Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
We staan er vaak niet bij stil dat in veel oude kranten die vanaf de 17e eeuw bekend zijn en inmiddels via Delpher gepubliceerd, soms opvallende berichten staan afgedrukt. Voor Schijndel duiken ze vooral op in de ’s-Hertogenbossche Courant. In een van mijn eerdere columns heb ik al eens aandacht gevraagd voor de brandstichting anno 1727 bij een van de Clarissenhoeven of Nonnenbossche Hoeven en de daarop volgende veroordeling van het clubje onverschrokken brandstichters.
Voor hen die belangstelling hebben voor de verkoop van allerhande huizen, akkers, weilanden, bospercelen, bomen of stukken heide huisraad etc. is het ook een pracht archiefbron, zeker voor stamboomonderzoekers, want de namen van de verkopers en vaak ook de perceelsnamen werden er keurig in opgenomen.
Soms ontdek je in de krantenberichten aanvullende informatie op de dodenlijsten in begraafboeken. Zo verscheen in de Haarlemse Courant, op zich al heel bijzonder, een kort artikel over een van Schijndels 18e-eeuwse veldwachters, welke functie toentertijd ook werd aangeduid met de term vorster of gerechtsdienaar. Ook noemde men hem ‘dorpsdienaar’. Het was de functionaris binnen het dorpsbestuur die ook fungeerde als deurwaarder. De vorster moest dagvaardingen bezorgen namens de schepenbank. Hij zorgde bovendien voor publicaties van de landelijke overheid of van de hertog of de hoogschout in de regio. Ordonnanties en plakkaten werden destijds door de vorsters opgehangen bij herberg de Wildeman in de buurt van de gemeentepomp, waar ook een grote lindeboom stond met daaronder een soort ‘kast’ voor aanplakbiljetten. Bovendien leek hij min of meer de ordebewaker in het dorp in naam van de schout en maakte een dagelijkse ronde.
De Schijndelse vorster luisterde naar de naam Berent of Barend van der Cappen en was bepaald geen Schijndelaar van geboorte. Bij nader inzien bleek hij niet opgenomen te zijn in de overlijdens- en begraafregisters van de gereformeerden. Hij was afkomstig uit het plaatsje Diepenheim in de provincie Overijssel en was gehuwd met een zekere Cristina Louisa van Leeuwen die het levenslicht zag in Lichtenvoorde in het graafschap Zutphen en te Schijndel overleed op 10.11.1768. Waarom Berent of Barend uiteindelijk een functie kreeg in Schijndel zullen we misschien nooit te weten komen. Hij overleed in ons hopdorp op 19 maart 1770 rond 9 uur.
Een staat en inventaris van de inboedel meldt enige opvallende bijzonderheden o.a. een zwart fluwelen kap, een bijbel met zilveren sloten, een boekje handelend over het gedrag voor en na het Heilig Avondmaal, een Luthers gebedenboek, een nieuw testament zonder sloten, een zilveren zakhorloge, een zilveren beugeltas met een stalen haak, een paar zilveren schoengespen met zilveren beugels, een zilveren stropgesp, twee gouden vingerringen waarvan een met steentjes bezet en in de laden van het kabinet vond men ‘eenige papieren en rommelarije’.
Met enige regelmaat was Berent betrokken bij een arrest van goederen van Schijndelse ingezetenen, die nog achterstallige betalingen moesten doen aan collecteurs van verpondingen en koningsbeden en rentmeesters van geestelijke goederen. Hij werd in de praktijk bijgestaan door een ondervorster o.a. een zekere Hendrik van Hamont.
Bron: BHIC akten uit de Schijndelse schepenbankarchieven nl. 5122 inv.nrs. 166 fol.164 en 164v, 165 fol.202v, 164 fol.236v, 162 fol. 165v, 209v, 279 en 347, 161 fol.145v, 160 fol. 132, 145v, 150v, 183, 186v en 208 - op 9 mei 1755 liet hij een testament opmaken - bewerking van al deze akten door Henk Beijers
Oorspronkelijke publicatiedatum: 4 augustus 2021 (nr. 94)
