Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.

De gezondheidscommissie met als hoofdzetel Boxtel publiceerde op de 26e februari 1923 een advies om opnieuw vast te stellen de instructie voor de geneesheer-accoucheur [= verloskundige], belast met de verloskundige praktijk te Schijndel. De gemeenteraad van Schijndel had zich hierop beraden en op 22 juni 1923 werd in een openbare vergadering de nieuwe instructie, bestaande uit 13 artikelen definitief goedgekeurd.
Bij voorkeur werd de geneesheer gevestigd in de kom van het dorp, toentertijd wijk G. Hij zou aan behoeftige vrouwen die in Schijndel woonachtig waren of tijdelijk verbleven, gratis en nauwgezet verloskundige hulp verstrekken met gebruikmaking van ‘antiseptische middelen’ overeenkomstig de eigen van de wetenschap. Hieraan verbonden was ook de eerste verzorging van het pasgeboren kind. Mocht hij gebruik willen maken van assistentie of consultatie van derden dan kon dit in overleg en met uitdrukkelijke toestemming van B & W. In spoedeisende gevallen was die toestemming niet nodig.
De behandeling moet plaats vinden vanaf het begin der baring tot en met de 9e dag na de verlossing en mocht na die tijd de vrouw nog lijdende zijn aan een ziekte of kwaal zal de behandeling worden voorgezet. Tot de kosteloze behandeling behoort ook abortus bij behoeftige vrouwen. Ook dient hij de geneesmiddelen gratis te verstrekken zowel voor de vrouw als het pasgeboren kind. Indien nodig mag hij zich laten vervangen door een bevoegd verloskundige. De geneesmiddelen die ten behoeve van de kraamvrouw of het pasgeboren kinderen zullen door hem gratis verstrekt moeten worden. Bij afwezigheid van één hele dag [24 uur] dient de geneesheer een vergunning te vragen aan B&W. Mocht zijn absentie langer duren dan dient bij te zorgen voor een bevoegde verloskundige.
Bovendien verlangde men van hem dat hij aan het Burgerlijk Armbestuur, de Vincentiusvereniging en de St.Elisabethvereniging informatie zou verstrekken over de ingezetenen die in aanmerking kwamen voor kosteloze verloskundige hulp conform zijn afgelegd eed of belofte van geheimhouding. Het salaris van de geneesheer werd vastgesteld op f 900,-. De Raad was bovendien bevoegd om in overleg met de geneesheer-accoucheur een gediplomeerde vroedvrouw aan te stellen, die onder toezicht van hem alsmede onder stipte en nauwkeurige opvolging der instructie, de praktijk waar te nemen. Mocht het ’t geval zijn dat de geneesheer de verloskundige praktijk niet nauwgezet en overeenkomstig de eisen van de wetenschap en de daaruit voortvloeiende bepalingen en voorschriften uitvoerde, dan kan hij door B&W voor minimaal twee maanden geschorst worden, overigens met behoud van zijn jaarwedde. Binnen die termijn beslist de gemeenteraad of eventueel ontslag moet volgen. Mocht de geneesheer zijn praktijk willen neerleggen dan is hij verplicht dat ontslag schriftelijk aan te vragen. Dit ‘reglement’ werd vastgesteld tijdens de dokterspraktijk van dokter Koolen.
Bron: Archief Schijndel [1811-1930] inv.nr. 300; De medische zorg in Schijndel door de eeuwen heen [uitgave van de HKK 2021
Oorspronkelijke publicatiedatum: juli/augustus 2023 (nr. 137)
