Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Eind 19e eeuw verscheen een nieuw tijdschrift speciaal bedoeld voor publicatie van allerlei wetenswaardigheden uit de Noord-Brabantse geschiedenis en volkskunde onder redactie van W.J.F.Juten te Bergen op Zoom. Een prachtig initiatief en veel geschiedvorsers voelden zich sterk betrokken bij dit nieuwe fenomeen. In 1894 verscheen het eerste exemplaar. Legio archiefvondsten werden er in de hele reeks gepubliceerd. Het leek me interessant om eens na te gaan wat er zoal met betrekking tot Schijndel de revue zou passeren, maar dan in een door mij iets breder historisch kader geplaatst.
Op pagina 244 van het eerste exemplaar schreef een fanatiek onderzoeker luisterend naar de naam Hendrik Ouwerling, een onderwijzer uit Deurne naar wie de huidige heemkundekring van Deurne ook is genoemd, die zich vooral interesseerde in de ontwikkelingen binnen de gereformeerde godsdienst en de aanhangers van deze geloofsrichting. Sinds 1648, het jaar waarin na de Tachtigjarige Oorlog [1568-1648] de vrede van Münster was gesloten, werden in de Brabantse steden en dorpen geleidelijk aan predikanten benoemd, de katholieke kerken gesloten en de katholieke bevolking moest zich ruim anderhalve eeuw nl. tot 1811 tevreden stellen met schuur- of schuilkerken waar ze bij de gratie Gods van de protestantse overheid in de Republiek der ‘Verenigde Provincien’ hun godsdienstplichten mochten vervullen.
Bewust probeerde men het katholieke en Spaansgezinde Brabant om te turnen en te bewegen aan te sluiten bij de in hun ogen ware gereformeerde christelijke religie, het protestantisme. Dat lukte uiteraard van geen kanten en de spanningen tussen de katholieken en de gereformeerden waren af en toe te snijden en liepen soms heel hoog op. Men sprak destijds van de ‘roomse stoutigheden’.
In Schijndel verbleef slechts een handje vol protestanten. Op 16 juni 1766 zou stadhouder Prins Willem V een officieel prinselijk bezoek brengen aan de stad ’s-Hertogenbosch. De dominees en hun gereformeerde onderdanen vielen destijds onder de zgn. classis van Peel- en Kempenland. In hun classicale vergadering was afgesproken dat voor dat prinselijk bezoek enige predikanten uit de regio naar de hoofdstad zouden afreizen als gedeputeerden van de classis en de keuze viel op o.a. predikant Petrus Grootveld uit Schijndel, die werd vergezeld door enige vooraanstaande lieden uit Eindhoven, Gemert en Budel. Aan Grootveld de vererende opdracht om een toespraak te houden ter gelegenheid van dit hoog bezoek! Hij was een gerenommeerd predikant, geboren te Arkel en aldaar gedoopt op 19 augustus 1711 als zoon van Franciscus Grootveld en Elisabeth Groellaardt. Hij overleed te Schijndel op 7 april 1773.
In een van mijn volgende columns zal ik de schijnwerper richten op deze felle Schijndelse predikant met anekdotes vanuit de Schijndelse archieven.
Bron: Wikipedia en Naamregister der predikanten en hun standplaatsen door Daniel van Damme - Leiden 1771.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 26 februari 2020 (nr. 63)
Illustratie: Titelblad Taxandria, 17e jaargang, 2e reeks, 7e jaargang (1910). Bron: Delpher.nl.
