Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Op 12 september jl. heeft professor Arnoud-Jan Bijsterveld, hoogleraar aan de universiteit van Tilburg, een ontzettend boeiende lezing gegeven over Joodse inwoners van Tilburg waaronder een zekere familie Polak-Cohen. Hij woont tegenwoordig nl. zelf in het huis van deze Joodse familie in de Professor Dondersstraat 77 te Tilburg en heeft diepgaand onderzoek verricht rond deze familie, er een boek over geschreven en een film opgenomen. Indrukwekkend!!!
Tijdens die lezing realiseerde ik mezelf meermaals dat wij als heemkundekring en in het bijzonder de historische werkgroep eigenlijk weinig of geen aandacht hebben besteed aan Joodse families uit Schijndel en ook niet aan de Joodse begraafplaats in de planetenbuurt nl. Uranus. Maar…..niet getreurd, beter laat dan nooit!

Hij heeft me geïnspireerd en diep geraakt met zijn verhaal om een eerste stap te zetten, te beginnen met de historie van onze Joodse begraafplaats en daarna de families onder de loep te nemen. Gelukkig beschikken we over bijzonder bronnenmateriaal zoals het boek van Jan Bader ‘Verborgen in Brabantse bodem – Joodse begraafplaatsen in Noord-Brabant’ en natuurlijk onze eigen website ‘Schijndelwiki’. Informatie te over, dus beperk ik me maar tot wat hoofdzaken.
De Joodse begraafplaats in Schijndel is eigenlijk een plaats waar joden werden begraven afkomstig uit Veghel, Uden, Sint-Oedenrode en Schijndel. Oorspronkelijk was de grond eigendom van de familie Van der Waal uit Schijndel. Toen in 1832 de kadastrale kaarten werden samengesteld verscheen een proces-verbaal en werd gesproken over ‘bij het Jodenkerkhof’ en ‘op de Joodse kerkhof’. In een gemeenteverslag uit 1846 luidde de omschrijving: ‘deze begraafplaats lag langs de heide, ver van de kom verwijderd, in de richting van de Koeveringsemolen en is sinds mensenheugenis als begraafplaats gebruikt’.
In 1875 is vanwege een grenswijziging het kerkhof vergroot en maakte in z’n totaliteit deel uit van de gemeente Schijndel en toen is ook een ‘metaheirshuisje’ gebouwd op de begraafplaats. Een metaheirhuis of metaarhuis is een lijkenhuis, bedoeld voor het ritueel reinigen van overledenen. Bij deze reiniging wordt naar joodse traditie het lichaam geheel afgedekt met een laken terwijl er kommen warm water over uitgegoten worden. Het woord is ontleend aan het Hebreeuws. In hetzelfde jaar is een gedeelte van de begraafplaats, 13 vierkante roeden en 35 ellen, afgezonderd voor de nabestaanden van de familie Van der Waal. Ook al woonden familieleden niet meer in Schijndel, dan werden ze na hun dood toch overgebracht naar deze begraafplaats.
De stamvader van de familie was een zekere Benjamin Elias van de Waal, die als weduwnaar van Johanna van Hessen op 14 mei 1811 overleed. Tussen 1862 en 1929 zijn veel van hun familieleden aldaar begraven. De oudere grafstenen van de familie zijn kennelijk verdwenen. Op 15 januari 1828 overleed zijn zoon Elias Benjamin van der Waal. In 1859 riep een zekere B. van der Waal, die toen kerkmeester in Schijndel was en aangesteld als toezichthouder en verzorger van kerkhofzaken, de hulp in van de hoofdcommissie van Israëlitische zaken omdat zich rond de begraafplaats regelmatig ongewenste incidenten voordeden. In een document werd het als volgt geformuleerd: ‘mensen uit naburige joodse gemeenten waren er in geslaagd alle wereldlijke en geestelijke wetten te overtreden!
Bron: De boven aangegeven publicatie pag.155 – BHIC S 20.16 waarin ook de bestaande grafstenen worden bespoken.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 19 oktober 2022 (nr. 121)
