Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Toen tijdens de middeleeuwen allerlei beroepsgroepen of gilden ontstonden was het een goede gewoonte voor je vereniging een patroonheilige te kiezen. Denk maar aan Sint Joseph voor timmer- en handwerkslieden, Sint Andreas voor vissers, schippers en vishandelaren. Sint Lucas voor de artsen, Sint Caecilia voor de muzikanten, Sint Bartholomeus voor de slagers, Sint Isidorus voor de boerenorganisaties en ten slotte Sint Ambrosius voor de bijenhouders of imkers.

Volgens de legende zou in het jaar 339 Ambrosius als babytje in zijn wiegje hebben liggen slapen met z’n mondje open en plotseling vloog een zwerm bijen in die richting en binnen de kortste keren zat zijn gezichtje vol bijen. Die vlogen zelfs, althans volgens de legende, het mondje in en uit. Het kindermeisje zou in paniek naar de ouders van Ambrosius zijn gesneld, maar vader verbood haar de bijen te verjagen. Later beweerde men dat Ambrosius, als bisschop en kerkleraar, zeer welbespraakt door het leven ging. Hij stierf in 397 en ‘zijn woorden vloeiden als honing uit zijn mond en waren vol van zoet geurige amber’. Hij zou de patroon zijn van o.a. bijenhouders, bijentelers, waskaarsmakers, honingkoekbakkers en geldt als beschermheilige van bijen, ganzen en spreeuwen.
Wat nu de aanleiding was om in deze column aan de bijenteelt aan te roeren is een conflict uit 1637, zoals dat in het schepenprotocol van Schijndel opdook. In 1640 verscheen in de Schijndelse schepenprotocollen een getuigenis, wat je niet direct zou verwachten.
De vorster had enige Schijndelaren ontboden om een verklaring te komen afleggen voor Niclaes van Griensven, de toenmalige schout van het dorp. De huidige Claes van Griensvenstraat is naar hem genoemd. De schepenen in dat jaar waren o.a. Anthonis van der Spanck en een zekere Jan Smits. Voor hen verschenen Lambert Henricx van Delft, oud 58 jaar, Hanrick Lamberts van Delft, oud 18 jaar, Hanrick Jan van Roggel, oud 30 jaar en Denis Gijsberts van wie de leeftijd niet werd vermeld. Lambert, de oudste van dit illustere gezelschap, legde als eerste een verklaring af.
Volgens hem zou hij aan een zekere Willem Gerit Henrick Goessens in 1637, toen men de bijen naar de uitgestrekte heidevelden in de Peel bracht, een bijenkorf, in de terminologie van toen ‘biestock’ genaamd, meegegeven hebben. Het houden van bijen was vanaf de middeleeuwen, ook binnen Schijndel, een belangrijke bedrijfstak geweest, een soort extra bijverdienste.
Lambert had destijds aan Willem een vergoeding betaald van ‘vijf oirt stuijvers’ voor de vracht. Toen echter de korven vanuit de Peel teruggehaald werden ontbrak de korf van Lambert. Daar verwonderde hij zich ten zeerste over. Hem werd uiteindelijk wijs gemaakt dat zijn ‘biestock in den Peel tot Boeckel was gestolen’. De andere gedaagden bevestigden de woorden van Lambert.
Bron: Wikipedia, Bernard van Dam in: Oud Brabants dorpsleven [1972 pag. 70]. BHIC toegang 5122 inv.nr.71 scan 533-535 dd. 9 februari 1640
Oorspronkelijke publicatiedatum: 24 maart 2021 (nr. 85)
