Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
In de komende serie gaan we terug naar oude vermeldingen zoals die destijds zijn opgetekend door ons lid van de historische werkgroep Jo van der Aa. Het betreft historische kranten die destijds zijn ingescand op de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en die nu voor iedereen doorzoekbaar zijn. Als je op mijn website zoekt onder ‘ archief Schijndel’ vind je ze.
Het begint al met een vonnis ten aanzien van twee medeplichtigen die nauw betrokken waren bij de brand op de Nonnenbossche Hoeve. Die brand zou gesticht zijn op 5 oktober 1726. De daders hing een aardige straf boven het hoofd. Het betrof een man en een vrouw uit Vught. Jan van den Boer, alias Jan van Zoelen die werd geassisteerd door een zekere Anna Maria van Boekholt alias Annemie van Dinter. De eerste van de twee zou volgens het eindoordeel in het proces ‘gehangen en geblaakt’ worden en Anna Maria zou volgens de verklaring ‘geworgd en geblaakt’ worden.
Maar buiten die twee ging men naarstig op zoek naar een serie kameraden, volgens het krantenbericht 17 man sterk! Zo werden een manspersoon genoemd die zich te Heusden zou ophouden en twee vrouwen uit Waalwijk, die inmiddels al bij de kraag gepakt waren. Maar ze kwamen nog meer van die brandstichters op het spoor. De Leidse krant lanceert op 14 mei 1727 een kort artikel met de mededeling dat in Heusden op 12 mei was gepubliceerd, dat Klaas van de Weijer en Jan Gommers voor de rechter zijn gedaagd en als medeplichtigen werden beschouwd van die fatale brand.
Beiden stonden al langer bekend als doortrapte vagebonden, die van alles uithaalden in de Meierij van ’s-Hertogenbosch. Zoals ‘dieverijen en huijsbraaken’. Die twee booswichten werden stevig aangepakt, want volgens een artikel in dezelfde krant is Klaas aan een paal vast gebonden en ‘half gewurgt’ om daarna ‘geblaakt te worden totdat de dood er op volgde’ en Jan werd ‘met den koorde gestraft tot de dood er op volgde’.
Op 16 mei 1727 verscheen het bewuste bericht vanuit Waalwijk over een vonnis van de heren schepenen van deze vrijheid en was het de beurt aan die twee ‘vrouwlieden’ nl. een zekere Elisabeth van Oirschot alias Coob de Wannelappers Beth en een medeplichtige dame die luisterde naar de naam Johanna alias Jen de Waal. Ze hadden ook wel degelijk wat te maken met de brandstichting aan de Schijndelse Clarissenhoeve en ook hen wachtte een ingreep van de scherprechter wat neerkwam op wurging en bovendien werden beide vrouwen ‘met vuur in haare aangezigten gebrand en geblaakt’.
Met hen kreeg op dezelfde dag ook een zekere Anna Griet Hendriks met de beul te maken vanwege dieverijen en gepleegde ‘huysbraaken’. Zij werd ter plekke opgehangen. Een ramp van een ander kaliber was de melding te Schijndel van een ‘allerijsselijkst onweeder donder en bliksem’ op 30 juli 1775, wat gepaard ging met zware windstoten en hagel, waarbij hagelstenen uit d’n hemel kwamen vallen zo groot als ‘hoender- en duijveneijeren’, met het gevolg dat er grote schade was toegebracht aan de veldvruchten.
Bron: collectie Jo van der Aa; henkbeijersarchiefcollectie.nl
Oorspronkelijke publicatiedatum: voorjaar 2024 (nr. 146)
