Jaren negentig bezocht ik bij een fietstocht het Gemaal Caners in Gewande, gelegen aan de Maas. Mijn oog viel op een kruiwagenwiel, het bezat een speciale stalen wielband. En daarvoor bracht ik onlangs speciaal een bezoek.

Thuis hadden we de keus uit drie kruiwagens, een kleine en twee grotere, waarvan ene de Polderkreuge genoemd. Van dit verveloos vervoermiddel was het platte vlak van het wiel als normaal, over de buitenomtrek voorzien van een stalen band, de reep. Daarop was in het midden een stalen ring van ± 8 mm. aangebracht, mijn gedachte: voor het gebruik op glijdend terreingebied. Verder bezat dit tuig vaste ‘burtjes’, zijschotten.

In mijn jeugd liep ik vele malen tussen de burries van de kruiwagen, zoals elke week de gang naar Graanmaalderij Toon van Heeswijk, buurtschap Hoenderbosch in Uden en ervarende dat het gemakkelijker liep met een beladen dan een onbeladen werktuig. Beladen was een kunst, het gewicht boven het wiel en de manier om deze overvol te laden na het knippen van de ligusterheg. Op het werk werd me maandags wel eens gevraagd: èn heb je gister (ik had een mèske) tussen de burries gelopen?
Enkele gezegdes over de kruiwagen: De kruiwagen was op elke boerderij meid voor alle werk. En in de houtzaagmolen van Makkinga (bij Appelscha) las ik ‘Waegenmaeker waj niet zomar. As leerling mos je eerst leren om een kroje te maeken’.
Ad Hartjes, beheerder van het gemaal Caners in Gewande, vertelde me het doel van het aangebrachte metalen profiel. ‘De band op het wiel van de kruiwagen liep tijdens het kruien over een gespannen touw op de kruiplanken. Dit zorgde ervoor dat de kruiwagen enige geleiding had en niet van de planken af kon schuiven wanneer het nat en vettig was van de klei (zie foto). Bij het zware werk in file met het werktuig de helling op.

Na de afbeelding van de kruiwagen in de machinekamer van Caners, vond ik bij het Limburgs Openluchtmuseum Eynderhoof (Nederweert-Eind), een tuig met profiel dat vermoedelijk ook door een U-profiel werd geleid.

Verder het door vader gemaakt kruiwagenwiel (zonder wielband) bij de karren presentatie. Het voetstuk het draaiend handwiel, een onderdeel van de voormalige vleessnijmachine bij de slager.

En bezocht voor het kruiwagenwiel het Zee- en Havenmuseum in IJmuiden en bekeek aandachtig het zeer smalle wiel en met gelijke breedte ook de stalen reep van 1½ cm breed. En werd verteld dat het wiel in een soort U-profiel werd geleid.

Koning Willem III opende 1 november 1876 een nieuw kanaal en sluizen, het werd gedoopt als het Noordzeekanaal. Het Rijksmuseum schonk (aan het Museum) daarbij een houten kruiwagen en spade die maart 1865 symbolisch werden gebruikt bij de start van het graven. Na het kruiwagenwiel bekeek ik de zeer uitgebreide en verzorgde verzameling van de scheepvaart, visserij en het loodswezen.
Om af te sluiten de kruiwagen uit het preHistorisch Dorp in Eindhoven, het is maar waar je het wiel plaatst, de theorie daarvan is mij niet bekend, maar vermoeiend bij beladen gebruik. Een kruiwagenrad bevat meestal 6 tot 8 spaken.

