Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.

Schijndel haalde begin 18e eeuw de landelijke kranten, om precies te zijn in april 1727 met een relaas over de brandstichting op de 2e Nonnenbosschehoeve in de Houterd, ook wel Houterdse – of Clarissenhoeve genoemd. De daders zaten al enige tijd achter slot en grendel op de gevangenpoort of Leuvense Poort te ’s-Hertogenbosch in afwachting van het definitieve vonnis door de Bossche schepenen.
De Leidse Courant berichtte op de 23e april dat op de 24e een executie zou worden uitgevoerd op basis van een vonnis van de Bossche schepenbank vanwege brandstichting bij genoemde hoeve in de nacht van 5 op 6 oktober 1726. Genoemd werden als brandstichters Jan van den Boer alias Jan van Zoelen geboortig van Vught en Anna Maria van Boekholt alias Anne Mie van Dinter en die zouden als eersten bestraft worden, maar er volgden er nog meer op basis van nader onderzoek. Allen werden ze onderworpen aan een ‘scherp examen’ soms via de nodige martelwerktuigen. Nee, op de pijnbanken ging het er beslist niet zachtzinnig aan toe in die tijd!
Jan kreeg de strop en werd nadien ‘geblaakt’ en Anna Maria zou ook ‘geblaakt’ worden na eerst gewurgd te zijn. Maar uit de krantenkoppen dd. 14 en 16 mei in dezelfde courant bleek dat er ook nog meer medeplichtigen waren gearresteerd te weten Klaas van de Weijer en Jan Gommers. De laatste was een bekende bij justitie vanwege zijn vele gepleegde diefstallen, een vagebond van de bovenste plank! Zelfs enkele vrouwen hadden het gepresteerd een rol te spelen bij dit ‘vreselijke feijt’ nl. Elisabeth van Oirschot als Coob de Wannelappers Beth en Johanna alias Jen de Waal. Ze zouden een hele onprettige executie tegemoet gaan zien, want ze werden beiden aan een stevige paal vastgebonden, gewurgd en vervolgens zouden hun gezichten met het nodige vuur geblaakt worden. Een vrouwelijke collega die ook ‘van de duvel niet bang was’, een zekere Anna Griet Hendriks die al vele diefstallen op haar naam had staan, stond er ook niet al te rooskleurig voor, want haar stond ophanging te wachten waarop onherroeplijk de dood zou volgen.
Daarmee was de lange lijst van deze landlopers brandstichters schooiers bedelaars en gauwdieven, want zo stonden ze onder de Meierijse bevolking bekend, nog niet ten einde. Cees Verhagen meldt in zijn brochure over deze brand nog een zekere Peter Franse van Groesbeek, Peter Thijsse van Uden en Jan Hendriks van Dinther en hij somt ook nog de namen op van bendeleden die tijdens de verhoren genoemd werden. Iedereen op het platteland was inmiddels wel vertrouwd met die rondtrekkende schurken, die vaak door bittere armoede gedreven zulke onheilspellende fratsen uithaalden. Desalniettemin zat er de schrik onder de bevolking goed in. Een van die bendeleden zou eens gezegd hebben, nadat negatief was gereageerd op hun bedelpraktijk : “Morgen zult ghij net zo rijk zijn als wij!” daarmee duidend op een aanstaandde brandstichting, die families te wachten stond als men niet vrijgevig genoeg was. Zulke misstanden zijn overigens van alle tijden of anders gezegd….er is niets nieuws onder de zon!
Bron: Historische kranten in Delpher en C.P.J. Verhagen in: De Nonnenbossche Hoeven [1993]
Oorspronkelijke publicatiedatum: november 2019 (nr. 57)
