Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
De erfsecretaris Gijsbertus de Jong
In 1981 schreef historicus Jean Coenen een doctoraalscriptie over de erfsecretarieën van kwartier Peelland en gaf daar een definitie van het begrip ‘erfsecretarie en erfsecretaris’. Hij formuleert het als het recht om de secretariaten binnen een bepaald district te bedienen en daarvoor secretarissen aan te stellen en dit te beschouwen als een soort erfelijk bezit.
Volgens hem is over de oorsprong der erfsecretarieën van Peelland nauwelijks iets bekend. Hij suggereert dat die van Peelland voor het eerst door Hertogin Johanna [1355-1406] uitgegeven werden. In het oudste leenboek van de hertog, het bekende Casselboek of Latijnboek [1312-1352] komt het leengoed van een erfsecretaris nog niet ter sprake. In zijn studie geeft hij een overzicht van alle erfsecretarieën in Peelland, waaronder dus ook die van Schijndel. Een van hen is geweest Gijsbertus de Jongh. Ik heb in de oude schepenregisters van Schijndel eens gekeken wat we van hem konden terugvinden. Het betrof legio schepenakten, waarvan we er op basis van de 500 woorden die ik mag gebruiken, slechts een paar zullen weergeven.
Zo stuitte ik op een memorie van de rentmeester der geestelijke goederen in de Meierij van ’s-Hertogenbosch Rogier van Leefdael Heer van Deurne, die op basis van een resolutie van de Raad van State dd. 13 januari 1671 aan Gijsbertus verkocht een heiveld onder Elde. Op 1 december 1683 wordt melding gemaakt van een afgebrande opstal van huis, schuur, brouwhuis en hof omtrent de kerk van Schijndel waarvan als koper wordt genoemd erfsecretaris Gijsbertus de Jongh. Dit pand leek belast te zijn met een cijns [belastingbedrag] van 4 gl. en 12 st. aan de rentmeester der geestelijke en episcopale goederen en bovendien nog 4 gl. aan het Groot Begijnhof te ’s-Hertogenbosch.
Naast de buren van dit pand wordt ook ‘een steegje’ genoemd, waarmee nabij de Servatiuskerk altijd het Pompstraatje bedoeld wordt. In een andere akte staat Gijsbertus aangeduid als notaris en procureur te Liempde. In een Boxtelse akte noemt men hem ‘notaris te Schijndel’. Maria de Jongh weduwe van Jan van Oisterwijk, bij leven secretaris te Dinther, verklaart dat haar man is overleden, nalatende drie kleine kinderen terwijl ze zelf ook ‘gevaarlijk ziek’ is. Ze benoemt tot voogden over die kinderen haar vader Gijsbertus de Jong, Gerardus de Jong en Rogier van Oisterwijk, de broer van haar overleden man. In een akte uit 1716 staat hij geregistreerd als erfsecretaris en president te Schijndel.
In 1726 wordt een overeenkomst gemeld m.b.t. een grondruil tussen erfsecretaris Gijsbertus de Jongh en Christiaen Cluijtmans van een huis en landerijen de Keulse Kar met nog een akker en huis onder het Wijbosch. In 1696 wordt een staat en inventaris opgemaakt van de Schijndelse brouwketels en brouwerijen, waarbij de ketel van Gijsbertus de Jongh met opstaand hout wordt gemeld zijnde 12 ½ aam, die van Jasper Spierincx 17 ¾ aam, die van Hendrik Joost Rijnsen 13 aam, die van Andries Dortman 16 ¼ aam, die van Jan Aerts van der Schoot 23 ¾ aam en ten slotte die van Hendrick van de Laarschot, zowel het koper- als het houtwerk is onbruikbaar 12 ¼ aam.
Dit zijn zo maar enkele voorbeelden. Die rechterlijke archieven van de Brabantse dorpen zijn ‘ware schatkamers’ voor stamboomonderzoekers! Een bezoek aan het BHIC is daarom zéér de moeite waard!
Bronnen: zie BHIC rubriek notaris- en schepenakten met zoekfunctie Gijsbertus de Jongh; dissertatie van Jean Coenen uit 1981 [typoscript]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 25 oktober 2023 (nr. 142)
