden georganiseerd in maar liefst 100 gemeenten; van Tilburg tot aan de Limburgse grens.

Zowel de provincie als de gemeentebesturen én de landbouw- en standsorganisaties zegden hun volledige medewerking toe. Als er maar eendrachtig zou worden samengewerkt, dan kon men op "doeltreffende en goedkope wijze" het rattenprobleem bezweren.
De oorlog was verklaard: als iedereen de strijd mee zou aangaan dan stond volgens de artikelschrijver de overwinning vast!



