Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (28): Massale herinrichting

Oud Strijp (28): Massale herinrichting

Gerard Strijards

7 maart 2025

Bijgewerkt op 14 maart 2025

Petrus Maas werd in 1873 benoemd. Hij had, anders dan Van Griensven, een hecht georganiseerde kerkelijke administratie echter zich staan.

Een nieuwe Trudokerk door de Strijpse strotten

De bisschoppen hadden van zichzelf durven afbijten in een Mandement in 1868. Een openbare kanselvermaning aan de dierbare gelovigen over hun stellingname in het openbare leven. De bisschoppen hadden geconstateerd dat de grondwet wel de vrijheid van onderwijs in het algemeen garandeerde. De pastoors merkten dat de bisschoppen kordater durfden optreden en dus durfden zij dat ook.

Ze gingen enorme neogotische basilieken oprichten in hun standplaatsen. Ongeacht de draagkracht van hun beminde, maar arme gelovigen. Die werden door de pastorele hoogmoedswaanzin met decennialange annuïteiten bezwaard. Ze betaalden soms nog af terwijl hun bedehuis al lang gesloten was en aan de eredienst onttrokken. Het zette kwaad bloed bij deze gelovigen. De bisschoppen hadden verordineerd dat het onderwijs éérst kwam, pas daarna de kerkenbouw. Maar de pastoors gebruikten de voor die bouw opgebrachte gelden ook voor hun parochïele scholen en dát was niet de aanvankelijke bedoeling geweest van het episcopaat. Dat redeneerde: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Dus moet daarvoor goed algemeen onderricht komen, laagdrempelig.

Sint-Catharinakerk, Eindhoven
De Sint-Catharinakerk te Eindhoven, gebouwd in 1861-1867 naar ontwerp van Pierre Cuypers, een voorbeeld van de tientallen neogotische kerken die in deze periode in Nederland verrezen (foto: Rijksdienst voor het Cultuur Erfgoed via Wikimedia Commons).

Maar, zo voegden zij er aan toe: dan moest dat onderwijs wél inhoudelijk en didactisch beantwoorden aan nadere bij wet te bepalen eisen betreffende het vakkenpakket, het onderwijs op jaarbasis en de daarbij te behandelen plichtmatige onderwerpen, de opleiding van de onderwijzers, de leertijden, de inrichting van de leslokaliteiten en de verwarming en ventilatie van dien, de lichtval en het te bezigen kunstlicht, de lichamelijke oefening en lijfsdisciplinering en de ter beschikking staande secreten.

Dat was voor het eerst in detail gebeurd bij de reeds genoemde onderwijswet-Van der Brugghen in 1858, die de lat behóórlijk hoog had gelegd. Een ervaren onderwijzer als Petrus Panken te Bergeijk die zekere faam had verzameld als heemkundige voldeed niet aan dergelijke eisen en was daarom op schriel wachtgeld gesteld.

De bisschoppen vonden dat de rijksoverheid die lat zo hoog hadden gelegd dat de katholieken eigenlijk naar de onderwijsvrijheid konden fluiten. De schoolinrichtingen waren immers waanzinnig duur, wilden zij beantwoorden aan de vanwege de minister van Binnenlandse Zaken jaarlijks rondgezonden circulaires die door de schoolopzieners met gestrengheid werden toegepast.

De bisschoppen achtten dat ongrondwettelijk en zij vermaanden hun gelovigen dat zij voorzieningen zouden treffen om tóch katholiek onderwijs te doen geven binnen loopafstand in iedere gemeente. Tevens stelden zij de landsregering in gebreke: stelde die zulke eisen, dan hoorde zij dat onderricht dienovereenkomstig geïnstalleerd te subsidiëren. Zoals het nu ging, konden alleen de Nutsscholen voldoen aan de eisen van inrichting.

Dat hield in dat alleen liberaal neutraal onderwijs door de overheid beschikbaar werd gesteld. Wilden katholieken concurreren met gelijke instellingen dan moesten ze zo diep in de buidel tasten dat zulks eigenlijk onmogelijk was. Inderdaad, dat zou de toeleg van Thorbecke in 1848 stellig geweest zijn. Aldus openden de bisschoppen een schoolstrijd die de liberalen zouden verliezen. Maas, gewend van zich af te bijten, besloot nu dat de tijd rijp was voor een volkomen nieuwe kerk; een neogotische kruisbasiliek van allure. Maas zag ze overal in het diocese verrijzen op last van zijn jaargenoten van het seminarie. Een collectieve bouwkoorts overmeesterde pastoors. Overal gingen de heiblokken suizen, soms zelfs voortgedreven door de ontzagwekkende stoommachines. De gelovigen bleken er goed voor - en kregen de pest erin. Maas bleek voor geen rede vatbaar, evenals zijn collegae die immers als gekken bouwden.

De pastorele concurrentiedriften

Dat wilde Maas óók, onder het adagium “Groot is mooi, hoog is heilig, veel is lekker”. Dat deelde hij met zijn rotgenoten. Maas riep nu de stakkers van het kerkbestuur bijeen. Hij legde de plannen voor en dacht ook Piet Cuypers in te schakelen. Die was toch te Eindhoven bezig geweest en het resultaat daarvan was geroemd tijdens de pastoorskransen. Maas wilde dat de nieuwe kerk perfect georiënteerd zou worden. Dat wil zeggen: apsis met priesterkoor, hoogaltaar, trans en tabernakelkast gericht op het oosten, waar de Verlosser te zijner tijd na Armageddon zou dagen.

Strijp op Google Maps
Centrum van Strijp, met duidelijk de oostelijk oriëntatie van de kerk. (Opname Google Maps, 2022).

Dat hield in dat de kerk wat uit de lijn van de gangbare openbare wegen zou komen te staan, iets gedraaid zuidwaarts ten opzichte van de oude kerk die niet perfect was georiënteerd, tenminste niet volgens de beproefde moderne metingen. Verder moest de kerk geheel opnieuw ingericht worden. De oude meubelstukken, retabels, kroonluchters, altaarstenen, schilderijen zouden voor een habbekrats verkocht worden; het was rotzooi, niet aan de maat der tijden en deels nog daterend uit heidenser perioden. De oude kerk zou volledig afgebroken moeten worden tot onder het maaiveld. Anders zou die plaats van oeroude aanbidding misschien toch weer concentratiepunt van volksdevotie worden. In Woensel was dat bij de oude schuilkerk gebeurd. Het had de pastoor daar veel problemen opgeleverd.

Een verplaatsing van een sacramentele wijdingsplaats

Dat kon Maas niet hebben, dat kon zijn gezag ondermijnen. De heren begrepen wel dat dus ook het middeleeuwse kerkhof geroerd en verplaatst zou moeten worden tot op de onderste, dus vijfde laag. Dat zou komen te liggen op een stuk van de nog in pacht zijnde Kercke-Ackers. De grafkelders, arduinen kruisen en zerken zouden ook meeverhuisd worden, maar van de graven waarover geen rechten meer betaald werden, zou een mêlee gemaakt worden die afgestort zou worden in een knekelkuil aan de overzijde van de doorgaande weg naar Zeelst.

Het zou wellicht zaak zijn daarbij afgebluste kalklagen aan te brengen. Het Huis van God zou Strijp tot ere moeten strekken. Het zou dus veel geld kosten en jaarlijkse annuïteiten moeten genereren, want zonder zware hypotheek zou het niet gaan. Maar men werkte aan Gods Rijk voor de strijdende kerk. De heren zouden verstaan, dat de pastoor de inleidende besprekingen met aannemer en architect zou voeren. Hij had hier verstand van, zij niet.

Cuypers visiteert Maas

Maas had Piet Cuypers al meermalen op bezoek gehad, gecharmeerd als de bouwmeester was van het Strijps kerkje. Hij had direct gezien dat het in oorsprong een zaalkerkje was geweest dat mede ten doel had gehad militaire voorraden en wachtposten te herbergen. Het deed Piet nog het meest denken aan het zaalkerkje te Lemiers. Het Strijps bedehuis kon best stammen in die vorm uit de zevende eeuw. Dat zou overeenstemmen met de notering van de tienheffingen sedertdien in de Luikse pouillé’s.

Het zou noodzakelijk zijn het interieur goed te onderzoeken: er was enorm veel verhaspeld en verknutseld aan het schip. De twee transepten waren overduidelijk later aangebouwd, vermoedelijk in het tweede decennium van de negentiende eeuw. Dat was te zien aan de namaak-gotische montants van de raampartijen in die vleugels en de onnodige steunberen.

Vermoedelijk zat daar Brouwers achter, die zijn kerkje had willen opwaarderen, gezien het toegenomen aantal gelovigen. Er waren tongewelven in dat kerkje aangebracht met kruisribverbindingen, aangeplamuurd met gips en kalk in de beste tradities van Van Tulder, Cuypers concurrent in de regio. Op de muren zaten dikke pleisterlagen. Piet wilde die verwijderen: zijn ervaring was dat er dan middeleeuwse schilderingen tevoorschijn kwamen.

Pierre Cuypers
Architect Pierre Cuypers (1827-1921), in 1905 (bron: Wikimedia Commons.)

Dat zou pas een bof zijn. Van Griensven had de zware toogmuur tussen koor en schip doen verwijderen opdat het altaar weer in de apsis geplaatst, zichtbaar zou zijn voor de gelovigen. Maar daarvan had hij aan de weerszijden afgezien: het dak was inmiddels op die toog komen te rusten en dreigde dan in te storten. Maar mogelijk was zeker dat in de afscheiding een tafereel van het Laatste Oordeel zichtbaar zou worden bij het afbikken der lagen.

Cuypers’ plannen en wensen

Dat had Piet óók gezien bij de kleine Sint Jan te Hoensbroek. Maar hier, in Strijp, zou men dan een Kempense variant ervan zien. Ja, dit kerkje verborg nog vele geheimen, zoals die enigmatische zandstenen ornamentatie in het zuidertransept. Piet ried Maas de kerk intact te laten: hij zou haar aanmelden bij zijn zwager Victor de Stuers. Was de pastoor hierin ter wille, dan kon hij subsidies tegemoetzien voor een bedehuis, maar dan elders op te richten. Maas, onder de indruk, had de aanzienlijke architect uitgelaten, hopend op een gereduceerd tarief in diens ontwerp voor een Strijpse basiliek.

Want dat Cuypers dat moest doen, dat was voor Maas nu axiomatisch bepaald. Hij wilde dus de bouwheer tegemoetkomen. In Den Bosch had men andere plannen. Cuypers had te vaak de confrontatie gezocht met Binnenlandse Zaken, onder meer bij de bouw van het Rijksmuseum te Amsterdam en het Centraal Station aldaar. Vervolgens was Cuypers spuugduur en Strijp arm. Bovendien ontwierp Cuypers steeds megalomaner. Hij werd ook nog ongezeggelijk jegens het geestelijk gezag.

Maas moet op een koopje werken

Dus moest Maas maar met een goedkoper bestek genoegen nemen en een bouwkundige met minder kapsones. Het zou anders zijn, als Maas de hele kerk met alles erop en eraan zelf zou betalen, maar daar kon geen sprake van zijn. Zijn familie was bemiddeld, maar niet steenrijk en bovendien had Maas’ vader te rekenen met veel legitimarissen. Daarom moest Maas maar gaan praten met zekere Cornelis van Dijk.

Hij is autodidact, maar tekent aardig en is meer afgestemd op de dorpse smaak die afgesteld is op klatergoud en veel polychromatuur in de kapitelen, gewelfschotels en kruisribrozetten. Inmiddels licht Cuypers De Stuers in. Die is blij, want dat Strijpse kerkje vindt ook hij cultuurtechnisch en historisch van groot belang, mede in verband met Thijms voornemen in een foliant de totale kerkelijke geschiedenis van Nederland eens hartgrondig uiteen te zetten aan de Paus, Leo XIII, die ook veel gevoel heeft voor geschiedenis en de naaste politieke ontwikkelingen.

Maas is achterbaks

Maas gehoorzaamt inmiddels Den Bosch, geeft Cornelis de opdracht, maar licht Cuypers niet in. Die heeft inmiddels Binnenlandse Zaken lekker gemaakt, ook om het debiet van De Stuers te vergroten en gaat ervan uit dat dat kerkje intact blijft tot nader order. Elders is dat immers ook gedaan. Naast een immense nieuwe kerk staat dan verop nog het schattige middeleeuwse bedehuisje en waarom ook niet? In Hoensbroek zie je op loopafstand de grote en kleine Sint Jan naast elkaar staan en wat aardig werkt dat niet perspectivisch. Dat kan in Strijp ook. Piet ziet het al helemaal voor zich. Dan kan dat hofje knus gerespecteerd blijven, de kerkfabriek gespaard, dat bellefort opgeknapt, de middeleeuwse dorpsplanologie intact en wie weet wat voor religieuze Efteling er dan in het Strijpse te aanschouwen is.

Lees hier verder in Oud Strijp (29): Strijps tijd zal het uitduren, voor eeuwig.

Ga hier terug naar Oud Strijp (27): Volksgezondheidszorg.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.