Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
In de canon van Meierijstad wordt uiteraard ook aandacht besteed aan de Koeveringsemolen op het snijpunt van drie jurisdicties Sint-Oedenrode, Schijndel en Veghel. Veel schrijvers houden alsmaar vast aan dit jaartal als zou het de oudste vermelding van Schijndel zijn. Al meerdere keren heb ik betoogd dat we in die 13e eeuw nog 66 jaar vroeger moeten kijken en dan komen we uit op 1233. Bovendien is het boeiend om te zien hoe de oude benaming Scinle in de middeleeuwse, veelal latijnse handschriften, aan variaties onderhevig is. We sommen wat verschillende uitdrukkingen op met een jaartal en dan ziet er het lijstje als volgt uit: 1233 de Radenputte super Scinlre mere, 1299 inter hamodam de Rode et Skinle, 1305 et tertia pars dicte hove sita versus Scinle, 1309 per publicam stratam usque in Schijnle, 1310 ad communitate hominum de Schynle, 1312 de manso terre ipsius Johannis sito in Scindelle. Met dat oude Scinlre mere is waarschijnlijk een moerassig gebied bij Schijndel bedoeld.
Nu terug naar de molen op de Koevering! Die stond eenzaam op de heide met het recht van vrije wind en maalrechten in Rode, Schijndel en Veghel. Twee poten stonden op Roois grondgebied, een op Schijndelse grond en een op Veghelse bodem en hij verkreeg dus het recht om in die drie gemeenten koren te mogen malen. De authentieke tekst door pater Wiro Heesters beschreven: “Wij, Johannes, door Gods genade Hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg, maken bekend, dat wij aan onze trouwe en beminde Arnold, genaamd Heym, tot uitbreiding van het goed dat hij van ons in leen houdt, erfelijk een plaats schenken op de grens tussen Rode en Schijndel, om er een windmolen te bouwen. We verlenen hem daarbij het recht van vrije wind. Hij mag die molen bouwen op een plaats die hem het meest geschikt zal lijken. Wij bevestigen dit door deze brief waaraan tot getuigenis van de waarheid ons zegel bevestigd is. Gegeven op vrijdag vóór het feest van St.Nicolaas, in het jaar des Heren 1299”.
Vanuit de oude Schijndelse archieven zijn diverse benamingen bekend zoals bv. Coeverincxssemeulen [1630], Coeverincksemoolen [1649], de koorenwintmoolen op de Coevering [1770], de Koeveringschemolen [1894]. De benaming de Oude Koevering slaat vermoedelijk op een middeleeuws landgoed dat al bestond voordat de molen werd gebouwd. De bekende Rooise koster Brock schrijft in 1825 ‘dit landgoed heeft vermoedelijk zijn naam gegeven aan een, zo niet adellijk, althans voortreffelijk oud geslacht dat onder de naam Coeverincx of Van de Coevering voorkomt, dat deze hoeve in bezit had’.
Het kon natuurlijk niet uitblijven dat van de zijde van de latere Veghelse korenmolen en ook van de eigenaars van de Schijndelse windmolen aan de Molenheide diverse conflicten zijn uitgelokt in de 17e en 18e eeuw en er zijn meerdere processen gepasseerd voor de Raad en Leenhof van Brabant in Den Haag m.b.t. dat maalrecht! In juli 1912 brandde de molen af en de vervangende molen werd tijdens de operatie Market Garden op 25 september 1944 geheel verwoest.
Bron: Wikipedia, Heesters in: Sint Oedenrode – zwerftocht door een boeiend verleden [1981], A.C.Brock Beschryving der vryheid St.Oedenrode [herdruk 2003]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 16 september 2020 (nr. 73)