Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oorlogsbrieven uit de psychiatrie

Oorlogsbrieven uit de psychiatrie

Lucas van der Hoeven

30 september 2025

Bijgewerkt op 2 oktober 2025

Korte oorlogsbiografie van arts i.o. in psychiatrische inrichting ‘Voorburg’ in Vught. Een tijdsbeeld van desastreuze psychiatrische situatie in WOII.

Inleiding

Tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw waren er slechts heel beperkt behandelingen mogelijk in de psychiatrie. Deze bestonden uit bad-, slaap-, elektroshock- en zelfs malariatherapie. De beschikbare geneesmiddelen als chloraal, opiaten en barbituraten waren weinig specifiek. Veel psychiatrische patiënten verbleven langdurig in de instellingen. Door het geringe aantal ontslagen patiënten groeide de gestichtsbevolking jaarlijks.

Aantal sterfgevallen op Voorburg 1940 - 1946

jaar

aantal sterfgevallen

bevolking per 1-1

percentage sterfgevallen

1940

107

1.111

9,6

1941

137

1.089

12,6

1942

152

1.093

13,9

1943

115

962

12

1944

167

956

17,5

1945

161

1.001

16,1

1946

105

1.076

9,8

totaal

944

Fran F.M. van der Hoeven, staand links met broer en zus (coll. fam. V.d. Hoeven)
Fran F.M. van der Hoeven, staand links met
broer en zus (coll. fam. V.d. Hoeven)

Met de inval van de Duitsers verergerden de omstandigheden in de psychiatrische inrichtingen drastisch. Uit de brieven van Fran van der Hoeven, arts i.o. die tussen november 1943 en januari 1946 was verbonden aan ‘Voorburg’ in Vught. Zijn zoon, Lucas van der Hoeven, maakte een selectie uit zijn brieven.

Opleidingen 1925 – 1945

Op 23 september 1919 werd mijn vader in Den Haag geboren. Hij volgde de 5-jarige HBS-B aan het St Aloysiuscollege der Jezuïeten in Den Haag. In september 1936 begon hij, als net nog 16-jarige spoorstudent, aan zijn studie geneeskunde in Leiden. Studiebeurzen bestonden er niet, ouders dienden zelf de studiekosten voor hun rekening te nemen. Op kamers gaan was voor velen dus uitgesloten.

Fran F.M. van der Hoeven, zittend 2e van rechts, lagere school c. 1930 (coll. fam. V.d. Hoeven)
Fran F.M. van der Hoeven, zittend 2e
van rechts, lagere school c. 1930
(coll. fam. V.d. Hoeven)

Door de inval van de Duitsers veranderde ook zijn levensloop. Op 26 november 1940 sloot de Universiteit van Leiden haar poorten en moesten studenten het bijwonen van de colleges staken.[1] Als gevolg daarvan studeerde hij verder aan de Gemeente Universiteit in Amsterdam. In zijn schaarse vrije tijd las hij vooral Russische schrijvers zoals Gogol en Dostojewski, maar ook Kafka en later zelfs Erasmus’ Lof der Zotheid [2], dat op de Kerkelijke index stond en waarvoor hij bisschoppelijke toestemming verwierf.

Vanaf 1 november 1943 was hij als co-assistent[3], dus als stagiair, werkzaam op de vrouwenafdeling van de psychiatrische inrichting ‘Voorburg’ in Vught.[4]

Student Fran F.M. van der Hoeven en zijn Ex Libris (= uit de boeken; bron: fam. V.d. Hoeven)
Student Fran F.M. van der Hoeven en zijn Ex Libris (= uit de boeken; bron: fam. V.d. Hoeven)

Uit de brief aan zijn verloofde van 6 november 1943[5]:

“We hebben een zeer interessante afdeling met allerlei verschillende gevallen; een dagverblijf voor rustigen een voor onrustige vrouwen, een zaal met toeval-lijdsters, een zaal met bedverpleging annex badkamer met de permanente baden en een ziekenzaal. En dan is er een gang met een rij kamertjes die gebruikt worden voor totaal onhandelbare, agressieve patiënten, die gevaarlijk zijn. Van de week heeft er een met het erin staande bed en deur totaal vernield, en alles wat nog kapot was te maken stukgeslagen. Een uiterst gevaarlijke psychopathe, die met vieren moest worden aangegrepen. Vandaag was ze gelukkig rustiger, en had de stroozak weer gemaakt. Die gang is wel het verschrikkelijkste van wat ik hier zag; het is meer dierlijk dan menselijk, meer verschrikkelijk dan al het andere”.

Geneeskundig gesticht ‘Voorburg’ in Vught en (r.) het paviljoen voor dames (bron: BHIC)
Geneeskundig gesticht ‘Voorburg’ in Vught en (r.) het paviljoen voor dames (bron: BHIC)

De psychiatrische inrichting Reinier van Arkel in ‘s Hertogenbosch, waarvan Voorburg een onderdeel vormde, kreeg vanaf 1943 te maken met een verdubbeling van het aantal opgenomen patiënten. Zij kwamen uit de instellingen in Santpoort en Heiloo[6], vanwege de aanleg van de Atlantikwall door de Duitse bezettingsmacht. In de periode tot de bevrijding werd de voedsel- en brandstofvoorziening steeds nijpender.

Aankomst bij Voorburg van autobussen met patiënten uit Santpoort; ca. 1942 (coll. fam. V.d. Hoeven)
Aankomst bij Voorburg van autobussen met patiënten uit Santpoort;
ca. 1942 (coll. fam. V.d. Hoeven)

Uit de brief aan zijn verloofde van 3 september 1944:

“Momenteel enige honderden bommenwerpers duidelijk te zien boven ons terrein; de lucht vol met strepen een schitterend gezicht. Het davert van het motorgeronk, ’t huis staat te trillen”.

Uit de brief aan zijn verloofde van 28 september 1944:

“Het leven is hard geworden, en we staan nog maar aan het begin van al het vreselijke dat er nog te gebeuren staat. Het dolle gejuich van drie weken terug heb ik niet als werkelijkheid kunnen beschouwen, hoewel ik ook onder de indruk ben geraakt van alles wat toen door iedereen verwacht werd. En toch kon ik het inwendig niet geloven. En er gebeurde veel, maar hier niet en in Noord Nederland niets. Tot de armada overkwam een uur nadat ik het telephoongesprek met jou heb gehad op Zondag 17 september. ’t Is geweldig geweest. We hebben alles gezien. En de volgende dag precies hetzelfde, nog in grotere mate; meer dan 2000 vliegtuigen kwamen hier recht over ons huis heen en draaide daarna naar N.O. alsof ze het gesticht als baken gebruikten.

Op 18 september vielen er ten Z van ons terrein vele parachutes met kisten, vol met levensmiddelen, munitie en medisch materiaal naar men zegt. De 19e September viel Eindhoven, en kwam er weer zulk een grote groep over, enige honderden, die echter een gordijn van afweer ontmoette zodat het levensgevaarlijk was. Het knalde hier geweldig en wegens scherven was het geboden niet te veel voor de ramen te kijken. Daarna is het stil geworden. Wij hoorden dagelijks van de kleine vorderingen en de strijd bij Nijmegen en Arnhem.

Hoe zou het met Rita, Frank (zus en zwager - huisarts in Nijmegen - van zijn verloofde ) en de kindertjes zijn. Arnhem is een puinhoop. Merkwaardig hoe ik dat in onze vacantie voorvoeld heb, toen ik zei: “Ach je weet maar nooit wat de oorlog nog kan doen; van Arnhem kan misschien niet veel overblijven”. En waarachtig, het is bewaarheid. We werkten hierdoor, in zijn gewone gang. Twee geneesheren zijn constant en een af en toe afwezig.

Ik neem nu “Sancta Maria” waar en kan al het werk rustig af. Overdag zijn er nogal wat jagers en is er af en toe weer afweergeschut. We komen weinig buiten, de grote weg hier wordt steeds gepatrouilleerd en de Duitsers rijden vanzelfsprekend nogal wat, waarop af en toe geschoten wordt. (Collega) Aimé en nog iemand werden opgebracht aangezien men hen voor parachutisten aanzag; en zo zijn er nog vele euvelen die ons in de inrichting en op het terrein houden. De Duitse telephoonpost is weg. De Duitsers zitten nog met duizenden in Boxtel. We hebben hier een chirurgische en interne noodverbandplaats ingericht aangezien ons chirurgisch kunnen vanzelfsprekend niet aan alle eisen kan voldoen. Toch kunnen we eventueel wel hulp verlenen als er hier getroffenen komen. (Collega) Simons is met het interne en ik met het chirurgische gedeelte belast. Zo wachten we maar af, dag in dag uit en denken bijna niet en accepteren alles. Dagelijks gaan onze gedachten uit naar de nood die in de grote steden wel definitief begonnen zal zijn.

Ook hier is het wat minder geworden. Vlees behoort tot de zeldzaamheden van het middagmaal, niet meer da tweemaal per week. Maar we lijden daarom natuurlijk nog geen honger. Melk is zeer beperkt geworden. God-zij dank dat onze eigen bakkerij tegenwoordig werkt en dat we nog fruit hebben en nog wel groenten zodat de patiënten het nog niet slecht hebben gekregen.

’s-Nachts is het hier volmaakt rustig en hoor ik nooit iets, hoewel velen zeggen dat er zo hard geschoten is. ’s-Avonds als ik naar bed ga bij 12 uur zie ik vanuit Eindhoven veel zoeklichten, die als maar heen en weer gaan. En steeds sta je ’s-Morgens weer op, vraagt naar nieuws en gaat het werk weer beginnen. Het is prettig als alles zo veel mogelijke regelmatig gaat. Het is hier wel koud als de zon een hele dag weg is geweest zoals de afgelopen dagen. De patiënten slapen beneden in de gangen en op de oplopende afdelingszalen omdat het boven op de zolders voor scherfgevaar verboden is geworden. Niemand rijdt hier meer op de fiets, ook Schaank en Simons zijn hun karretjes kwijt toen ze vorige week naar Boxtel gingen. Ook vele paarden zijn hier van de boeren meegenomen. Wagens dito. Er is zo goed als geen vervoer meer. Aangezien we hier een gemeenschap op zichzelf vormen is het hier nog niet zo erg, maar ik kan mij indenken hoe beroerd dat in de normale maatschappij is”.

Uit de brief aan zijn verloofde van 10 oktober 1944:

“We hebben het hier veel kariger gekregen, maar zitten gelukkig nog niet in nijpend gebrek. Wel zal dat over plus minus 3 weken voor de deur staan. Melk en eieren voor de patiënten zijn er ook niet meer. Licht (elektriciteit) alleen van 5 tot 11.00. Geen verwarming van zelf. De patiënten die toch niet kunnen werken zullen we voortaan maar in bed houden als het zo door gaat met de kou. Er komt hier geen enkele nieuwe patiënt. Meer, al geen weken. Maar aangezien ik er nu plus minus 550 heb (n.l. 250 van Sancta Maria erbij) is er toch nog veel werk, vooral huisartsenwerk. Heb overigens nog enige interessante psychiatrische patiënten. Heb nog 2 x een sectie gedaan. De ene week na de andere verstrijkt en er gebeurt erg weinig. Af en toe hevig artillerievuur, bijna dagelijks. Vorige week heel erg, dagen achterelkaar. Veel granaten vielen in Den Bosch, waar diverse mensen (30) gedood werden. Van ons huis werden twee verpleegsters van Santpoort hier op de weg plusminus 500 meter van Voorburg door een granaat gedood, die plechtig werden begraven op 4 October. Ook zijn er 4 Duitsers op ons Kerkhof neergelegd die gedood werden.

We komen al sinds 2 à 3 weken niet meer op de weg en nog maar af en toe buiten. Ineens kan het granaatvuur weer beginnen en er is geen ontkomen aan. Over het algemeen komt er niet veel over de weg voorbij. Sinds Zondag is het over het algemeen erg rustig en we horen niet veel.

Aan Sancta Maria heb ik nogal wat werk, nu ik ook de lijsten moet bijhouden; les geven aan de verpleegsters heb ik nog niet gedaan, hun hoofd staat er toch niet naar”.

Mijn vader verbleef in de winter van 1944-1945 in het bevrijde Noord-Brabant. Ook daar was het nog niet altijd veilig: in februari 1945 viel een vliegtuigbom op een gang, die hij een halve minuut daarvoor had overgestoken. Twee verpleegkundigen en één patiënt werden daardoor gedood. Zijn verloofde woonde in het nog bezette Rotterdam en bijna 7 maanden was het onmogelijk om elkaar te schrijven of te bellen. Daarom schrijft hij pas in mei 1945 over wat er die afgelopen maanden plaatsvond.

Uit de brief aan zijn verloofde van 5 mei 1945:

 “We werden op de 25e October bevrijd. Je laatste brief van 18 Oct kreeg ik de week erna. Dat is het laatste geweest. Er is hier zeer serieus oorlog gevoerd. Drie nachten lagen we onder hevig granaatvuur; door een twaalftal inslagen van granaten werden twee Zusters gedood (o.a. Zr Lamberta) en een tiental mensen gewond. Het waren angstige dagen, die in de kelders werden doorgebracht. Toen de Engelsen er eindelijk waren is er nog een volle dag rondom het huis gevochten en toen trokken de Duitsers terug. We waren bevrijd en ik voelde me tot het leven terugkeren. Het eten werd in de volgende weken bar slecht. Geen elektriciteit, geen verwarming. ’t Was veel erger dan voor de bevrijding. Maar allengs begon het beter te worden. Het leven wilde zijn loop hernemen, tot de V1’s kwamen, die maandenlang hierover zijn komen tuffen. Het was een beroerde tijd. Aanvankelijk kon ik er goed tegen, maar op 21 Februari viel er een bom midden op het gebouw (op mijn afdeling St. Cathrien).

21-02-1945; bom valt op tussengang bij de afdeling  St. Cathrien; psychiatrische inrichting ‘Voorburg’ te Vught‘: één dode patiënte en veel gewonden (bron: BHIC)
21-02-1945; bom valt op tussengang bij de afdeling St. Cathrien; psychiatrische inrichting ‘Voorburg’ te Vught‘: één dode patiënte en veel gewonden (bron: BHIC)

Als hij ½ minuut later was gevallen was ik dood geweest, wilde n.l. net door de gang naar het rapport gaan. Ik was stijf van de schrik. ’t Was 20 meter van mij af en had alleen een hoofdwondje. Er was wonder boven wonder maar één dode en plusminus 100 gewonden. De schade bedraagt plusminus f 150.000,-. Een deel van de inrichting was onbewoonbaar. Gesensibiliseerd door deze schrik kon ik niet meer tegen de V1’s die soms met een 20 tal ’s-nachts in de buurt vielen. We zijn toen met z’n drieën in de kelder gaan slapen en zodoende kwam ik weer wat op streek. Na een goede week was het over en keerde ik op mijn slaapkamer terug”.

Noten

[1] Op 26 november 1940 hield de hoogleraar Rudolph Cleveringa (opent in een nieuw tabblad), decaan van de juridische faculteit, een vlammend betoog in het Academiegebouw om te protesteren tegen het ontslag van de joodse werknemers, onder wie de jurist Eduard Meijers (opent in een nieuw tabblad), de latere grondlegger van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (opent in een nieuw tabblad). Medisch hoogleraar Ton Barge (opent in een nieuw tabblad) wijdde op dezelfde dag zijn college aan de onhoudbaarheid van de theorie van de rassenleer. Ook staakten de studenten. De universiteit werd daarop door de bezetter gesloten. https://nl.wikipedia.org/wiki/Universiteit_Leiden (opent in een nieuw tabblad)

[2] Erasmus, D.; Lof der Zotheid; Sun; 2007; ISBN 9789085064299.

[3] Blauwboeken Voorburg Vught: in de jaarverslagen van Voorburg staat de medische staf; tussen 1943 en 1945 is F.M. van der Hoeven inwonend-assistent-geneeskundige. Vanaf 7 sept. 1945 is hij er ‘geneesheer’ na behalen van artsenexamen.
·        Enige van zijn vele brieven aan verloofde: https://www.cbsm.nl/upload/artikelen/1943_1945_voorburg_te_vught.pdf (opent in een nieuw tabblad)

[4] Binneveld, H.; Wolf, R.; Een huis met vele woningen, 100 jaar katholieke psychiatrie Voorburg 1885 – 1985; uitgave eigen beheer, 1985; ISBN 909001134; p. 138 – 144 over WOII.
·        Kappelhof, A.C.M.; Reinier van Arkel 1442 -1992, de geschiedenis van het oudste psychiatrische ziekenhuis van Nederland; ’s Hertogenbosch, 1992, ISBN 90-800911-1-1 (geen details over WOII).
·        Aa, van der, U.; Maskers en machten, vergeten psychiatrie; eigen beheer; ISBN 978-90-812431-1-7; verschillende interviews met zusters over WOII; p. 65 - 88.

[5] Stadsarchief; ’s-Hertogenbosch; NL-HtSA Archiefnummer 1092; Correspondentie van der Hoeven – Sadée, 1938-1948, invnr. 1092. De originele brieven zijn privé bezit.   

[6] Ruijter, de, E.; Brinkmann, J.; Verslag betreffende de psychiatrische inrichting St-Willibrodus-Stichting, voor mannelijke zenuw- en zielszieken te Heiloo over het jaar 1940; 1941 – 1945; GGZ Noord-Holland-Noord; p. 73 – 258.
·        https://open.spotify.com/show/1Yy6FUlL8KdrxjmUGqGAyE (opent in een nieuw tabblad) : 2024; podcast over psychiatrie in WOII.
·        Reinier van Arkel en Voorburg tijdens de Tweede Wereldoorlog, verhalen van ooggetuigen; tentoonstelling in Reinier van Arkel, 11 september 2021; 91 p.
·        Gietema, M.; Stegge, aan de, C.; Vergeten slachtoffers, psychiatrische inrichting de Willem Arntsz Hoeve in de Tweede Wereldoorlog; Boom; 2017; ISBN 9789089539465; 269 p.
·        Buchheim, E.; Futselaar, R.; Uit zorg verdreven, het Nederlandse Krankzinnigenwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog; Boom; 2023; ISBN 9789024457342; brief F. van der Hoeven p. 141-142. 
·        Originele Oorlogsdagboek van een (anonieme) verpleger van Voorburg in Vught over de periode 4 september 1944 – 30 oktober 1944. Vughts Museum onder nr. D00168.

Dit artikel verscheen eerder in Bossche Kringen 2025 nr. 2 (opent in een nieuw tabblad), blz. 48 - 53

Stierven er tijdens de Tweede Wereldoorlog meer psychiatrische patiënten dan daarvoor of daarna? De auteur ziet daar wel aanwijzingen voor in een opiniestuk.

Lees hier meer over (opent in een nieuw tabblad)

Meer gegevens over de psychiatrische ziekenhuizen Reinier van Arkel en Voorburg tijdens de Tweede Wereldoorlog?

Klik dan hier (opent in een nieuw tabblad)

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Oorlogsbrieven uit de psychiatrie | BHIC