Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
De medische zorg werd in het verleden, zeg maar van de 15e tot 18e eeuw, toevertrouwd aan zgn. ‘medicine doctoren en dorpschirurgijns’, al of niet werkzaam in lokale gasthuizen. De laatste groep verrichtte kleine medische handelingen en werden regelmatig bij ongelukken geroepen om een eerste diagnose te stellen of wonden te verzorgen. Er zijn daarvan in de Schijndelse archieven legio voorbeelden te vinden en de opeenvolgende chirurgijnen hebben het er maar druk mee gehad. Soms kwamen ze bij patiënten die de nodige snijwonden hadden van messentrekkers of zware mishandelingen hadden moeten doorstaan. Je ziet dan in de verklaring soms zelfs uitgebreide medische rapporten tot en met allerlei latijnse benamingen voor inwendige kneuzingen, breuken, bloedingen etc. Hieronder het relaas over een overleden vrouw.
Op de 14e februari 1771 meldt Frederik Du Parck, de dorpschirurgijn, zich bij de schepenbank om op verzoek van het Hoog Officie der stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch een verklaring te komen afleggen. Hij vertelt dat hij op de 12e februari 1771 in het bijzijn van de Niklaas van Schaardenburgh president-schepen, Eijmbert van Rooij schepen en de secretaris het lichaam heeft ‘gevisiteerd’ en nader onderzocht van een zekere vrouwspersoon, waarvan men zegt dat ze Maria Hellings heet, laatst gewoond hebbende te Sint-Michielsgestel. Op zondag de 10e februari schijnt ze onder het dorp Schijndel ter plaatse aan de Meijldoorn, naast de daar lopende dijk, voorover op het ijs gevallen te zijn wat ze met de dood heeft moeten bekopen. Tijdens zijn visitatie constateert de chirurgijn een verwonding aan haar neus, klaarblijkelijk door het voorovervallen en bovendien ziet hij dat ze een wond heeft aan haar hand, waarschijnlijk omdat ze daarmee haar val heeft proberen te stuiten. Verder heeft hij geen enkele blessure kunnen ontdekken, noch inwendig noch uitwendig en komt tot de conclusie dat haar dood vermoedelijk veroorzaakt zal zijn door de felle kou waardoor ze is bevangen geraakt.
Over dodelijke ongelukken gesproken... Opvallend zijn in het verre verleden de gevallen van verdrinking onder jonge kinderen in en rondom het huis, getuige de volgende bescheiden bloemlezing en dat is echt maar het topje van de ijsberg: Margriet [5] dochtertje van Johannis Peeters van der Heijden verdronken in een sloot [1782], idem Adriaan [3] zoontje van Johannis Jan van der Schoot in een sloot in het Hermalen [1782], Dirk [3] zoontje van Roelof Rigter op Plein [1782], Antony [2] zoontje van Adriaan Janssen Heijmans bij de Schrijvershoef [1786], Mieke [5] dochtertje van Adriaan Rijndert van den Boogaart in een sloot [1787] en ten slotte Andries [3] zoontje van Arnoldus van Bree in een koperen ketel [1788]. Vanaf eind 19e eeuw volgen ook nog de diverse ongelukken ten gevolge van de aanleg van het Duits Lijntje in 1873 en tussen 1898 en 1936 de nodige ongevallen nadat de tramrails is geïntroduceerd.
Bron:
- BHIC 5122 inv.nr. 166 Schepenprotocol scan 451
- BHIC 5122 inv.nr. 171 folio’s 171, 268 en 269
- BHIC 5122 inv.nr.174 folio’s 36, 91 en 205
Oorspronkelijke publicatiedatum: 30 augustus 2017 (nr. 8)
