Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
In de canon van Meierijstad wordt uiteraard ook melding gemaakt van allerlei fundaties of aparte stichtingen van liefdadigheid. Ze bestonden al vanaf de middeleeuwen in alle Brabantse dorpen en steden, de periode waarin liefdadigheid of allerlei vormen van naastenliefde hooglijk gewaardeerd werden. Ze werden vaak gesticht door goed gesitueerde ingezetenen die via hun testament in hun nalatenschap aangaven graag een fundatiewoning te willen stichten voor oude mannen of oude vrouwen.
In een gemeenteverslag uit 1859 is te lezen dat er in dat jaar sprake was van vijf fundaties verdeeld over 25 personen voor wie de zorg gold. In dat verslag stond de volgende verklaring: “Deze gestichten zijn door bijzondere personen daargesteld met het doel om aan de naaste en meest behoeftige bloedverwanten der stichters vrije woning met enige onderstand [= geldelijke hulp] te verlenen”. Het fundatiehuisje en aangelegen stukjes land werden beheerd door zgn. provisoren, een soort rentmeesters en de supervisie was in handen van het gemeentebestuur.
We kunnen vrij ver terug in de geschiedenis want bekend is bv. dat ten tijde van het pastoraat van Andreas Bogardus of Van den Bogaard de Bossche bisschop Zoësius in 1615 voor een visitatiebezoek naar Schijndel kwam en in zijn visitatieverslag werd melding gemaakt van een stichting voor twee oude vrouwen, een fundatie van een zekere Henricus van Asten. Het betrof overigens een akte van later datum nl. 1682 met een verwijzing naar 9 oktober 1614. Daarin wordt Willem van den Bogaard als provisor van die fundatie genoemd.
Om de doelstelling goed te kunnen begrijpen is de uitleg rond de fundatie van Jenneken Huijgen van Berkel aan de Heikant van 2 januari 1709 veelzeggend: “Eene woninge van twee arme vrouwspersoonen ende annexe landerijen groot omtrent twee loopense onder tLutteleijnde omtrent het Kerckenhuys [= de schuurkerk] met twee camerkens om ieder apart bewoont te connen werden, welcke arme vrouwkens ofte quesels gehouden sullen sijn die eene den andere in sieckte, onpasselyckheijt ofte hoogen ouderdom bij te staen ende te dienen sonder eenich tegenseggen”.
Deze woning zou gelegen moeten hebben tegenover het huidige Sint Jozefklooster, het moederhuis van de Zusters van Liefde van Schijndel, gebouwd op de plek waar eens de schuurkerk stond. Van die kwezelkes werd verwacht dat ze minstens driemaal per week ter kerke zouden gaan om daar ‘devotie te plegen’. Een identieke omschrijving is eigenlijk ook van toepassing op andere fundaties als de fundatie Van der Rijdt dd. 12 november 1719 [Pompstraat 11-13], Anthony van der Zande [sinds 28 januari 1745 in de Kluisstraat], de fundatie Verhagen uit 1903, de oude fundatie van Jan Daniel van der Aa nabij de Sluiperman, een fundatie van de weduwe van Jan Peters van der Zande in de wijk Plein en vier kleinere huisjes aan de Vicaris Aertsweg.
Bron: Henk Beijers in Schijndels landschap p.51 e.v. – Canon Meierijstad – enige attentiestenen.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 4 november 2020 (nr. 77)
