Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Helemaal aan het einde van de bekende IJzertijd drong Cajus Julius Caesar met zijn legers onze streken binnen en dat was voor de plaatselijke bevolking niet alleen een schok maar tevens de kennismaking met een geheel andere cultuur. Caesar was aangesteld als stadhouder van de toenmalige provincie Gallië. Zijn strategie was er op gericht om uiteindelijk de rivier de Rijn als rijksgrens te mogen introduceren, een gedurfd en energiek plan wat hij kost wat kost wilde realiseren en het is de Romeinen gelukt ook, zij het ten koste van heel veel strijd en conflicten met de toenmalige bevolking in Frankrijk, België en de Nederlanden.
Schijndel maakte toen, als mogelijk piepklein nederzettinkje, onderdeel uit van het oude Taxandrië. Van het dagelijks leven in die tijd weten we overigens niet zo bar veel al hoewel de legerjournalist Tacitus wel het een en ander heeft opgeschreven. Rond 476 na Christus werden de Romeinse legers gedwongen zich terug te trekken om hun stad Rome te verdedigen. Dat is héél globaal het inleidende verhaal. Nu de realiteit binnen Brabant in het noordwesten van het Romeinse gebied beneden de grote rivieren.
Langs hun rijksgrens bouwden de Romeinen de nodige forten met wachttorens, tempels, badhuizen, legden wegen aan zowel voor handelaars als legereenheden die zich daardoor sneller konden verplaatsen van de ene stad naar de andere. Bij Cuijk is een brug gevonden en te Empel een groot tempelcomplex. Dankzij legio opgravingen en baggerwerkzaamheden in de grote rivieren is aardig wat Romeins materiaal boven water gekomen. In de wijk Waterdaal onder Someren een zwaard, in de Peel onder Helenaveen zelfs een gouden helm, te Empel ook diverse munten, muntstukken uit de 3e eeuw bij Jekschot, bij de snelweg rond Eindhoven de nodige metalen en glazen overblijfselen uit de Romeinse cultuur om enkele concrete voorbeelden te noemen.
Maar ook Schijndel hoort in dit rijtje thuis ook al zou je dit niet direct verwachten zo diep in het binnenland. Liefst zes archeologische vindplaatsen binnen de gemeente zijn bekend. Hoe die van oorsprong Romeinse ‘herinneringen’ in Schijndel terecht zijn gekomen is uiteraard een raadsel, maar ze zijn wel gevonden! Een drietal ervan betreft onopvallende potscherven.
Van de drie andere vondsten is heel bijzonder een dodensteen met daarop een naakte man met helm mogelijk symbolisch voor de Romeinse god Mars. Het gaat om een steensoort die in de Romeinse Tijd veelal werd gebruikt voor het maken van altaren, grafmonumenten of onderdelen van gebouwen. Op de achterzijde staat een inscriptie ‘Hooghekken 1750’ bij het Spoorpad en vermoedelijk heeft hij dienst gedaan als grenssteen. Of hij onderdeel is geweest van een tempelcomplex is slechts een vermoeden. In 1864 werd het bovenstuk van een Romeinse schenkkan blootgelegd met een tuit in de vorm van een klaverblad.
Voorts nog een vrij zeldzaam Romeins olielampje afkomstig van een zandrug ongeveer 200 meter ten westen van de Boschwegse kerk.
Bron: Het Schijndels landschap [2003 p.23 e.v.]; Blikken op Brabant – de canon van Nederland in Noord-Brabants perspectief [2012 hoofdstuk 2]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 3 juni 2020 (nr. 69)