Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.

Maar al te vaak zeg ik als amateur-historicus dat er werkelijk niets nieuws is onder de zon. Criminaliteit is een begrip dat al eeuwen gemeengoed is in onze samenleving. Duik je serieus in de archieven dan sta je er versteld van wat er aan crimineel gedrag zoal boven water komt. Schijndel vormde natuurlijk geen uitzondering op die regel. Zo klikte ik het archiefbestand van de Raad van Brabant [1586-1811] aan, zocht onder plaatsnaam Schijndel en kreeg als ‘gevonden resultaat’ 41 gevallen voorgeschoteld en het boeiende daarvan is dat je meteen kunt doorschakelen naar de bewuste akte waarvan een digitale scan beschikbaar is. Ter illustratie lichtte ik er in deze column enkele misdadige praktijken uit nl. drie moordpartijen met vermelding van wie verantwoordelijk was voor de misstap.
Een zekere Laureijs Hendrick Peeters heeft op de 29e juni 1631 in de nachtelijke uren het huis van Peeter Wouters Peeters in het Wijbosch verlaten. Op straat ontmoet hij daar een zeker persoon luisterend naar de naam Amijs de zoon van Anthonis Jan Embrechts. Er ontstaat de nodige discussie tussen beide heren en in de akte staat geschreven dat Laureijs zijn tegenstander Amijs ‘seer moordaedelyck heeft aangevallen en soodanich met een mes in sijn buijck gequetst dat hij daervan des anderendaechs is gestorven’. Een overduidelijk voorbeeld van openbaar geweld en geenszins acceptabel. Hij werd veroordeeld en het vonnis luidde dat men hem zou overbrengen naar de gevangenis in Den Haag op de bekende ‘Voorpoort’.
Uit een verklaring dd. 15 april 1688 van de Schijndelse schepenen Aert Dirckx van der Heijden en Jaspar Spierincx, is af te leiden dat ze samen met de chirurgijns Mr. Willem Cocquel en Mr. Hendrick Davervelt naar Middelrode zijn getogen om het dode lichaam te visiteren van een zekere Johannis de zoon van Franck van der Rijt. Nadien leggen ze een verklaring af voor de hoog- en laagschout van Stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch over hun bevindingen.
Het betrof een messteek aan de linkerzijde van de borst van het slachtoffer, net boven de maag, penetrerend door drie ribben, door de lever en achter in de rug aan de linkerzijde. Bovendien constateerden ze dat tussen de vijfde en zesde rib een messteek was gepenetreerd tot in de ‘holligheijt van de taraxie’, dat de borstholte of borstkas moet zijn waar het hart en de longen liggen. Dit alles bleek de doodsoorzaak te zijn geweest.
Op de 7e januari 1693 hebben we weer te maken met een dodelijk slachtoffer, volgens de verklaring van de schepen de 34-jarige Hendrick Willems van Herethum. Hij is immers de zondag daarvoor in de herberg van Dirkske de weduwe van Antony van de Sande geweest om er een pintje te drinken en daar was ook een zekere Dominicus Schenkels. Die kreeg onverwacht woorden met Gerrit van de Loo over een paard. Op ’n bepaald moment veerden ze beiden op met een bloot mes in de hand en dat voorspelde in die tijd weinig goeds. Dominicus moest helaas die fatale gebeurtenis met de dood bekopen!
Bron: dossier Raad van Brabant inv.nrs. 447.0027, 447.0380, 447.0388 scan 3 en 4
Oorspronkelijke publicatiedatum: 8 maart 2023 (nr. 129)
